Hoofdtekst
Op de Oudewaterse dijk, op het Klooster an, heb-ie de hofstee Halverwege. Daar mochten vroeger de bedelaars slapen, in de kapberg. (dit is een klein soort hooiberg). Dat komt zo, wie op die boerenhofstee zit, die boer, die moet de zwervers en de bedelaars slaapplaats geven. Doet-ie dat niet, dan haalt-ie onheil en teugespoed over de hofstee. Dat is jaar en dag zo geweest.
In het begin kwamen d'r maar een paar, later meer en meer en nou zo'n dertig jaar geleje kwamen er iedere dag zo'n dertien/veertien zwervers en bedelaars, en soms nog wel meer, ten ende was de kapberg te klein en mosten ook de hooischuur en de grote hooiberg voor slaapplaats worden ingericht.
In de zomer kwamen de zwervers om een uur of acht 's avonds, in de winter kwamen zij al eer naar de hofstee van Hendrik van der Sprong. Toen Hendrik van der Sprong gestorven was ging dat gebruik over op zijn zoon Teunis. Als de zwervers aankwamen, moesten ze d'r lucifers afgeven vanwege brand in de hooiberg. Ze kregen 's avonds een kop koffie, 's morgens als ze honger hadden een boterham d'r bij.
Mooie taferelen hebben we daar meegemaakt. Een goed deel van de zwervers kwam dronken aan, en de flessen spiritus gingen mee de hooiberg in. Allerlei soorten mensen kon je er onder vinden. D'r waren mensen, die voor dokter gestudeerd hadden, maar die verkeerd wouen, je had de duitse speelman met z'n waldhoorn, altijd aan het tullen (drinken). Somwijlen vochten ze als leeuwen en beren. Ze sloegen de lege spiritusflessen op mekaars koppen kapot en soms vochten ze mekaar gewoon de sloot in.
'k Weet nog goed, 't was op een zaterdagavond (in 1926) toen begonnen de brandklokken te luien.
-Brand in de bedelaarsberg! wier d'r in het durp geroepen.
De brandweer d'r op uit met paard en spuit. Onderweg kwam-ie ze al teuge, die bedelaars. Naar alle kanten vluchtten ze henen en toen ze een dag of wat later weer terug kwamen, toen mochten ze niet meer in de hooiberg slapen, niet omdat die boer dat niet wou, maar omdat de verzekering die hofstee niet wilde verzekeren zolang d'r nog zwervers kwamen.
(Hetzelfde gastvrije gebruik was ook in zwang op de hofstee van Sander de Goey onder Hekendorp, die met een dochter van Hendrik van der Sprong was getrouwd. Een derde pleisterplaats voor het volk langs de weg bood de boerderij van de familie van Diemen in de Vlist. Aldaar konden de zwervers nog tot in de oorlog een onderkomen vinden.
Het gebruik is m.i. een voortzetting van het oud-Germaanse volksgeloof, dat Odin in de gedaante van een zwerver om onderdak kon komen vragen, m.a.w. weigerde men die zwerver onderdak, dan verspeelde men Odin's gunst.)
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Halverwege   
Hendrik van der Sprong   
Sander de Goey   
van Diemen   
Teunis van der Sprong   
Oudewaterse dijk   
Germaanse   
Odin   
Naam Locatie in Tekst
Hekendorp   
Vlist   
Plaats van Handelen
Oudewater   
