Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Kat de bel aanbinden

Een (), (foutieve datum)

Onderwerp

AT 0110 - Belling the Cat    AT 0110 - Belling the Cat   

Beschrijving

Belling the Cat

Tekst

De muizen hielden eens een conferentie om te beraadslagen hoe ze zich tegen de kat konden verdedigen. Een wijze muis stelt tenslotte voor om de kat een bel om te binden, dan kunnen ze hem altijd aan horen komen. Iedereen is enthousiast tot iemand de vraag stelt, wie zal het doen? Niemand durft en zo zijn de muizen nog steeds een gemakkelijke prooi voor de kat. Het sinds de late middeleeuwen bekende Nederlandse spreekwoord 'De kat (kater) de bel aanbinden' -- het kent zijn parallellen in de meeste Europese cultuurtalen -- gaat terug op een oude dierfabel (AT 110: 'Belling the cat'). Deze komt voor het eerst voor in de oudste Syrische vertaling (Kalila en Dimna, ca. 570) van een verloren gegane Middelperzische bewerking van een beroemd Indisch verhalenboek, de vorstenspiegel Pancatantra, die ergens tussen de derde en zesde eeuw vorm kreeg. Mogelijkerwijze gaat hij op een klassieke overlevering terug. De oudste Europese tekst van deze fabel vinden we (in het Latijn) bij de bereisde Engelse geestelijke Odo van Cheriton (ca. 1175-ca. 1247). Hierboven is hij naverteld. In de laatmiddeleeuwse volksliteraturen wordt dit verhaaltje spoedig zeer geliefd en deze populariteit zet zich ook in de nieuwe tijd door. Luther bijvoorbeeld gebruikte het als preekexempel en La Fontaine (1621-1695) zorgde in 1668 in zijn Fables choisis (II,2) voor de klassieke berijmde versie: 'Conseil tenu pour les rats'. In het Middelnederlands vinden we de fabel vanaf de 15e-eeuwse Twispraec der creaturen. Talloos zijn verder, ook in de Nederlandse letterkunde, de toespelingen erop, die duidelijk maken, hoe algemeen bekend hij was. Ongetwijfeld op gang gebracht door deze Europese literaire traditie is het bijna wereldwijd voorkomen van dit verhaaltype in de jongere mondelinge overlevering. Hoewel deze mondelinge overlevering (ook in Nederland) opmerkelijk stabiel is en weinig variaties kent, hebben zich toch enkele bijzondere redacties ontwikkeld. Zo kennen we uit Vlaanderen een mogelijk uit Noord-Frankrijk, waar hij ook voorkwam, overgewaaide redactie, die gekenmerkt wordt door een aetiologisch, natuurverschijnselen verklarend aanhangsel: de muizen doen een bel in het eten van de kat. Poes slikt deze door en nu horen ze hem overal en altijd aankomen. Daarom snuffelt de kat sindsdien aan alle eten dat haar voorgeschoteld wordt en na het eten schudt zij nog eens met haar lijf, om er zeker van te zijn dat zij deze keer geen belletje heeft doorgeslikt. Het spreekwoord werd al vrij snel min of meer losgekoppeld van de fabel en kreeg als kernbetekenis: een zaak aanhangig maken, ergens mee beginnen, iets openbaren, ook: iets onzinnigs doen. Deze loskoppeling leidde er toe, dat men meer en meer niet muizen, maar mensen als belaanbinders ging zien. In het spoor van deze betekenis- en functieverschuiving vinden we op het beroemde spreekwoordenschilderij van Pieter Brueghel de Oude (ca. 1525-1569) uit 1559 en op de vele zich hierop baserende of hierdoor geïnspireerde Nederlandse en Vlaamse volks- en kinderprenten ons spreekwoord in beeld gebracht als een man, die een kat een bel aanbindt.

Literatuur

Teksten: De Meyere 1925-1933, 4, p. 44; Perry 1975, p. 545; Poortinga 1976, p. 355.
Studies: AT 110; VDK p. 292-293; De Meyer 1968, p. 24-25, nr. 110**; EM 7, kol. 1117-1121; Tubach 1969, nr. 566; DG, nr. 483; Schippers 1995, nr. 264; Stoet 1923-1925, 1, nr. 1094; Brednich 1975; De Meyer 1962, p. 440-449; Röhrich 1991-1992, 2, kol. 821-822.