Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Drie dokters

Een (), (foutieve datum)

Onderwerp

AT 0660 - The Three Doctors    AT 0660 - The Three Doctors   

Beschrijving

The Three Doctors

Tekst

Drie rondreizende artsen tonen een herbergier hun kunsten. De eerste snijdt zichzelf een hand af, de tweede het hart uit en derde neemt zich een oog uit. Deze lichaamsdelen worden in een kast geplaatst met de bedoeling ze later weer aan of in te zetten. Maar door nalatigheid van de meid kan de kat er bij komen en deze eet ze op. Buiten medeweten van de dokters worden ze vervangen door de hand van een dief, het hart van een varken en de ogen van een kat. Ze transplanteren deze en kunnen zo weer uit de voeten, zij het dan dat de dokter met de hand van een dief deze niet thuis kan houden, die met het varkenshart het liefst in troep omwroet en die met de kattenogen bij nacht beter ziet dan overdag. Bovenstaande vertelling vinden we voor het eerst in het fameuze, circa 1300 ontstane middeleeuwse verhalenboek Gesta Romanorum (nr. 76): twee beroemde artsen twisten erover wie de betere van hen beiden is en gaan een wedstrijd aan. Nummer een neemt nummer twee beide ogen uit en zet ze er dan weer in. Nu verwijdert nummer twee de ogen van nummer een, maar voor hij deze terug kan zetten, rooft een raaf er een weg. Hij neemt nu het oog van een geit en zet dit nummer een naast het overgebleven eigen oog in. Deze merkt hier niets van en voortaan leven de beide dokters in volle harmonie overtuigt van elkaars kunnen. In de negentiende en twintigste eeuw blijkt dit verhaal in Europa structureel uitgebouwd tot een grotesk humoristisch sprookje, zoals in nummer 118 ('Die drei Feldscherer', 1813, uit Zwehrn) van de Kinder- und Hausmärchen van de gebroeders Grimm, hierboven samengevat. Dit sprookje (AT 660: 'The three doctors') is in deze uitgewerkte vorm, waarin het gevonden is in Noord-, West- en Midden-Europa en in Noord-Amerika, tamelijk zeldzaam, maar daarentegen buitengewoon geliefd in kortere vormen, waarin maar een arts optreedt die bij een patiënt een lichaamsdeel wegneemt en als hij dit kwijtraakt (meestal omdat een dier het opeet) vervangt door een passend lichaamsdeel van gewoonlijk een ander dier. Een man krijgt bijvoorbeeld kattenogen en gaat op muizenjacht (voor het eerst in het Middelhoogduitse Wie ein künic Isan einer katzen ouge gewan) of een varkensmaag en vindt daarna de schillen lekkerder dan de aardappels (voor het eerst bij de Neurenberger schoenmaker en Meistersinger Hans Sachs [1494-1576]: 'Der Bauer mit dem Säumagen', 1547, 1557). Of hij krijgt het been van een vrouw aangezet en raakt zo in de problemen als hij moet urineren, enzovoort, enzovoort. Het thema verschuift zo van het sprookje via het grappige verhaal, de klucht, naar de satire, de parodie en het leugenverhaal. Geen wonder dat het, met het varkensmaag-motief, ook de leugenmeester bij uitstek Karl Friedrich Hieronymus Freiherr von Münchhausen (1720-1797) werd toegedicht. Veel moderne varianten hebben een scabreus karakter: een man krijgt een ui voor een testikel, zodat de tranen hem in de ogen springen als hij de liefde bedrijft, of per ongeluk een stukje penis aan zijn neus en een stukje neus aan zijn penis en moet voortaan door de neus urineren en door zijn penis snuiten, enz. Als mop, want dat is het type nu geworden, leent het zich uitstekend voor beroepen- en overhedenspot, inter-etnisch katten en politieke afrekening. Een viertal voorbeelden: Een arbeider krijgt via een transfusie nieuw bloed toegediend en is sindsdien zo lui als wat. Voor acht uur is hij nergens voor te porren en om vier uur zit hij al weer thuis. Het blijkt dat hij onderwijzersbloed heeft gekregen. -- Een boer heeft zijn verstofte hersenen bij een specialist achtergelaten voor een grote beurt. Als hij ze niet terug komt halen spreekt deze hem aan. "Hou ze maar, ik heb ze niet meer nodig. Ik zit nu in de gemeenteraad (kamer, enzovoort)." -- Een Belg wil Nederlander worden en moet hiertoe een deel van zijn hersenen weg laten nemen. De dokter snijdt per ongeluk iets te veel weg. Als hij zich bij de weer bijgekomen man uitput in verontschuldigingen, antwoordt deze laconiek: "Dat hindert neat" (Fries: Dat geeft niks). -- Een inwoner van Riad vertelt de laatste, uit Egypte geïmporteerde mop over Saddam Hussein: een moeder in Irak hoort van de dokter dat de hersenen van haar zoontje vervangen moeten worden. De vrouw schrikt als de medicus voorstelt hem de hersenen van een aap te geven: "Kan mijn jongen dan nog goed nadenken?" "Jawel," zegt de arts, "dat maakt niets uit. Jaren geleden hebben we in Bagdad een schoen bij een jongetje ingeplant. Hij is later president geworden." (NRC 7-2-1991). Dit soort actualiseringen kan men bijna wereldwijd horen. Ze zullen zeker niet allemaal op verre herinneringen aan de drie dokters teruggaan, maar kunnen telkens opnieuw ontstaan als de geschikte voedingsbodem aanwezig is. Het thema is in elk geval al zeer oud. Uit het klassieke Epidaurus, waar een beroemde aan de Griekse god van de geneeskunst Asklepios gewijde tempel stond, kennen we al berichten over geslaagde herplaatsingen van uitgenomen en schoongemaakte lichaamsdelen. Ook in de geschreven literatuur en in andere volksverhaalgenres, de ernstige sage bijvoorbeeld, speelt dit motievencomplex mee, zij het ook in andere narratieve contexten. In Nederland en Vlaanderen is dit sprookje in zijn volle omvang niet vaak opgetekend, respectievelijk maar een (in Friesland) en vijf keer. De verkorte vormen en de moderne moppen waren en zijn in Nederland echter volop bekend. In Vlaanderen zal dit niet veel anders (geweest) zijn.

Literatuur

Teksten: KHM nr. 118; Van der Kooi 1979a, nr. 31; Van der Kooi & Schuster 1994, nr. 169-170; De Meyere 1925-1933, 3, p. 58-60; Poortinga 1978, p. 146-147; Stalpaert 1977, p. 301-302.
Studies: AT 660; VDK p. 349-350; De Meyer 1968, p. 81; Tubach 1969, nr. 2310; EM 3, kol. 742-747; BP 2, p. 552-555.