Hoofdtekst
De legende leeft voort
Het gebeurde op een mooie wintermorgen in de maand februari van het jaar 1701. Jonkvrouwe Ida van Eerde verlaat haar kasteel om een bezoek te brengen aan haar vriendin in Coevorden, jonkvrouwe Kunigonda. Zij draagt een kostbare pelsmantel en is gezeten op een prachtige kastanjebruine hit. Tesamen met haar page, op eenzelfde paard, rijdt ze een tijd lang door de wildernis tot plotseling de paarden hun snelle gang staken en de oren spitsen.
Er klinkt een wild gehuil en een troep van zeven wolven duikt op uit het struikgewas. De leider van de wolven vliegt het paard van de jonkvrouw aan en zij wordt weggeslingerd. De page en zijn paard vallen ten prooi aan de andere wolven. Hulpeloos ligt de jonkvrouw temidden van het bloedbad en schreeuwt om hulp.
Haar kreten worden opgevangen door jonker Rudolf van Collendoorn, die haar, in de hoop op een rendez-vous, tegemoet was gereden. Hij redt haar leven en met betraande ogen valt zij in zijn armen en kust hem. Sedert die tijd staat er aan de Coevorderweg, op enige afstand van het gebeurde een herberg, die de naam "De Hongerige Wolf" draagt.
Onderwerp
TM 2601 - Hoe het dorp (de stad, heuvel, straat, een plek of het stuk land) aan z'n naam is gekomen   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Ida van Eerde   
Kunigonda   
Rudolf van Collendoorn   
Hongerige Wolf   
Naam Locatie in Tekst
Coevorden   
Coevorderweg   
Plaats van Handelen
Coevorden (Drenthe)   
Kloekenummer in tekst
G095p   
