Hoofdtekst
3.11.
Daar was een wijf en die blèf altè in de kerk zolang bidden dè de kuster alle daag mos wachten om de kerk te sluiten. Dè begos de kuster te vervèlen en toen ging i es in de prikstoel zitten om te heuren we dè wijf bidde, want ze bidde altet hardop. En toen heurden i de ze zee 'Och Lieven Heer zeg me toch ens wè dè 'k men jongens moet loaten leeren voor een ambacht. 'Stelen, riep de kuster. En toen gink ze noa hus en toen zi ze: Noa hek toch zolang gebid toe dè O.L.H. gezeed hè wè ge moet leeren. En wè moet de dan leeren zinnen de jongens.
Stelen, zi ze. Mer we zum me dan goan stelen, zinnen de jongens. En toen besloten ze de den ennen zo eenen zak noten gaan stelen en den anderen een lam. Ze gingen den ursten nacht en waren afgesproken dè ze makaaren op de kerkhof zou wochten. Die de noten moes stelen die was er urst en die ging vast op de kerkhof zitten kraken; de schulpen gooiden i op 't leiendak van de kerk. De kuster was gewend dat hij alted heel vruug met den donke- ren de kerk al open ging doen en toen hij dè heurde docht hij dèt aa 't benderhuske te doen waar en hij durfde de kerk nie open te doen. Hij ging noa de pastoor en toen zee: 'Mijnheer Pastoor, goa es te blieft is mee, want ik durf de kerk nie open te doen. Ik heur anIffioal è gekraak e 't is zeker aa 't bender huske.' De pastoor zè det i niet mee kon goan, want det i zo'n eiselijke pijn in zen bèn ha. Des niks zi de kuster, dan za 'k oe wel marsen, er is gen een man op de stroat en i vatte de pastoor op zijnen rug en hij marsten em er hin. En toen zer bekant bè waren toe zee tegen de pastoor: 'heurdet noa nie'. 'Genog', zi de pastoor. En toen docht die jongen det zen bruur waar met gestolen lam en toen riep i: 'Is i nog al vet.' 'Of hij vet is of nie', zi de kuster, 'doar stoat i.' En hij zette de pastoor doar neer en toen kos de pastoor nog veul harder loopen es de kuster. Toen hai geen koai been mer.
Daar was een wijf en die blèf altè in de kerk zolang bidden dè de kuster alle daag mos wachten om de kerk te sluiten. Dè begos de kuster te vervèlen en toen ging i es in de prikstoel zitten om te heuren we dè wijf bidde, want ze bidde altet hardop. En toen heurden i de ze zee 'Och Lieven Heer zeg me toch ens wè dè 'k men jongens moet loaten leeren voor een ambacht. 'Stelen, riep de kuster. En toen gink ze noa hus en toen zi ze: Noa hek toch zolang gebid toe dè O.L.H. gezeed hè wè ge moet leeren. En wè moet de dan leeren zinnen de jongens.
Stelen, zi ze. Mer we zum me dan goan stelen, zinnen de jongens. En toen besloten ze de den ennen zo eenen zak noten gaan stelen en den anderen een lam. Ze gingen den ursten nacht en waren afgesproken dè ze makaaren op de kerkhof zou wochten. Die de noten moes stelen die was er urst en die ging vast op de kerkhof zitten kraken; de schulpen gooiden i op 't leiendak van de kerk. De kuster was gewend dat hij alted heel vruug met den donke- ren de kerk al open ging doen en toen hij dè heurde docht hij dèt aa 't benderhuske te doen waar en hij durfde de kerk nie open te doen. Hij ging noa de pastoor en toen zee: 'Mijnheer Pastoor, goa es te blieft is mee, want ik durf de kerk nie open te doen. Ik heur anIffioal è gekraak e 't is zeker aa 't bender huske.' De pastoor zè det i niet mee kon goan, want det i zo'n eiselijke pijn in zen bèn ha. Des niks zi de kuster, dan za 'k oe wel marsen, er is gen een man op de stroat en i vatte de pastoor op zijnen rug en hij marsten em er hin. En toen zer bekant bè waren toe zee tegen de pastoor: 'heurdet noa nie'. 'Genog', zi de pastoor. En toen docht die jongen det zen bruur waar met gestolen lam en toen riep i: 'Is i nog al vet.' 'Of hij vet is of nie', zi de kuster, 'doar stoat i.' En hij zette de pastoor doar neer en toen kos de pastoor nog veul harder loopen es de kuster. Toen hai geen koai been mer.
Onderwerp
AT 1791 - The Sexton Carries the Parson   
ATU 1791 - The Sexton Carries the Clergyman.   
Beschrijving
Vrouw vraagt in gebed wat ze haar zoons moet laten leren. De koster die genoeg heeft van haar lange gebeden, geeft onzichtbaar antwoord dat ze moeten leren stelen. De vrouw denkt dat ze antwoord heeft gekregen van Onze Lieve Heer. De zoons besluiten dat de één een zak noten gaat stelen en de ander een lam., en dat ze elkaar zullen treffen op het kerkhof. De zoon met de zaak noten is als eerste op het kerkhof en gooit de doppen op het dak van de kerk. De koster die op weg is om de kerk te openen, denkt dat het kraken van de knekels uit het knekelhuis komt. Hij is bang, maar de pastoor wil niet mee vanwege een zeer been. De koster draagt hem naar het kerkhof, waar de eerste zoon denkt dat hij zijn broer met een lam op de rug ziet. Zodra hij roept of het een vet lam is, laat de koster de pastoor van zijn rug glijden. Beiden vluchten, waarbij de pastoor harder kan lopen dan de koster.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 107
Motief
K1971 - Man behind statue (tree) speaks and pretends to be God (spirit).   
X424 - The devil in the cemetery.   
Commentaar
1893
Motieven: K1971 Man behind statue speaks and pretends to be God; X424 The Devil in the Cemetery.
inv. no. R11 S.M1476.2, M1791.2; AT 1791 The Sexton Carries the Parson.
3. Sprookjes en natuurgeloof. Verhalen vanuit Helmond verzameld
Verhalen, sprookjes, anekdoten en mededelingen over volksgeloof, verzameld en/of opgetekend door August Hendrik Sassen. Uit zijn handschriftenverzameling, berustend in de bibliotheek van het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant te 's Hertogenbosch.
Sassen werd geboren te 's Hertogenbosch op 6 maart 1853. Hij was archivaris en notaris te Helmond, en overleed op 22 juni 1913 te 's Gravenhage (zie Juten & Juten 1913, A.F.O. van Sasse van Ysselt 1914). Hij was de stuwende kracht achter het volkskundig onderzoek in Noord-Brabant aan het einde van de vorige eeuw. Om dit te bevorderen stichtte hij onder meer twee tijdschriften: het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde, en de Noordbrabantsche Almanak. Jaarboekje voor Noordbrabantsche geschiedenis, taal- en letterkunde.
Beide tijdschriften moesten evenwel na elkaar wegens financiële moeilijkheden stopgezet worden (zie ook de Inleiding). Door zijn werk, zijn vele activiteiten (hij was o.a. gemeenteraadslid van Helmond, regisseur van jeugdtoneelstukken, voorzitter van de vereniging tot drankbestrijding; en commandant van de plaatselijke schutterij), en zijn vroege dood is het hem niet gelukt de vele aan hem toegezonden en door hemzelf verzamelde gegevens over o.a. taalkunde, volksgebruiken, boerenalmanakken, kinderrijmen en spelen, en volksliederen zelf tot een of meerdere boeken te verwerken (zie voor verdere biografische gegevens Knippenberg 1952).
Een deel van zijn handschriftenverzameling bevindt zich te 's Hertogenbosch. Dit werd in 1943 en 1944 gerubriceerd en gecatalogiseerd. Het hier gepubliceerde deel daarvan werd eerder grotendeels, al dan niet in bewerkte vorm, bekend gemaakt door J.R.W. Sinninghe, zij het zonder opgave van inventarisnummer. Een aantal van de door Sinninghe aan Sassen toegeschreven verhalen is evenwel niet meer in 's Hertogenbosch te vinden, o.a. Sinninghe 1978: 16 (gloeiige te Duizel), 21 (dwaallichten), 36 (zelfmoordenaar in gedaante hond te Boxmeer), 45 (spookhaas te Mierlo), 81-83 (heksen in de gedaante van een kat), en 100 (weerwolf te Breda). Het wachten is op een volledige publicatie van het nog in 's Hertogenbosch aanwezige materiaal.
inv. no. R11 S.M1476.2, M1791.2; AT 1791 The Sexton Carries the Parson.
3. Sprookjes en natuurgeloof. Verhalen vanuit Helmond verzameld
Verhalen, sprookjes, anekdoten en mededelingen over volksgeloof, verzameld en/of opgetekend door August Hendrik Sassen. Uit zijn handschriftenverzameling, berustend in de bibliotheek van het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant te 's Hertogenbosch.
Sassen werd geboren te 's Hertogenbosch op 6 maart 1853. Hij was archivaris en notaris te Helmond, en overleed op 22 juni 1913 te 's Gravenhage (zie Juten & Juten 1913, A.F.O. van Sasse van Ysselt 1914). Hij was de stuwende kracht achter het volkskundig onderzoek in Noord-Brabant aan het einde van de vorige eeuw. Om dit te bevorderen stichtte hij onder meer twee tijdschriften: het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde, en de Noordbrabantsche Almanak. Jaarboekje voor Noordbrabantsche geschiedenis, taal- en letterkunde.
Beide tijdschriften moesten evenwel na elkaar wegens financiële moeilijkheden stopgezet worden (zie ook de Inleiding). Door zijn werk, zijn vele activiteiten (hij was o.a. gemeenteraadslid van Helmond, regisseur van jeugdtoneelstukken, voorzitter van de vereniging tot drankbestrijding; en commandant van de plaatselijke schutterij), en zijn vroege dood is het hem niet gelukt de vele aan hem toegezonden en door hemzelf verzamelde gegevens over o.a. taalkunde, volksgebruiken, boerenalmanakken, kinderrijmen en spelen, en volksliederen zelf tot een of meerdere boeken te verwerken (zie voor verdere biografische gegevens Knippenberg 1952).
Een deel van zijn handschriftenverzameling bevindt zich te 's Hertogenbosch. Dit werd in 1943 en 1944 gerubriceerd en gecatalogiseerd. Het hier gepubliceerde deel daarvan werd eerder grotendeels, al dan niet in bewerkte vorm, bekend gemaakt door J.R.W. Sinninghe, zij het zonder opgave van inventarisnummer. Een aantal van de door Sinninghe aan Sassen toegeschreven verhalen is evenwel niet meer in 's Hertogenbosch te vinden, o.a. Sinninghe 1978: 16 (gloeiige te Duizel), 21 (dwaallichten), 36 (zelfmoordenaar in gedaante hond te Boxmeer), 45 (spookhaas te Mierlo), 81-83 (heksen in de gedaante van een kat), en 100 (weerwolf te Breda). Het wachten is op een volledige publicatie van het nog in 's Hertogenbosch aanwezige materiaal.
The Sexton Carries the Parson
Naam Overig in Tekst
Lieven Heer   
O.L.H.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
