Hoofdtekst
Twee soldaten saten tot Aken op den houten esel. Een boer, daer voorbij komende, lachte haer hartich uyt. ;Jou kinckel, jou rekel', seyden de soldaten, 'hebben wij niet hartseer genoech, wat behoeft gij ons noch uyt te lachen.' 'Wel, wil je niet uytgelachen wesen', antwoorde de boer, 'wat doe je hier dan op de volle marckt te staen, siet daer, gij sout met u paert in dat kleyne straetjen rijden, dan siet u niemant.'
Beschrijving
Twee soldaten zitten te Aken op een houten ezel. Als een boer ze uitlacht protesteren ze dat ze al verdriet genoeg hebben zonder dat ze ook nog worden uitgelachen. Daarop raadt de boer ze aan om niet op de volle markt te blijven staan, maar naar een rustig straatje verderop te rijden waar ze niet uitgelachen zullen worden.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Locatie in Tekst
Aken   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
