Hoofdtekst
Wat ik nou vertel, dat speelde op de grens van Sliedrecht en Giessendam. Een beruchte buurt! Ik heb 't van een kennis van me. D'r was daar een juffrouw en die had verkering met een vent. Ze gingen een eindje wandelen over de dijk. Die jongen moest even naar beneden een kleine boodschap doen. Toen die beneden was, komt er een zwarte hond tegen de dijk op hollen. Dat meisje had een zwart schortje aan, ze was dienstbode of van dat slag. Die hond verscheurt dat zwarte schortje. Toen ging die hond d'r weer vandoor. Even later komt die jongen weer naar boven de dijk op: "Meid wat zie je d'r uit!" Maar toen die in 't licht kwam, zag dat meisje dat de zwarte draaie van dat schortje tussen z'n tanden zaten.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een meisje en jongen lopen over de dijk. Als de jongen even weggaat wordt het meisje aangevallen door een zwarte hond. Als haar vriend terugkomt herkent zij hem als de hond, aangezien er rafels van haar schort tussen zijn tanden zitten.
Bron
Kooijman, Henk: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 74
Motief
D113 - Transformation: man to canine animal (wild).   
Plaats van Handelen
Sliedrecht   
Giessendam   
Kloekenummer in tekst
K096p   
K097p   
