Hoofdtekst
Heksenkringen
Vier boeren uit Oerle wilden in hun hebzucht de duivel aanroepen om geld te ontvangen in ruil voor hun ziel.
Nu was er op de grens van Oerle een z.g. heksenkring. Daar gingen de mannen naar toe, want daar zouden ze ongetwijfeld de duivel kunnen oproepen.
Toen ze bij de heksenkring aankwamen, wachtten ze tot de torenklok van de dorpskerk twaalf uren zou slaan. Toen het zover was gingen drie mannen in de heksenkring staan, terwijl de vierde zich verdekt opstelde. Nauwelijks stonden de drie mannen in de kring en hadden ze geroepen: ‘Duivel, ik wil mijn ziel!’ of daar kwam de duivel, compleet met bokkepoten en horens op zijn kop. Dit gezicht was wel zo angstaanjagend, dat de drie gezworenen hun wensen vergaten en verlamd van schrik in de heksenkring bleven staan. Maar de vierde boer, die vanuit zijn schuilhoek de duivel ook gezien had, rende naar het dorp om de pastoor te halen, in de hoop dat deze zijn vrienden van de duivelsban kon verlossen.
De moedige pastoor ging direct met de man mee naar de heksenkring, waarin de drie mannen nog steeds stonden. De pastoor was helemaal niet bang voor de duivel en begon meteen met hem te onderhandelen. Hij bracht het zelf zo ver, dat de duivel accoord ging met de volgende voorwaarden: de duivel zou zich tevreden stellen met de laatste man die in de heksenkring bleef staan.
Nu kan men spreken van toeval of niet, maar een van de boeren droeg altijd een stalen kruis met daarop een Christusfiguur. En dit kruis had hij bij ongeluk op de grond laten vallen, midden in de kring.
Toen besefte de duivel dat niet de derde man als laatste in de kring was, maar de Christusfiguur. De duivel had het daar niet erg op begrepen en woedend, dat hij zich zo voor de gek had laten houden, verliet hij met een verschrikkelijk gehuil de heksenkring, een spoor van zwavel achterlatend.
Begrijpelijk dat de vier mannen voorgoed van hebzucht verlost waren.
Vier boeren uit Oerle wilden in hun hebzucht de duivel aanroepen om geld te ontvangen in ruil voor hun ziel.
Nu was er op de grens van Oerle een z.g. heksenkring. Daar gingen de mannen naar toe, want daar zouden ze ongetwijfeld de duivel kunnen oproepen.
Toen ze bij de heksenkring aankwamen, wachtten ze tot de torenklok van de dorpskerk twaalf uren zou slaan. Toen het zover was gingen drie mannen in de heksenkring staan, terwijl de vierde zich verdekt opstelde. Nauwelijks stonden de drie mannen in de kring en hadden ze geroepen: ‘Duivel, ik wil mijn ziel!’ of daar kwam de duivel, compleet met bokkepoten en horens op zijn kop. Dit gezicht was wel zo angstaanjagend, dat de drie gezworenen hun wensen vergaten en verlamd van schrik in de heksenkring bleven staan. Maar de vierde boer, die vanuit zijn schuilhoek de duivel ook gezien had, rende naar het dorp om de pastoor te halen, in de hoop dat deze zijn vrienden van de duivelsban kon verlossen.
De moedige pastoor ging direct met de man mee naar de heksenkring, waarin de drie mannen nog steeds stonden. De pastoor was helemaal niet bang voor de duivel en begon meteen met hem te onderhandelen. Hij bracht het zelf zo ver, dat de duivel accoord ging met de volgende voorwaarden: de duivel zou zich tevreden stellen met de laatste man die in de heksenkring bleef staan.
Nu kan men spreken van toeval of niet, maar een van de boeren droeg altijd een stalen kruis met daarop een Christusfiguur. En dit kruis had hij bij ongeluk op de grond laten vallen, midden in de kring.
Toen besefte de duivel dat niet de derde man als laatste in de kring was, maar de Christusfiguur. De duivel had het daar niet erg op begrepen en woedend, dat hij zich zo voor de gek had laten houden, verliet hij met een verschrikkelijk gehuil de heksenkring, een spoor van zwavel achterlatend.
Begrijpelijk dat de vier mannen voorgoed van hebzucht verlost waren.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Van de vier mannen die hun ziel aan de duivel willen verkopen gaan drie om middernacht in het midden van een heksenkring staan en roepen de duivel aan die meteen komt. De drie schrikken en blijven staan, de vierde haalt de pastoor om ze te verlossen. De pastoor en de duivel komen overeen dat de duivel tevreden zal zijn met de laatste man in de kring. Als de duivel merkt dat niet de derde man, maar het kruis met de Christusfiguur dat op de grond is gevallen, de laatste man is, vertrekt hij woedend.
Bron
B. Janssen: Het Dansmeisje en De Lindepater - Sagen en legenden uit Kempen, Meierij en Peel. Maasbree 1978, p. 17.
Naam Overig in Tekst
Christus   
Naam Locatie in Tekst
Oerle   
Plaats van Handelen
Oerle   
Kloekenummer in tekst
L224p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
