Hoofdtekst
Er was in den overouden tijd eens een boerenarbeider die Sjoerd heette en omdat hij gebocheld was noemde men hem altijd Sjoerd Bult. - Het gebeurde eens dat Sjoerd en zijne vrouw op een avond, toen de maan reeds was opgekomen, van den veldarbeid terugkeerden naar het dorp waar hunne woning stond. Om den weg wat te bekorten waagden zij het recht over het midden van een korenveld te gaan. - Maar zij waren niet ver daarop gekomen toen zij eenig gegons, gelijkende naar een zacht babbelen en lachen, meenden te hooren. En jawel! eene menigte aardmannetjes, zoo talrijk als mieren, kwamen uit de holle gruppen van het bouwland naar boven klauteren en op het echtpaar toe. De vrouw begon luid te jammeren, de kereltjes stoorden zich daaraan niet, maar maakten zich gereed voor een rondedans. Daar zagen ze de mestgreep die Sjoerd op zijn schouder droeg. Zulk een greep is een vork met drie tanden. Denkt men de twee buitenste tanden weg, dan heeft men het figuur van een kruis. Hiervoor hadden de aardmannetjes ontzag en zij riepen elkander toe: «Laat ze maar! laat ze maar! Ziet ge niet de mestgreep daar?» De vrouw wilde de vlucht ne-men, maar Sjoerd bleef staan. De mannetjes naderden hem en vroegen: «Hoe is je naam?» - «Mijn naam is Sjoerd,» was het antwoord. «Wil je met ons dansen, Sjoerd?» - «Dat kan ik niet tegen jelui volhouden,» zei Sjoerd. - «Dan willen we uitscheiden zoodra jij het verlangt,» riepen de kereltjes. - «Beloven jelui me dat?» - «Wij beloven het!» - «Willen jelui het bezweeren?» - «Wij willen het bezweeren. » - «Bij het heilige kruis» - «Ook dat willen we,» zeiden de dwergen. «Dan neem ik het aan,» zei Sjoerd. Zijne vrouw nam de greep en liep weg. Nu ging men aan het dansen dat het een aard had. Sjoerd verbaasde zich over de rapheid del' kleine snaakjes, maar was zelf ook genoodzaakt op en neêr te springen zoo snel hij maar kon. De dwergen zongen er bij :
Maandag, dinsdag, woensdag,
Maandag, dinsdag, woensdag.
Daar bleef het bij, altijd maar weêr hetzelfde. «Hou!» riep Sjoerd, «schei eens even uit.» - En toen allen stilstonden ,zeî hij: «Dat liedje van jelui is niet volledig. Wil ik het je eens verder leeren ?» - «Ja, verder! verder!» schreeuwden de mannetjes. Nu zong Sjoerd:
Maandag, dinsdag, woensdag,
Donderdag, vrijdag, zaterdag.
«Mooi! mooi! mooi! »gierden allen. «Doe ‘t nog eens» Sjoerd herhaalde:
Maandag, dinsdag, woensdag,
Donderdag, vrijdag, zaterdag.
De dwergen schaterden het uit van pret. «Donderdag, vrijdag, zaterdag!» en sprongen door en rondom elkander als dwazen. Toen ze ophielden riepen ze Sjoerd toe, die naar den adem stond te hijgen: «Wat verlangt gij? Wilt ge rijk worden of mooi?» - «Is 't ernstig gemeend?» zeî Sjoerd. - «Wel zeker! anders mogen wij veroordeeld worden om alle hier in den omtrek te veld staande korenhalmen te tellen.» - «Maakt dan,» zeî Sjoerd, «dat ik van mijn hoogen rug ontlast word.» - «'t Is wel» was het antwoord. Zij pakten hem aan, hieven hem op en met aller mannenmacht wierpen ze hem als een kaatsbal de lucht in. Duizelig en zuizebollend kwam hij weêr op den grond terecht, en ziet! zijn bochel was verdwenen. In allerijl spoedde hij zich huiswaarts.
Zijne vrouw zat zeer bedroefd tehuis; zij dacht niet anders dan haar man des anderen morgens dood op het korenveld te zullen vinden, vermoord door het kleine satansgebroed. Maar hoe verwonderd keek zij toen Sjoerd binnen kwam rechtop als een welgemaakt manspersoon. En wat zagen de menschen in het dorp vreemd op, toen zij des anderen daags Sjoerd zagen loopen zonder bochel. «Hoe ben jij op eens zoo welgemaakt geworden?» vraagden ze hem. - «Daar begrijp ik zelf niets van,» was zijn antwoord.
Nu woonde er in hetzelfde dorp een schele roodharige snijder, die Semme Stamelaar genoemd werd, omdat hij soms erg kon stotteren, vooral wanneer hij hoos was, en dit was hij nog al eens, want hij was kwaadaardig van natuur. Ook was hij zeer gierig. Hij durfde nauwelijks zelf zijn bekomst eten en gunde anderen menschen niets. Toen hij hoorde dat Sjoerd, die hem nog huishuur schuldig was, zoo mooi was geworden, haastte hij zich den armen man een hezoek te brengen en vroeg: «Hoe ben jij zoo veranderd?» - «Ik heb. vannacht mijn bochel weggezweet, zeî Sjoerd. «Geen malligheid!» zeî Semme, «vertel mij het ware van de zaak of je moet dadelijk met je heele boeltje dit huis uit.» - «Dan wil ik het je zeggen,» antwoordde Sjoerd en vertelde alles zoo 't gebeurd was.
Toen de maan des avonds was opgekomen nam Semme zijn mestgreep en ging naar het korenveld. Daar dansten de aardmannetjes en zongen:
Maandag, dinsdag, woensdag,
Donderdag, vrijdag, zaterdag.
- «Hou!» riep Semme, «dddaar behhoort nog iets bbbij.» - «O! die stotteraar!» riepen de mannetjes spottend, en Semme werd woedend: «Ikik wil jelui llliedje aanvullen, mmaar ddan wil 'k wwat verdienen.» - «Zing dan maar meê,» was 't antwoord en het begon weêr:
Maandag, dinsdag, woensdag,
Donderdag, vrijdag, zaterdag,
En dan zzzzo…..
«Zzzzo» schreeuwden de kereltjes. - «Ondag,» schreeuwde de snijder. «Een ondag is er niet,» werd hem toegeroepen, «dat is geheel verkeerd.» De snijder zweette van angst en riep: «Zzzzondag!» ~ . «O, zondag! zondag! Ja, dat is goed. Nu, verder, het liedje moet rond.' - «Ik ben rond,» stotterde Semme, «'t liedje is nu uit.» - «Och kom!» meesmuilden de dwergen. «Nu, dan je wensch! Sjoerd had de keus tusschen schoonheid en rijkdom.» - «Jawel, en Sjoerd heeft schoonheid gekozen en rijkdom laten blijven. Welnu, ik verlang wat Sjoerd heeft laten blijven.» ~ «Goed zoo!» was het schaterend geroep. Zij pakten den snijder aan, hieven hem op, wierpen hem heen en weêr en omhoog wel een halfuur aaneen. Eindelijk kwam hij weêr met zijne voeten op den grond terecht en toen had hij gekregen wat Sjoerd had achtergelaten - een bult!
Toen de dorpelingen hem des anderen morgens daarmeê zagen loopen, lachten allen hem uit. Kwaadaardig van woede kwam hij bij Sjoerd in huis en brulde: «Nu dadelijk de achterstallige huishuur betaald of het huis uit, zonder genade.» Sjoerd verloor thans ook het geduld. Driftig sprong hij op en zeî: «Morgen zal ik je betalen, en nu spoedig de deur uit of ik trap je er uit.» Dit deed den snijder terugdeinzen, want Sjoerd was sterker dan hij.
Zoodra het weêr avond was geworden begaf Sjoerd zich opnieuw naar het korenveld, voorzien van de mestgreep en tevens van een graanzak, en alle aardmanneijes waren verheugd toen ze hem zagen. « Dansen!» riepen ze. - «Wel zeker!» zeî Sjoerd, «en ik zal jelui vóórzingen. » - Daar ging het:
"Maandag, dinsdag, woensdag,
donderdag, vrijdag, zaterdag
En daarbij de zondag nog."
De mannetjes gierden het uit van pret. Zij dansten en sprongen als dol van plezier en van alle zijden kwamen er nog meer opdagen. Zij krioelden dooreen als mieren en zongen:
“Beste Sjoerd, door jou, door jou
Hebben wij de vrijheid nou.”
- « Wat bedoelt ge daarmeê?» vroeg Sjoerd, en het antwoord was : «Wij moesten bij lichtemaan alle avonden hier op het veld komen dansen, tot er iemand kwam die ons liedje geheel wist aan te vullen. Dat hebt gij gedaan en nu mogen wij wegzinken in de diepte, naar ons eigen rijk, dat zich uitstrekt onder landen en zeeën. Houd nu den zak open.»
Sjoerd voldeed aan dit bevel en de dwergen vulden den graanzak met kleine zakjes goudgeld. Hierop verdwenen zij en Sjoerd zeulde met zijn vracht, die om het even niet licht was, naar huis. Maar toen hij daar den zak opende, vond hij er niets in dan aardkluiten, steentjes en dorre bladeren. Zijne vrouw werd angstig en verlegen, maar Sjoerd nam wat wijwater, dat hij in den zak liet druppelen, en ziedaar! alles was opeens weêr veranderd in goud en edelgesteenten. Nu was Sjoerd een schatrijk man en behoefde niet meer afhankelijk te zijn van den gierigen schelen snijder.
Onderwerp
AT 0503 - The Gifts of the Little People   
ATU 0503 - The Gifts of the Little People.   
Beschrijving
Bron
Motief
F451.6.3.4 - Dwarf dances.   
F331.3 - Mortal wins fairies’ gratitude by joining in their song and completing it by adding the names of the days of the week.   
J2415 - Foolish imitation of lucky man.   
F382.2 - Holy water breaks fairy spell.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Sjoerd   
Sjoerd Bult   
Semme Stamelaar   
Naam Locatie in Tekst
Semme   
