Hoofdtekst
De Leytsche schipper, voorbij iemants huys in Den Hage gaende, vraegde hem: 'Hebt gij nu niets te seggen.' 'Neen', antwoorde d' ander, 'nu niet.' 'Wel', seyde de schipper, 'dat ick u tot Leijden sach, ick souw wel wat te seggen hebben.' 'Wat doch?', vraegde de ander. Waerop de schipper antwoorde: 'Ick souw vraegen of gij geen dorst hadt.'
Beschrijving
Een Leidsche schipper vaart langs een huis in Den Haag en vraagt aan de bewoner of hij nu niets te zeggen heeft. 'Nee,' zegt deze, 'nu niet,' waarop de schipper zegt dat als hij hem te Leiden zag hij hem wel wat te zeggen had. Hij zou hem dan namelijk vragen of hij geen dorst had.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Locatie in Tekst
Leiden   
Den Haag   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
