Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RH020 - Reinaerts historie (Reinaert II) vers 7459-7512

Een sprookje (manuscript), 1479

Hoofdtekst

Heer dese ende alle die hem geliken
Slachten wel een groot hoop honden
Die eens op eenre messen stonden
Teens heren houe diese had onthouden
Sy wachten als die gern souden
Eten off men hem wat brochte
Doe sagen sy comen al dat sy mochte
Enen hont gelopen wtter koken
Dair hi vleisch in had geroken
Ende had een been dair vleisch aen claff
Genomen eer ment hem gaeff
Ende pijnde hem heen dair mede wech te comen
Mer die cock had vernomen
Ende beliepen eer hi ontquam
Mit sieden water dat hi nam
Wt enen ketel in een plateel
Ende gaff hem dair mede sijn deel
After op sijn lenden stiet
So dat hijs hem en bedancte niet
Want hi hem so door scoude sijn vel
Dat hem sijn hair al wt vel
Ende hem die zwaerd al door scoot
Doch hi ontquam al wtter noot
Ende behielt dat hi dair nam
Ende hi biden honden quam
Ende sy hem tvleisch brengen zagen
Riepen sy dese can hem wel begiagen
Hi heeft den koc wel te vriend
Dair so veel vleisch aen claff
Die hont sprac gi en weetter nie aff
Ghi prijst my voor dair ghi tbeen ziet
Mer noch en saechdi my after niet
Siet my een eerst after opten steert
En prijst my dan off ics bin weert
NA doe sy hem achter besagen wel
Hoe dat hem tvleisch ende vel
Was doorsoden ende was al raeu
Ende sijn hair wt geuallen caelu
Gruwelde hem allen so voort scouden
So dat si ter costen niet en wouden
Sy en wouden oec sijns geselscaps niet
Mer alle dese hoop doe van hem sciet
Ende lieten hem varen als hi mochte
Her coninc heer dus hebben noch tgerochte
Die lose ghier als sy sijn heren
Ende sy crigen hair begeren
So warden si machtich ende ontsien
Sy slachten desen si scattense mittien
Recht als een verhongert hont
Dese dragen tbeen in haren mont
Niement en der tegen hem kyuen
Men prijst hem al dat si bedriuen
Elc seit hem dat sy gern horen
Op dat hi blijft ongescoren

(vss. 7459- 7512)

Beschrijving

Reinaert de vos vertelt koning Nobel een verhaal over een groep honden aan het hof. Een hond kwam de keuken uitgerend met een stuk vlees in zijn bek. Hij had dit stuk vlees gestolen en was betrapt door de kok, die hem met kokend water overgoten had. Daardoor was het haar, vel en vlees van zijn achterpoten verbrand. Toen de hond de andere honden naderde, dachten die dat hij wel goede vrienden zou zijn met de kok omdat hij zo'n groot stuk vlees gekregen had. Maar de hond antwoordde dat men hem niet zo snel moest beoordelen. Hij liet zijn verbrande achterkant zien waarna de groep honden niets meer wilde hebben van het vlees of van het gezelschap van de dief.

Bron

‘Reinaerts historie, Reinaert II.’ In: Instituut voor Nederlandse Lexicologie (samenstelling en redactie), Cd-rom Middelnederlands. Sdu Uitgevers/Standaard Uitgeverij, Den Haag/Antwerpen 1998.

Commentaar

1479
Deze tekst is een passage uit Reinaerts historie. Een aantal passages zijn opgenomen wanneer deze gekoppeld kunnen worden aan een verhaaltype. Reinaerts historie is ook in zijn geheel opgenomen (vanwege de lengte in vijf stukken: idnummers RH001A tot en met RH001E).<br>
Deze fabel is ook als sproke door Willem van Hildegaersberch overgenomen.

Naam Overig in Tekst

Reinaert    Reinaert   

Reynaert    Reynaert   

Reinaerde    Reinaerde   

Reynaerde    Reynaerde   

Plaats van Handelen

Ieper (België)    Ieper (België)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21