Hoofdtekst
Tot Wesop sat een man gevangen om eenige feyten die seer na de galg roocken, maer alsoo de heeren swaericheyt in de saeck maeckten, consuleerden sij bij rechtsgeleerden tot Amsterdam die eenpaeriglijck adviseerden dat hij de doot niet verdient en hadde. Als sij met dit advies te Wesop quamen en de predicant hiervan kennis kreeg (die hem alle daeg was wesen troosten, alsoo hij vast stelde dat hij hangen soude), soo ging hij bij de heeren en vraegden haer van wat meeninge sij waeren ontrent den patiënt. R. 'Wij meenen sonder omsien het advis van de advocaten te volgen.' R. 'Och mijnheeren, gij doet soo qualijck dat gij hem niet en hangt, want ick hebbe hem nu soo wel geprepareert dat hij buyten twijffel salich sou sterven.'
Beschrijving
In Weesp zat een man gevangen die waarschijnlijk ter dood veroordeeld zou worden, maar de heren namen het erg serieus en gingen eerst naar Amsterdam om advies te halen bij de advocaten. Die adviseerde hen om de man te laten gaan. Toen ze terug kwamen vroeg de priester die de man al de tijd had bijgestaan wat er zou gaan gebeuren, en toen hij hoorde dat hij vrij zou gaan, zei hij: 'Och, wat jammer dat hij niet wordt opgehangen. Ik heb hem nu zo goed voorbereid dat hij zeker zalig zou sterven.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Locatie in Tekst
Weesp   
Amsterdam   
Plaats van Handelen
Weesp (Noord-Holland)   
Kloekenummer in tekst
E121p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
