Hoofdtekst
Eene dagtaak.
Er was eens een oude vrijer die koophandel dreef in vee en landbouwproducten en daarmede een aardig vermogen had gewonnen. Maar hij was gierig en daarom ongetrouwd gebleven, want hij vreesde dat eene vrouw allicht meer geld zoude verspillen dan hem lief was. Maar nu kreeg hij op zekeren tijd een nieuwe huishoudster, eene gezonde levenslustige meid van nog geen dertig jaar. Deze wist het zoo aan te leggen, dat hij haar tot vrouw nam. Niet lang echter na den trouwdag verweet hij zich reeds dat hij eene dwaasheid had begaan. Zijne jonge vrouw was van geringe afkomst en nu zij in ruimer omstandigheden was gekomen, bestond er groot gevaar, dat zij te rijk zou willen leven. Lekker smullen, zich fraai kleeden en ook in huis allerlei pracht ten toon spreiden, zijn dingen die zulke ijdele schepsels gaarne doen, dacht hij. En het kwam hem raadzaam voor, daartegen zoo mogelijk maatregelen te nemen. Haar den geheelen dag aan het werk te houden, zoodat zij voor onnoodige liefhebberijen geen tijd had, dit zoude misschien een goed middel zijn om het gevreesde kwaad af te weren. De koopman ging meest elken morgen op reis voor zijne zaken en keerde dikwijls niet voor 's avonds laat terug. De vrouw had alzoo ruimschoots gelegenheid, om buiten zijn weten iets uit te voeren wat hem niet welgevallig kon zijn. Dit wilde hij trachten haar te beletten.
En wat deed hij nu? Telkens, als hij voor een dag op reis ging, schreef hij haar eene dagtaak voor en hij zorgde wel, dit lijstje zoo goed te vullen, dat zij den ganschen dag bijna geen oogenblik ledig kon zijn. De koopman was sinds lang gewoon zich altijd met huishoudelijke zaken te bemoeien en alles tot in de bijzonderheden na te gaan. Hierdoor was hij ingewijd in alle geheimen der huishouding en wist zeer goed met hoe veel, of liever met hoe weinig eene vrouw konde rondkomen, en deze kennis diende hem tot leidraad bij het samenstellen der dagtaak.
De jonge vrouw had verstand en overleg genoeg om eene huishouding te besturen. Zij had werken geleerd en was er niet afkeerig van. Zij legde zich er op toe om alles te doen wat haar door haar man werd voorgeschreven. Maar!.... het was haar wel tegen de borst en zij wachtte slechts op eene gelegenheid om hem zijne gestrengheid betaald te zetten.
Het huis van den koopman stond een weinig afgezonderd en eenzaam op een erf, dat omgeven was met een niet zeer wijde maar tamelijk diepe gracht, en over deze lag een plank of vonder, waarlangs men op den algemeenen weg kwam. Deze plank was door veeljarigen dienst zoo ongaaf en zwak geworden, dat een minder zuinige eigenaar reeds lang voor een nieuwe zoude hebben gezorgd. En op zekeren morgen, toen hij weêr op reis zoude gaan, brak de plank terwijl hij er over liep, en in een ommezien stond hij tot aan de borst in het water. Hij zag geen kans om zonder hulp er uit te komen en begon hard te schreeuwen aan zijne vrouw. Zij kwam niet spoedig, maar toen hij aanhield, en steeds barder riep, opende zij eindelijk even de deur, stak het hoofd naar buiten en vroeg verwonderd: «Wat is er toch?» - «Moet je dat nog vragen?» snauwde hij haar toe, «je moet mij helpen uit de gracht te komen.» - «Ja maar,» zeî ze,«dan moet ik eerst mijn lijstje voor vandaag eens nazien.» Zij ging weêr naar binnen, kwam na eenige oogenblikken terug en zeî: «Het is mij voor vandaag niet voorgeschreven dat ik iemand uit het water moet helpen, dus ik doe ‘t u ook niet.» Zij sloot de deur en liet hem aan zijn lot over.
Hij begreep nu dat hij zichzelven moest helpen of in de gracht blijven. Niet dan na zeer veel inspanning gelukte het hem op den wal te komen. Hij liep buiten het huis om, de achterdeur in, naar de keuken, waar hij zijne vrouw vond, en zeide: «Help mij nu maar spoedig de natte kleêren uittrekken en bezorg mij droge.» Zij greep weêr naar het lijstje, zag het na en zeide: «Ook dat is mij heden niet voorgeschreven, dus ik kan er mij niet meê bemoeien. Belet mij maar niet meer, ik zoude anders mijne dagtaak niet ten einde krijgen.» En zij liet hem alleen. Hij moest zich trachten te redden en hij deed dit, maar kreeg toch een harde koorts en moest naar bed. Een en ander bracht hem tot beter inzien en spoedig overlegden man en vrouw, dat zij meer geluk zouden smaken, wanneer ieder op zijn gebied bleef, en men elkander niet wantrouwde. Hieraan hebben zij zich in het vervolg gehouden en zij hebben nog lang gelukkig geleefd.
Er was eens een oude vrijer die koophandel dreef in vee en landbouwproducten en daarmede een aardig vermogen had gewonnen. Maar hij was gierig en daarom ongetrouwd gebleven, want hij vreesde dat eene vrouw allicht meer geld zoude verspillen dan hem lief was. Maar nu kreeg hij op zekeren tijd een nieuwe huishoudster, eene gezonde levenslustige meid van nog geen dertig jaar. Deze wist het zoo aan te leggen, dat hij haar tot vrouw nam. Niet lang echter na den trouwdag verweet hij zich reeds dat hij eene dwaasheid had begaan. Zijne jonge vrouw was van geringe afkomst en nu zij in ruimer omstandigheden was gekomen, bestond er groot gevaar, dat zij te rijk zou willen leven. Lekker smullen, zich fraai kleeden en ook in huis allerlei pracht ten toon spreiden, zijn dingen die zulke ijdele schepsels gaarne doen, dacht hij. En het kwam hem raadzaam voor, daartegen zoo mogelijk maatregelen te nemen. Haar den geheelen dag aan het werk te houden, zoodat zij voor onnoodige liefhebberijen geen tijd had, dit zoude misschien een goed middel zijn om het gevreesde kwaad af te weren. De koopman ging meest elken morgen op reis voor zijne zaken en keerde dikwijls niet voor 's avonds laat terug. De vrouw had alzoo ruimschoots gelegenheid, om buiten zijn weten iets uit te voeren wat hem niet welgevallig kon zijn. Dit wilde hij trachten haar te beletten.
En wat deed hij nu? Telkens, als hij voor een dag op reis ging, schreef hij haar eene dagtaak voor en hij zorgde wel, dit lijstje zoo goed te vullen, dat zij den ganschen dag bijna geen oogenblik ledig kon zijn. De koopman was sinds lang gewoon zich altijd met huishoudelijke zaken te bemoeien en alles tot in de bijzonderheden na te gaan. Hierdoor was hij ingewijd in alle geheimen der huishouding en wist zeer goed met hoe veel, of liever met hoe weinig eene vrouw konde rondkomen, en deze kennis diende hem tot leidraad bij het samenstellen der dagtaak.
De jonge vrouw had verstand en overleg genoeg om eene huishouding te besturen. Zij had werken geleerd en was er niet afkeerig van. Zij legde zich er op toe om alles te doen wat haar door haar man werd voorgeschreven. Maar!.... het was haar wel tegen de borst en zij wachtte slechts op eene gelegenheid om hem zijne gestrengheid betaald te zetten.
Het huis van den koopman stond een weinig afgezonderd en eenzaam op een erf, dat omgeven was met een niet zeer wijde maar tamelijk diepe gracht, en over deze lag een plank of vonder, waarlangs men op den algemeenen weg kwam. Deze plank was door veeljarigen dienst zoo ongaaf en zwak geworden, dat een minder zuinige eigenaar reeds lang voor een nieuwe zoude hebben gezorgd. En op zekeren morgen, toen hij weêr op reis zoude gaan, brak de plank terwijl hij er over liep, en in een ommezien stond hij tot aan de borst in het water. Hij zag geen kans om zonder hulp er uit te komen en begon hard te schreeuwen aan zijne vrouw. Zij kwam niet spoedig, maar toen hij aanhield, en steeds barder riep, opende zij eindelijk even de deur, stak het hoofd naar buiten en vroeg verwonderd: «Wat is er toch?» - «Moet je dat nog vragen?» snauwde hij haar toe, «je moet mij helpen uit de gracht te komen.» - «Ja maar,» zeî ze,«dan moet ik eerst mijn lijstje voor vandaag eens nazien.» Zij ging weêr naar binnen, kwam na eenige oogenblikken terug en zeî: «Het is mij voor vandaag niet voorgeschreven dat ik iemand uit het water moet helpen, dus ik doe ‘t u ook niet.» Zij sloot de deur en liet hem aan zijn lot over.
Hij begreep nu dat hij zichzelven moest helpen of in de gracht blijven. Niet dan na zeer veel inspanning gelukte het hem op den wal te komen. Hij liep buiten het huis om, de achterdeur in, naar de keuken, waar hij zijne vrouw vond, en zeide: «Help mij nu maar spoedig de natte kleêren uittrekken en bezorg mij droge.» Zij greep weêr naar het lijstje, zag het na en zeide: «Ook dat is mij heden niet voorgeschreven, dus ik kan er mij niet meê bemoeien. Belet mij maar niet meer, ik zoude anders mijne dagtaak niet ten einde krijgen.» En zij liet hem alleen. Hij moest zich trachten te redden en hij deed dit, maar kreeg toch een harde koorts en moest naar bed. Een en ander bracht hem tot beter inzien en spoedig overlegden man en vrouw, dat zij meer geluk zouden smaken, wanneer ieder op zijn gebied bleef, en men elkander niet wantrouwde. Hieraan hebben zij zich in het vervolg gehouden en zij hebben nog lang gelukkig geleefd.
Onderwerp
AT 1562B - Wife Follows Written Instructions   
ATU 1562B - Wife Follows Written Instructions.   
Beschrijving
Een welgestelde veehandelaar is uit gierigheid lange tijd ongehuwd gebleven. Op een dag besluit hij echter toch te trouwen met zijn huishoudster, een jonge meid. Hij is echter bang dat zij zijn geld zal verkwisten. Hij besluit haar bezig te houden zodat zij geen tijd heeft om aan luxe zaken te denken en geld uit te geven. Elke dag geeft hij haar een goedgevulde takenlijst. De jonge vrouw wil hem zijn bedilzucht betaald zetten. Als de man op een dag in de gracht valt en haar om hulp vraagt, weigert ze, omdat dat niet op haar takenlijstje staat. Ook wil zij hem niet helpen afdrogen omdat dit niet tot haar taken voor die dag behoort. De man vat kou en wordt ziek. De man ziet in dat hij te streng is geweest voor zijn vrouw en in het vervolg leven zij in harmonie.
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 114-116
Motief
H922 - Departing husband assigns his wife tasks.   
J2516.3.1 - Wife follows written instructions.   
