Hoofdtekst
Op de Hunneglooberg, die ver boven het wijde heideveld uitstak, woonde een oude wikkerse, die van leven en dood meer afwist dan alle andere samen. En al woonden de mensen dan niet meer in haar nabijheid maar in de buurt van Ruinen waar de leefomstandigheden beter waren, zij vergaten de oude graven van hun voorouders niet en als ze in nood zaten gingen ze naar de wikkerse om raad te vragen.
Jaren gingen voorbij en haar strogele haar werd grijs, daarna wit en hard. Tot de dag kwam dat de oude wijze vrouw haar hoofd neerlegde terwijl de uilen schreeuwden tijdens hun vlucht...
Maar voor ze heenging zei ze hoe ze begraven wilde worden als ze er straks niet meer zou zijn. Ze had veel geschenken gekregen toen ze de mensen nog raad kon geven, kralen uit het Westen, barnsteen uit het Oosten en gouden ringen, die eerder vrouwen uit Rome hadden gedragen.
Van dat alles wou ze alleen twee zware gouden armbanden meenemen, die ze lang, lang geleden gekregen had van één van de stamhoofden die zij in zijn ziekte bijgestaan en geholpen had.
En zo gebeurde het: de dikste eik werd omgehakt en voor haar laatste reis klaargemaakt. Boven op de Hunneglooberg, waar ze zo vaak gestaan had, daar wou ze liggen, voor altijd.
Daar werd ze begraven, bedekt met heide om er de vrede te vinden die ze zelf aan zoveel mensen gegeven had.
Het werd winter en het werd zomer, de zon kwam op en ging onder, jaar na jaar. Als de zon zó brandde, dat je de lucht kon zien trillen en opstijgen tegen het middaguur, leek het of er iemand danste over het oude land...
En de moeders vertelden aan hun kinderen dat de oude, wijze vrouw altijd nog bij hen en om hen heen was.
Jaren gingen voorbij en haar strogele haar werd grijs, daarna wit en hard. Tot de dag kwam dat de oude wijze vrouw haar hoofd neerlegde terwijl de uilen schreeuwden tijdens hun vlucht...
Maar voor ze heenging zei ze hoe ze begraven wilde worden als ze er straks niet meer zou zijn. Ze had veel geschenken gekregen toen ze de mensen nog raad kon geven, kralen uit het Westen, barnsteen uit het Oosten en gouden ringen, die eerder vrouwen uit Rome hadden gedragen.
Van dat alles wou ze alleen twee zware gouden armbanden meenemen, die ze lang, lang geleden gekregen had van één van de stamhoofden die zij in zijn ziekte bijgestaan en geholpen had.
En zo gebeurde het: de dikste eik werd omgehakt en voor haar laatste reis klaargemaakt. Boven op de Hunneglooberg, waar ze zo vaak gestaan had, daar wou ze liggen, voor altijd.
Daar werd ze begraven, bedekt met heide om er de vrede te vinden die ze zelf aan zoveel mensen gegeven had.
Het werd winter en het werd zomer, de zon kwam op en ging onder, jaar na jaar. Als de zon zó brandde, dat je de lucht kon zien trillen en opstijgen tegen het middaguur, leek het of er iemand danste over het oude land...
En de moeders vertelden aan hun kinderen dat de oude, wijze vrouw altijd nog bij hen en om hen heen was.
Beschrijving
Bij een brandende zon rond het middaguur als de lucht trilt lijkt het alsof iemand door de lucht danst. Er wordt gezegd dat het de vrouw is die op de Hunneglooberg is begraven.
Bron
J. Poortman: De Hunneglooberg. in Witte Wieven: de meest bekende volksverhalen uit Drenthe. Samenst. Emmy Wijnholds-Schuster. 4e dr. Zuidwolde, 2001. p.13-15
Commentaar
1951
Eerder verschenen in J. Poortman: Drenthe: een handboek voor het kennen van het Drentsche leven in voorbije eeuwen. Deel 2. Meppel, 1951.
Naam Overig in Tekst
Hunneglooberg   
Westen   
Oosten   
Naam Locatie in Tekst
Ruinen   
Rome   
Plaats van Handelen
Ruinen (Drenthe)   
Kloekenummer in tekst
G048p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
