Hoofdtekst
Iemant uyt sijn lant gebannen sijnde, wierdt gevraegt waerom hij niet na huys trock, waerop hij antwoorde; 'Omdat mijne heren mij soo geerne hebben en soo nae mij verlangen, dat sij mij daer comende niet soude wederom laten gaen.'
Beschrijving
Iemand is uit zijn land verbannen. Wanneer hem gevraagd wordt waarom hij niet naar huis gaat, zegt hij dat zijn heren hem zo liefhebben en zo naar hem verlangen, dat ze hem nooit weer zouden laten gaan.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20