Hoofdtekst
Een man aen taeffel sittende dronck altijt den beeker tot de bôom toe uyt. Sijn vrouw hem daerover bekijvende, seyde hij: 'Och liefste, ick doe dat omdat ick soo gaeren Onsen Lieven Heer sien mach' (dewelcke op de bodem gegraveert stont). de vrouw liet de bodem uytbreecken en een nieuwe in de plaets maecken, waerop de duyvel geschildert stont. De man, sijn oude manier van den beeker uyt te drincken vervolgende, wiert van sijn vrouw seer daerover bekeeven. Hij antwoorde: 'Ick heb daer geen ongelijck aen, want ick moet het uytdrincken opdat ik er niet een drop voor dien boosen duyvel in laete.'
Beschrijving
Een man drinkt, tot ergernis van zijn vrouw, zijn beker helemaal leeg om, naar eigen zeggen, de afbeelding van Onze Lieve heer op de bodem te zien. Als de vrouw de bodem laat vervangen door een afbeelding van een duivel, drinkt de man de beker weer helemaal leeg, want hij wil geen druppel overlaten voor de duivel.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Onze Lieve heer   
God   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
