Hoofdtekst
Een hoer wilde op de marckt iets borgen. 'Neen kint', seyde het wijf, 'ick borg niet, als gij lieden geen gelt hebt, wie sal er dan gelt hebben.' Waerop de hoer seyde: 'Voor desen plachte onse neering wel goet te sijn, maer nu komen sooveel eerlijcke lieden haer kinderen die onse neering onderkruypen, soo dat men qualijck het droge broot kan verdienen.'
Beschrijving
Een hoer wil op de markt iets op krediet kopen, maar de handelaarster weigert, zeggende dat als zelfs zij hoeren geen geld meer hebben, dat niemand dan geld heeft. Daarop zegt de hoer dat de handel voorheen goed was, maar dat er geen brood meer te verdienen valt in haar beroep omdat tallozen kinderen van eerlijke lieden de handel hebben overgenomen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20