Hoofdtekst
Een man, sich latende door de stat kruyen op een kruywagen en gelt te grabbelen smijttende, wiert 's anderendaegs van de schout ontboden, die hem thien rijcxdaelders tot boete afeyschte, seggende daerbij: 'Hadt gij door de stat willen rijen, gij sout om mijn karos bij mij gesonden hebben.' 'Neen', seyde de man, 'kost mij één radt sooveel, soo souden de vier mij al te costelijck gevallen hebben.'
Beschrijving
Een man liet zich in een kruiwagen door de stad rijden en strooide met geld. Hij werd door de schout ontboden en kreeg een boete. De schout zei dat de man met de koets van de schout wel door de stad mocht rijden. De man antwoordde dat de boete voor het rijden met een wiel, in de kruiwagen, al duur genoeg was. Het rijden met vier wielen, in een koets, zou het waarschijnlijk nog veel duurder zijn.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20