Hoofdtekst
Ja, van kankerpoppe hebben we duk zat gehörd. Ze hadden ’t er vroeger altied over. Bij bultjes en ontstekingen, die wa lang duurde, waren de minse al drek bang vur kanker. Ze hoalde dan bij de kankervrouw of -kjel popkes. De inhoud mos op te zieke plek geleid worre. En de patiënt mos drie dagen en nachte wakker blieve. Aandre mossen er dan bij waken, dat ie nie in sloap viel. Wé’j hebbe nooit kankerpoppe gezien. Die wiere toe wé’j jong ware al nie mer of heel zelde gebruukt. Wa d’r ien zat, wis alleen de kankerspecialist. ’t Was ’n geheim.
Onderwerp
TM 4302 - Volksgeneeskunde   
Beschrijving
Vroeger werd veel gepraat over kankerpoppen. Mensen waren bij bultjes of ontstekingen erg snel bang voor kanker, en gingen dan popjes halen bij een kankerman of -vrouw. De inhoud van de popjes moest op de zieke plek gesmeerd worden. Daarna moest de patient drie dagen en nachten wakker blijven, dan zou hij genezen. Wat er in de popjes zat was geheim. Verteller heeft zelf nooit een kankerpop gezien, dat was iets van vroeger.
Bron
M.H. Dinnissen: Volksverhalen uit Gendt. Amsterdam 1993. Ed. A.J. Dekker & J.J. Schell (Nederlandse volksverhalen, deel 3)
Commentaar
augustus 1967
Volksgeneeskunde
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
