Hoofdtekst
Nog drie moffen.
Drie moffen, pas in Friesland aangekomen, kwamen met elkander overeen, dat zij de friesche boerentaal wilden leren. Het beste wat zij konden doen was, naar hunne meening, maar nauwkeurig op te letten wat de boeren zeiden en dat te onthouden.
Zij kwamen voorbij een huis, daar riep een jongen zijnen vader toe: «Sjuch, heit! trije poepen!»
Een van het drietal dit hoorende zeî: «Trij poepen - das wol ich enthollen.»
Iets verder zat nabij den weg eene meid de koe te melken en riep tot het beest: «Om kou!»
De tweede mof zeî: «Om kou - das wol ich enthollen.»
Weêr iets verder was een timmerman bezig eene plank te schaven. Toen hij gedaan had keek hij er op langs en zeî: «Dat is rjucht. »
«Dat is rjucht - das wol ich enthollen,» zeî de derde mof.
Nu was er een man vermoord en men zocht naar den dader of de daders. Twee gerechtsdienaars ontmoetten onze reizigers en vroegen of zij misschien ook wisten, wie de misdaad had gepleegd.
«Trij poepen» zeî de eene mof.
«Welzoo? Dan ben jijlui die zeker. Waarom hebt ge dat gedaan?»
«Om kou,» zeî de tweede mof.
«Om eene koe! jawel! Nu, dan zult gij moeten hangen.»
«Dat is rjucht,» zeî de derde mof.
De rechter meende ook dat dit recht was; de drie leeperds werden verwezen tot de galg.
Dit was nu wel wat erg; ja, maar 't is maar een vertelsel.
Drie moffen, pas in Friesland aangekomen, kwamen met elkander overeen, dat zij de friesche boerentaal wilden leren. Het beste wat zij konden doen was, naar hunne meening, maar nauwkeurig op te letten wat de boeren zeiden en dat te onthouden.
Zij kwamen voorbij een huis, daar riep een jongen zijnen vader toe: «Sjuch, heit! trije poepen!»
Een van het drietal dit hoorende zeî: «Trij poepen - das wol ich enthollen.»
Iets verder zat nabij den weg eene meid de koe te melken en riep tot het beest: «Om kou!»
De tweede mof zeî: «Om kou - das wol ich enthollen.»
Weêr iets verder was een timmerman bezig eene plank te schaven. Toen hij gedaan had keek hij er op langs en zeî: «Dat is rjucht. »
«Dat is rjucht - das wol ich enthollen,» zeî de derde mof.
Nu was er een man vermoord en men zocht naar den dader of de daders. Twee gerechtsdienaars ontmoetten onze reizigers en vroegen of zij misschien ook wisten, wie de misdaad had gepleegd.
«Trij poepen» zeî de eene mof.
«Welzoo? Dan ben jijlui die zeker. Waarom hebt ge dat gedaan?»
«Om kou,» zeî de tweede mof.
«Om eene koe! jawel! Nu, dan zult gij moeten hangen.»
«Dat is rjucht,» zeî de derde mof.
De rechter meende ook dat dit recht was; de drie leeperds werden verwezen tot de galg.
Dit was nu wel wat erg; ja, maar 't is maar een vertelsel.
Onderwerp
AT 1697 - "We Three; For Money"   
ATU 1697 - “We Three; For Money.”   
Beschrijving
Drie moffen willen Fries leren. Elk onthouden ze een zin, de eerste "Trij poepen" (drie moffen), de tweede "Om kou" (om een koe) en de derde "Dat is rjucht" (dat is recht). Als er een man vermoord is, wordt aan de mannen gevraagd of ze weten wie dit gedaan heeft. De eerste antwoordt: "Trij poepen", als er gevraagd wordt waarom, antwoordt de tweede "om kou". Als er gezegd wordt dat ze zullen moeten hangen, zegt de derde "dat is rjucht". De rechter veroordeelt de drie mannen tot de galg.
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 142-143
Motief
C495.2.2 - “We three”--“For gold”--“That is right”: phrases of foreign language.   
Naam Overig in Tekst
Friesche   
Friesland   
Poepen   
Moffen   
Naam Locatie in Tekst
Friesland   
