Hoofdtekst
In Vlijmen woonde vroeger eens een weduwvrouw, die bijzonder rijk was. Nu was ze niet een van de jongsten en bovendien was ze nogal ziekelijk. Ze was er dan ook vast van overtuigd dat ze het niet lang meer zou maken.
Daarom riep ze op zekere dag al haar kinderen bij elkaar om haar geld onder hen te verdelen. Iedereen kreeg evenveel, maar toch hield ze wat van haar geld achter. Een deel wilde ze aan de pastoor geven voor een nette begrafenis en een ander deel moesten de kinderen verdelen onder de arme mensen. De kinderen beloofden dit te zullen doen.
Het leek wel of de weduwvrouw het voorvoeld had, want enkele dagen later stierf ze. Ze werd met veel plechtigheid begraven, want de pastoor hield woord en besteedde het begrafenisgeld goed. Beter in ieder geval dan de kinderen. Luister maar.
Weken gingen voorbij, maar de kinderen dachten er niet aan om een gedeelte van het geld onder de armen te verdelen. Ze meenden het geld beter voor zichzelf te kunnen gebruiken.
Nu had een van de kinderen van de weduwe een dochtertje van een jaar of vijf, en dat dochtertje was de laatste dagen steeds thuisgekomen met de woorden dat ze grootmoeder gezien had. In het begin werd er niet al te veel aandacht aan haar woorden besteed, maar toen ze bleef volhouden, vertelde de een het aan de ander en spoedig wist de hele buurt het.
Een van de buurvrouwen gaf het gezin de raad om het kind - als ze grootmoeder weer zag - naar haar te laten zwaaien met een zakdoek, waarna ze moest vragen wat grootmoeders wensen waren.
Ze gezegd, zo gedaan. De familie prentte het kind goed in wat ze doen moest. 'Als je grootmoeder weer ziet, moet je met een witte zakdoek naar haar zwaaien en vragen wat haar wensen zijn.'
Het meisje leerde de tekst van buiten en jawel hoor, een paar dagen later zag het kind de verschijning weer. Ze zwaaide met de witte zakdoek naar de geest en vroeg wat haar wensen waren.
De geest pakte pardoes de witte zakdoek beet en op hetzelfde moment werd de zakdoek helemaal zwart. Toen sprak de geest: 'Ik ben je grootmoeder. Je ouders zouden een gedeelte van mijn geld aan de armen geven, maar ze hebben dit niet gedaan. Zo lang ze dit niet gedaan hebben, moet ik hier blijven ronddolen en kan ik de hemel niet binnengaan.'
Het meisje vertelde thuis wat ze gezien had en de familieleden besloten nu het geld meteen onder de armen te verdelen. Vanaf die dag heeft het kind haar grootmoeder niet meer gezien.
Daarom riep ze op zekere dag al haar kinderen bij elkaar om haar geld onder hen te verdelen. Iedereen kreeg evenveel, maar toch hield ze wat van haar geld achter. Een deel wilde ze aan de pastoor geven voor een nette begrafenis en een ander deel moesten de kinderen verdelen onder de arme mensen. De kinderen beloofden dit te zullen doen.
Het leek wel of de weduwvrouw het voorvoeld had, want enkele dagen later stierf ze. Ze werd met veel plechtigheid begraven, want de pastoor hield woord en besteedde het begrafenisgeld goed. Beter in ieder geval dan de kinderen. Luister maar.
Weken gingen voorbij, maar de kinderen dachten er niet aan om een gedeelte van het geld onder de armen te verdelen. Ze meenden het geld beter voor zichzelf te kunnen gebruiken.
Nu had een van de kinderen van de weduwe een dochtertje van een jaar of vijf, en dat dochtertje was de laatste dagen steeds thuisgekomen met de woorden dat ze grootmoeder gezien had. In het begin werd er niet al te veel aandacht aan haar woorden besteed, maar toen ze bleef volhouden, vertelde de een het aan de ander en spoedig wist de hele buurt het.
Een van de buurvrouwen gaf het gezin de raad om het kind - als ze grootmoeder weer zag - naar haar te laten zwaaien met een zakdoek, waarna ze moest vragen wat grootmoeders wensen waren.
Ze gezegd, zo gedaan. De familie prentte het kind goed in wat ze doen moest. 'Als je grootmoeder weer ziet, moet je met een witte zakdoek naar haar zwaaien en vragen wat haar wensen zijn.'
Het meisje leerde de tekst van buiten en jawel hoor, een paar dagen later zag het kind de verschijning weer. Ze zwaaide met de witte zakdoek naar de geest en vroeg wat haar wensen waren.
De geest pakte pardoes de witte zakdoek beet en op hetzelfde moment werd de zakdoek helemaal zwart. Toen sprak de geest: 'Ik ben je grootmoeder. Je ouders zouden een gedeelte van mijn geld aan de armen geven, maar ze hebben dit niet gedaan. Zo lang ze dit niet gedaan hebben, moet ik hier blijven ronddolen en kan ik de hemel niet binnengaan.'
Het meisje vertelde thuis wat ze gezien had en de familieleden besloten nu het geld meteen onder de armen te verdelen. Vanaf die dag heeft het kind haar grootmoeder niet meer gezien.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
Rijke vrouw laat haar kinderen beloven dat ze een deel van haar geld na haar dood aan de armen zullen geven. Na haar dood lossen de kinderen de belofte niet in. Een kleindochter komt steeds een geest tegen. Op raad van een buurvrouw moet het kind bij een volgende ontmoeting met een zakdoek zwaaien en vragen wat de wensen zijn. De verschijning pakt de witte zakdoek die meteen zwart wordt, en zegt dat ze haar grootmoeder is aan wie haar ouders een belofte hebben gedaan die niet is ingelost. Zolang dat niet is gebeurd kan ze niet naar de hemel. Na de verdeling van het geld on der de armen is de geest niet meer gezien.
Bron
B. Janssen: Het Dansmeisje en De Lindepater – Sagen en legenden uit Kempen, Meierij en Peel. Maasbree 1978, p.143-144.
Commentaar
1978
Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe).
Naam Locatie in Tekst
Vlijmen   
Plaats van Handelen
Vlijmen (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
K147p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
