Hoofdtekst
Een man uit Zeelst had, om zijn akkers te vergroten, heimelijk de grenspaal verzet die tussen Zeelst en Wintelre stond. Begrijpelijk dat tussen beide gemeenten een ruzie ontstond van wie de grond nu eigenlijk was. De man werd in Wintelre gedagvaard om te worden ondervraagd.
De boer nu deed wat Zeelster grond in zijn klompen en ging toen met de heren mee. Toen hij op het gebied van Wintelre stond, riep hij uit: ‘En toch sta ik op Zeelster grond!’
Na zijn dood moest deze man tot straf in een vurige gedaante ronddwalen, langs de grenzen die hij zelf veranderd had.
De boer nu deed wat Zeelster grond in zijn klompen en ging toen met de heren mee. Toen hij op het gebied van Wintelre stond, riep hij uit: ‘En toch sta ik op Zeelster grond!’
Na zijn dood moest deze man tot straf in een vurige gedaante ronddwalen, langs de grenzen die hij zelf veranderd had.
Onderwerp
SINSAG 0195 - Der Grenzsteinversetzer als feuriger Wiedergänger
  
Beschrijving
Een man verzet een grenspaal om zijn akkers te vergroten en wordt gestraft voor zijn bedrog door na zijn dood als vurige geest te moeten ronddwalen.
Bron
B. Janssen: Het Dansmeisje en De Lindepater – Sagen en legenden uit Kempen, Meierij en Peel. Maasbree 1978, p.110.
Commentaar
1978
Der Grenzsteinversetzer als feuriger Wiedergänger (erlöst durch guten Rat).
Naam Locatie in Tekst
Zeelst   
Wintelre   
Plaats van Handelen
Wintelre (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L224a   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
