Hoofdtekst
2.16. De jager en een Kaboutermanneke
Toen eens een jager in de heide van Riethoven, niet verre van den Duivelsberg, op de jacht was, en een Kaboutermanneke op eenigen afstand van zich zag gaan, beging hij de wreedheid een geweerschot op het niets kwaad vermoedende ventje te lossen. Het viel doodelijk getroffen neder, doch had echter nog de macht om tot in genoemden berg te loopen, waar eene menigte Kaboutermannekes hun vast verblijf in hielden. Nieuwsgierig naderde de jager den Duivelsberg, wanneer hij eenige Kaboutermannekes mistroostig hoorde zeggen: 'Kyrië is dood!' Deze was hun hoofd of overste, die onmiddellijk, nadat hij op eene onzichtbare wijze in den berg was aangekomen, ten gevolge van het bekomen schot, gestorven was.
Sedert dien tijd zag niemand in deze streek nog Kaboutermannekes; men heeft zelfs geene verrichtingen of eenig spoor van hen, van welken aard ook, meer waargenomen, dewijl zij alle voorgoed hun verblijf moeten verlaten hebben.
Toen eens een jager in de heide van Riethoven, niet verre van den Duivelsberg, op de jacht was, en een Kaboutermanneke op eenigen afstand van zich zag gaan, beging hij de wreedheid een geweerschot op het niets kwaad vermoedende ventje te lossen. Het viel doodelijk getroffen neder, doch had echter nog de macht om tot in genoemden berg te loopen, waar eene menigte Kaboutermannekes hun vast verblijf in hielden. Nieuwsgierig naderde de jager den Duivelsberg, wanneer hij eenige Kaboutermannekes mistroostig hoorde zeggen: 'Kyrië is dood!' Deze was hun hoofd of overste, die onmiddellijk, nadat hij op eene onzichtbare wijze in den berg was aangekomen, ten gevolge van het bekomen schot, gestorven was.
Sedert dien tijd zag niemand in deze streek nog Kaboutermannekes; men heeft zelfs geene verrichtingen of eenig spoor van hen, van welken aard ook, meer waargenomen, dewijl zij alle voorgoed hun verblijf moeten verlaten hebben.
Onderwerp
SINSAG 0102 - Zwerge ziehen fort, nachdem ihr König gestorben ist
  
Beschrijving
Kabouters verlaten de streek nadat hun hoofd doodgeschoten is door een jager.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 51
Motief
F451.9.1.15 - Dwarfs emigrate when their king dies.   
Commentaar
1892
Motief: F451.9.1.15 Dwarfs emigrate when their king dies.
OV IV: 11-12. Bewerking: Sinninghe 1933: 23 (no. 23), 1964: 22; Biemans 1973: 16; vgl. Jansen 1978: 162-163. S.S102.1
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
OV IV: 11-12. Bewerking: Sinninghe 1933: 23 (no. 23), 1964: 22; Biemans 1973: 16; vgl. Jansen 1978: 162-163. S.S102.1
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
Zwerge ziehen fort, nachdem ihr König gestorben ist (vom Jäger getötet ist)
Naam Overig in Tekst
Kaboutermanneke   
Kyrië   
Naam Locatie in Tekst
Riethoven   
Duivelsberg   
Plaats van Handelen
Riethoven (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L258p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
