Hoofdtekst
Als er voor Thienen in een hoeck van 't leger sterck gevochten [wiert], wiert een officier gecommandeert sich mede derwaerts te begeven, hetwelcke alsoo hij sochte t' ontgaen, soo bestrafte hem de hooftofficier seggende: 'Hoe, sijt gij bang? Die niet veeg is, sal niet sterven.' 'Ja maer,' seyde d'ander, 'ginder maeckt men se veeg.'
Beschrijving
Een officier is bang om ten strijde te trekken. De hoofdofficier wijst hem terecht: wie dapper is, sneuvelt niet. De officier blijft echter doodsbang.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
'Veeg' wordt hier in twee verschillende betekenissen gebruikt. De hoofdofficier bedoeld zwak of bang. De officier gebruikt veeg in een andere betekenis: ten dode opgeschreven zijn.
Naam Locatie in Tekst
Tienen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
