Hoofdtekst
3.14
Te Bakel in de straat woonde eene vrouw die eene zeer slechte man had als hij in de week hard had gaan werken en veel geld had verdient dan moest het de zelfde week nog verteert worden op zekeren dag was haar man weer naar de herberg toe en de vrouw ging naar de kerk toen kwam ze dicht bij huis den Pastoor tege deze vroeg hoe is het met uw man die is al weer op zwier sprak den vrouw toen had ze weer een goed kwartier geloopen en kwam den kapalaan tegen die vroeg haar het zelfde als den pastoor toen kwam zij aan de kerk den koster tegen die vroeg haar dit ook al toen zij nu naar huis ging kwam zij den pastoor weer tegen deze vroeg mag ik als het u belieft van nacht bij u komen slapen gerust was het antwoord toen kwam zij den kapelaan tegen die haar dit ook vroeg maar moest om tien uur komen toen kwam zij den koster tegen. Deze vroeg haar dit ook maar hij moest om elf uur komen daar sloeg het half tien den Pastoor trad binnen en ging slapen op het bet dat hem aangewezen werd het sloeg 10 uur en den kapalaan trad binnen en ging op het zelfde bed liggen waar den pastoor lag het sloeg half 11 en den koster trad binnen de vrouw zij kluip maar in het oven gat de koster deet dit ook en daar ging de deur weer open. En de ging binnen de vrouw zij in het ovegat staan de aardapels de man pakte de lamp en ging naar het ovengat en hielt het licht zeer dicht bij den koster den volgende morgen sprak den pastoor gisteren avond heb ik een kluchje gehad den kapelaan sprak van dat zelfde stof heb ik ook een broek gehad en den koster sprak dat wiert ik ook gewaar ze maakte van mij een kandelaar.
Te Bakel in de straat woonde eene vrouw die eene zeer slechte man had als hij in de week hard had gaan werken en veel geld had verdient dan moest het de zelfde week nog verteert worden op zekeren dag was haar man weer naar de herberg toe en de vrouw ging naar de kerk toen kwam ze dicht bij huis den Pastoor tege deze vroeg hoe is het met uw man die is al weer op zwier sprak den vrouw toen had ze weer een goed kwartier geloopen en kwam den kapalaan tegen die vroeg haar het zelfde als den pastoor toen kwam zij aan de kerk den koster tegen die vroeg haar dit ook al toen zij nu naar huis ging kwam zij den pastoor weer tegen deze vroeg mag ik als het u belieft van nacht bij u komen slapen gerust was het antwoord toen kwam zij den kapelaan tegen die haar dit ook vroeg maar moest om tien uur komen toen kwam zij den koster tegen. Deze vroeg haar dit ook maar hij moest om elf uur komen daar sloeg het half tien den Pastoor trad binnen en ging slapen op het bet dat hem aangewezen werd het sloeg 10 uur en den kapalaan trad binnen en ging op het zelfde bed liggen waar den pastoor lag het sloeg half 11 en den koster trad binnen de vrouw zij kluip maar in het oven gat de koster deet dit ook en daar ging de deur weer open. En de ging binnen de vrouw zij in het ovegat staan de aardapels de man pakte de lamp en ging naar het ovengat en hielt het licht zeer dicht bij den koster den volgende morgen sprak den pastoor gisteren avond heb ik een kluchje gehad den kapelaan sprak van dat zelfde stof heb ik ook een broek gehad en den koster sprak dat wiert ik ook gewaar ze maakte van mij een kandelaar.
Onderwerp
AT 1730 - The Entrapped Suitors   
ATU 1730 - The Entrapped Suitors.   
Beschrijving
Een vrouw heeft drie geestelijken als minnaars, maar zijn neemt hen alle drie achter elkaar beet. De volgende dag klagen ze erover. De derde klaagt dat ze een kandelaar van hem heeft gemaakt.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 109
Motief
K1218.1 - The entrapped suitors.   
Commentaar
1893
Motief: K1218.1 The entrapped suitors.
inv. no. R3.3, opgeschreven te Deurne. S.M1730.1; AT 1730 The Entrapped Suitors.
3. Sprookjes en natuurgeloof. Verhalen vanuit Helmond verzameld
Verhalen, sprookjes, anekdoten en mededelingen over volksgeloof, verzameld en/of opgetekend door August Hendrik Sassen. Uit zijn handschriftenverzameling, berustend in de bibliotheek van het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant te 's Hertogenbosch.
Sassen werd geboren te 's Hertogenbosch op 6 maart 1853. Hij was archivaris en notaris te Helmond, en overleed op 22 juni 1913 te 's Gravenhage (zie Juten & Juten 1913, A.F.O. van Sasse van Ysselt 1914). Hij was de stuwende kracht achter het volkskundig onderzoek in Noord-Brabant aan het einde van de vorige eeuw. Om dit te bevorderen stichtte hij onder meer twee tijdschriften: het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde, en de Noordbrabantsche Almanak. Jaarboekje voor Noordbrabantsche geschiedenis, taal- en letterkunde.
Beide tijdschriften moesten evenwel na elkaar wegens financiële moeilijkheden stopgezet worden (zie ook de Inleiding). Door zijn werk, zijn vele activiteiten (hij was o.a. gemeenteraadslid van Helmond, regisseur van jeugdtoneelstukken, voorzitter van de vereniging tot drankbestrijding; en commandant van de plaatselijke schutterij), en zijn vroege dood is het hem niet gelukt de vele aan hem toegezonden en door hemzelf verzamelde gegevens over o.a. taalkunde, volksgebruiken, boerenalmanakken, kinderrijmen en spelen, en volksliederen zelf tot een of meerdere boeken te verwerken (zie voor verdere biografische gegevens Knippenberg 1952).
Een deel van zijn handschriftenverzameling bevindt zich te 's Hertogenbosch. Dit werd in 1943 en 1944 gerubriceerd en gecatalogiseerd. Het hier gepubliceerde deel daarvan werd eerder grotendeels, al dan niet in bewerkte vorm, bekend gemaakt door J.R.W. Sinninghe, zij het zonder opgave van inventarisnummer. Een aantal van de door Sinninghe aan Sassen toegeschreven verhalen is evenwel niet meer in 's Hertogenbosch te vinden, o.a. Sinninghe 1978: 16 (gloeiige te Duizel), 21 (dwaallichten), 36 (zelfmoordenaar in gedaante hond te Boxmeer), 45 (spookhaas te Mierlo), 81-83 (heksen in de gedaante van een kat), en 100 (weerwolf te Breda). Het wachten is op een volledige publicatie van het nog in 's Hertogenbosch aanwezige materiaal.
inv. no. R3.3, opgeschreven te Deurne. S.M1730.1; AT 1730 The Entrapped Suitors.
3. Sprookjes en natuurgeloof. Verhalen vanuit Helmond verzameld
Verhalen, sprookjes, anekdoten en mededelingen over volksgeloof, verzameld en/of opgetekend door August Hendrik Sassen. Uit zijn handschriftenverzameling, berustend in de bibliotheek van het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant te 's Hertogenbosch.
Sassen werd geboren te 's Hertogenbosch op 6 maart 1853. Hij was archivaris en notaris te Helmond, en overleed op 22 juni 1913 te 's Gravenhage (zie Juten & Juten 1913, A.F.O. van Sasse van Ysselt 1914). Hij was de stuwende kracht achter het volkskundig onderzoek in Noord-Brabant aan het einde van de vorige eeuw. Om dit te bevorderen stichtte hij onder meer twee tijdschriften: het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde, en de Noordbrabantsche Almanak. Jaarboekje voor Noordbrabantsche geschiedenis, taal- en letterkunde.
Beide tijdschriften moesten evenwel na elkaar wegens financiële moeilijkheden stopgezet worden (zie ook de Inleiding). Door zijn werk, zijn vele activiteiten (hij was o.a. gemeenteraadslid van Helmond, regisseur van jeugdtoneelstukken, voorzitter van de vereniging tot drankbestrijding; en commandant van de plaatselijke schutterij), en zijn vroege dood is het hem niet gelukt de vele aan hem toegezonden en door hemzelf verzamelde gegevens over o.a. taalkunde, volksgebruiken, boerenalmanakken, kinderrijmen en spelen, en volksliederen zelf tot een of meerdere boeken te verwerken (zie voor verdere biografische gegevens Knippenberg 1952).
Een deel van zijn handschriftenverzameling bevindt zich te 's Hertogenbosch. Dit werd in 1943 en 1944 gerubriceerd en gecatalogiseerd. Het hier gepubliceerde deel daarvan werd eerder grotendeels, al dan niet in bewerkte vorm, bekend gemaakt door J.R.W. Sinninghe, zij het zonder opgave van inventarisnummer. Een aantal van de door Sinninghe aan Sassen toegeschreven verhalen is evenwel niet meer in 's Hertogenbosch te vinden, o.a. Sinninghe 1978: 16 (gloeiige te Duizel), 21 (dwaallichten), 36 (zelfmoordenaar in gedaante hond te Boxmeer), 45 (spookhaas te Mierlo), 81-83 (heksen in de gedaante van een kat), en 100 (weerwolf te Breda). Het wachten is op een volledige publicatie van het nog in 's Hertogenbosch aanwezige materiaal.
The Entrapped Suitors
Naam Locatie in Tekst
Bakel   
Plaats van Handelen
Bakel (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L208p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
