Hoofdtekst
Een heer maeckte sijn knecht 's nachts wacker en vraegde hem of den dach al aen quam. De knegt stiet het venster op en seyde: 'Mijnheer, ick kan noch niemendal sien.' 'Jou rekel', seyde de heer, 'sult gij soo sien of den dach aen komt, steeck een keers aen en neemt die in de hant en siet dan tedegen.
Beschrijving
Een heer maakte zijn knecht 's nachts wakker en vroeg hem of het al dag was. De knecht opende een raam en vertelde dat het nog donker was. De heer reageerde geërgerd en vroeg de knecht een kaars aan te steken, zodat hij beter kon zien of het al dag was.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20