Onderwerp
AT 0676 - Open Sesame   
ATU 0954 - The Forty Thieves.   
Beschrijving
Open Sesame (ook AT 0954 The Forty Thieves)
Tekst
Ali Baba, een arme houthakker, ziet een groep rovers op zich af komen en vlucht in een boom. Hij hoort hoe de roverhoofdman door het uitspreken van de toverformule 'Sesam, open uw poort' een deur in een berg opent waarin zich een grote schatkamer bevindt. De rovers rijden het hol in waarna de deur vanzelf sluit. Nadat de rovers hun buit hebben opgeborgen en de berg hebben verlaten, spreekt Ali Baba de formule uit en verschaft zich zo toegang tot de schatkamer. Hij laadt goud en sieraden op zijn ezels en gaat ermee naar huis. Zijn vrouw leent een maat bij de vrouw van Ali Baba's rijke broer om de hoeveelheid geldstukken te meten. Zij zegt niet waarvoor ze de maat nodig heeft, maar haar schoonzuster vertrouwt de zaak niet en smeert de bodem van de maat met was in. Hierdoor blijft er een goudstuk aan de bodem kleven en ontdekt zij dat Ali Baba plotseling over veel goud beschikt. De broer dwingt Ali Baba te zeggen hoe hij aan dat goud is gekomen en eist dat hij zelf ook een bezoek aan de schatkamer mag afleggen. Ali Baba zegt hem de toverformule en bindt hem op het hart de formule niet te vergeten wanneer hij zich in de schatkamer bevindt, want anders kan hij de deur niet meer open krijgen. Nadat de broer van Ali Baba de schatkamer is binnengedrongen en bij elkaar heeft gezocht wat hij naar buiten wil brengen, blijkt hij de toverformule niet meer te weten. De rovers ontdekken hem bij hun terugkomst en hakken hem in vier stukken.
Ali Baba brengt de vier delen van het lichaam van zijn broer naar huis. Zijn slavin Mardschana laat de vier stukken door een schoenmaker aan elkaar naaien, waarna de broer van Ali Baba wordt begraven. De rovers ontdekken via de schoenmaker het huis van Ali Baba en markeren diens huis met een teken teneinde hem 's nachts te kunnen vermoorden. Ali Baba's slavin Mardschana ontdekt dit en voorziet de huizen in de omgeving van hetzelfde teken waardoor het plan van de rovers wordt verijdeld. Vervolgens verstoppen ze zich in leren kruiken en komen zo het huis van Ali Baba binnen. Wederom ontdekt Mardschana de list: ze doodt de rovers door kokende olie in de kruiken te gieten. Alleen de roverhoofdman blijft in leven. Deze doet zich tenslotte voor als koopman, weet het vertrouwen van de zoon van Ali Baba te winnen en wordt als diens vriend bij Ali Baba thuis uitgenodigd. Doordat hij met het oog op de moord die hij beraamt, geen zout in zijn eten wil, herkent Mardschana in hem de roverhoofdman en doodt hem tijdens een dans.
Het sprookje van Ali Baba en de veertig rovers behoort samen met dat van Aladdin en de wonderlamp tot de bekendste sprookjes uit Duizend-en-één-nacht. De oudste versie treffen we aan in Jean Antoine Gallands Les Mille et Une Nuits (1704-1717) (zie ook -> Aladdin). Galland hoorde het sprookje van de Syrische christen Hanna en kreeg het mogelijk van hem in schriftelijke vorm meegedeeld. Het sprookje werd via de vertaling van Galland in Europa zeer populair en is na enige tijd in verschillende talen als volksboek verspreid. De verschillende motieven waaruit het is opgebouwd (de verborgen schatkamer, de toverformule om de berg te openen, het meten van geld met een schepel, het binnensmokkelen van de rovers in leren zakken) wijzen alle in de richting van een oosterse oorsprong. Het sprookje van Ali Baba, dat zeer frequent uit de mondelinge overlevering is opgetekend, vertoont niet steeds de volledige vorm zoals hierboven beschreven. Het eerste deel waarin de ontdekking van de schat door Ali Baba en de bestraffing van zijn jaloerse broer centraal staan, komt ook als zelfstandig sprookje voor (AT 676). In deze vorm kregen de Grimms het via een van hun zegslieden, Ludowine von Haxthausen, toegestuurd en drukten zij het in hun Kinder- und Hausmärchen af (nr. 142: 'Simeliberg'). Ook het tweede en laatste deel waarin de rovers op zoek gaan naar Ali Baba om hem te vermoorden, komt als zelfstandig sprookje voor (AT 954). In Nederland en Vlaanderen is het sprookje zo'n 25 keer uit de mondelinge overlevering opgetekend, zowel in de complete alsook (een enkele keer) in de korte versie (AT 676). De opgetekende versies zijn veel geringer van omvang dan de Gallandversie en zijn vaak inhoudelijk sterk aangepast aan de lokale cultuur. De hoofdpersoon is doorgaans naamloos, het aantal rovers varieert sterk, in plaats van de deur in de berg is sprake van een valluik of een grote steen die bij het uitspreken van de formule opzij rolt. De karakteristieke toverformule komt in veel verschillende vormen voor, o.a. 'Berg Semsi, doet u open', 'Dieze, dieze open', 'Zeezaad, ga open'. In sommige verhalen zijn kabouters in plaats van rovers de eigenaar van de onderaardse schatten en vertoont de handeling ook een minder gewelddadig karakter. Een in Groningen in 1890 opgetekende versie eindigt daarentegen in de nuchtere alledaagse werkelijkheid: de Groningse 'Ali Baba', een kastelein, ging naar de burgemeester om de zaak aan te geven, 't rovershol werd onderzocht en leeggehaald en het geld kwam aan de gemeente. Die liet er flink wat voor doen en zo kwam het geld dat op een oneerlijke manier bij elkaar was gebracht, weer onder de mensen.
De Franse cineast Jacques Becker verfilmde in 1954 het verhaal tot een parodistisch sprookje met een socialistische ondertoon, getiteld Ali-Baba et les quarante voleurs, met in de hoofdrol de acteur Fernandel.
Ali Baba brengt de vier delen van het lichaam van zijn broer naar huis. Zijn slavin Mardschana laat de vier stukken door een schoenmaker aan elkaar naaien, waarna de broer van Ali Baba wordt begraven. De rovers ontdekken via de schoenmaker het huis van Ali Baba en markeren diens huis met een teken teneinde hem 's nachts te kunnen vermoorden. Ali Baba's slavin Mardschana ontdekt dit en voorziet de huizen in de omgeving van hetzelfde teken waardoor het plan van de rovers wordt verijdeld. Vervolgens verstoppen ze zich in leren kruiken en komen zo het huis van Ali Baba binnen. Wederom ontdekt Mardschana de list: ze doodt de rovers door kokende olie in de kruiken te gieten. Alleen de roverhoofdman blijft in leven. Deze doet zich tenslotte voor als koopman, weet het vertrouwen van de zoon van Ali Baba te winnen en wordt als diens vriend bij Ali Baba thuis uitgenodigd. Doordat hij met het oog op de moord die hij beraamt, geen zout in zijn eten wil, herkent Mardschana in hem de roverhoofdman en doodt hem tijdens een dans.
Het sprookje van Ali Baba en de veertig rovers behoort samen met dat van Aladdin en de wonderlamp tot de bekendste sprookjes uit Duizend-en-één-nacht. De oudste versie treffen we aan in Jean Antoine Gallands Les Mille et Une Nuits (1704-1717) (zie ook -> Aladdin). Galland hoorde het sprookje van de Syrische christen Hanna en kreeg het mogelijk van hem in schriftelijke vorm meegedeeld. Het sprookje werd via de vertaling van Galland in Europa zeer populair en is na enige tijd in verschillende talen als volksboek verspreid. De verschillende motieven waaruit het is opgebouwd (de verborgen schatkamer, de toverformule om de berg te openen, het meten van geld met een schepel, het binnensmokkelen van de rovers in leren zakken) wijzen alle in de richting van een oosterse oorsprong. Het sprookje van Ali Baba, dat zeer frequent uit de mondelinge overlevering is opgetekend, vertoont niet steeds de volledige vorm zoals hierboven beschreven. Het eerste deel waarin de ontdekking van de schat door Ali Baba en de bestraffing van zijn jaloerse broer centraal staan, komt ook als zelfstandig sprookje voor (AT 676). In deze vorm kregen de Grimms het via een van hun zegslieden, Ludowine von Haxthausen, toegestuurd en drukten zij het in hun Kinder- und Hausmärchen af (nr. 142: 'Simeliberg'). Ook het tweede en laatste deel waarin de rovers op zoek gaan naar Ali Baba om hem te vermoorden, komt als zelfstandig sprookje voor (AT 954). In Nederland en Vlaanderen is het sprookje zo'n 25 keer uit de mondelinge overlevering opgetekend, zowel in de complete alsook (een enkele keer) in de korte versie (AT 676). De opgetekende versies zijn veel geringer van omvang dan de Gallandversie en zijn vaak inhoudelijk sterk aangepast aan de lokale cultuur. De hoofdpersoon is doorgaans naamloos, het aantal rovers varieert sterk, in plaats van de deur in de berg is sprake van een valluik of een grote steen die bij het uitspreken van de formule opzij rolt. De karakteristieke toverformule komt in veel verschillende vormen voor, o.a. 'Berg Semsi, doet u open', 'Dieze, dieze open', 'Zeezaad, ga open'. In sommige verhalen zijn kabouters in plaats van rovers de eigenaar van de onderaardse schatten en vertoont de handeling ook een minder gewelddadig karakter. Een in Groningen in 1890 opgetekende versie eindigt daarentegen in de nuchtere alledaagse werkelijkheid: de Groningse 'Ali Baba', een kastelein, ging naar de burgemeester om de zaak aan te geven, 't rovershol werd onderzocht en leeggehaald en het geld kwam aan de gemeente. Die liet er flink wat voor doen en zo kwam het geld dat op een oneerlijke manier bij elkaar was gebracht, weer onder de mensen.
De Franse cineast Jacques Becker verfilmde in 1954 het verhaal tot een parodistisch sprookje met een socialistische ondertoon, getiteld Ali-Baba et les quarante voleurs, met in de hoofdrol de acteur Fernandel.
Literatuur
Teksten: Littmann 1953, II, p.791-859; KHM nr. 142.
Studies: AT 676 en AT 954; VDK p. 351 en 386-387; De Meyer 1968, p. 82-83 en 98; Sinninghe 1943a, p. 23 en 27; BP 3, p. 137-145; EM, 1, 302-311; Scherf 1995, 1, p. 78-80, 447-453; 2, p. 1112-1113.
Studies: AT 676 en AT 954; VDK p. 351 en 386-387; De Meyer 1968, p. 82-83 en 98; Sinninghe 1943a, p. 23 en 27; BP 3, p. 137-145; EM, 1, 302-311; Scherf 1995, 1, p. 78-80, 447-453; 2, p. 1112-1113.
