Hoofdtekst
Maakte Job ook zoetemelksche kaas?
In vroeger tijd, toen de landerijen niet half zooveel opbrachten als thans, was niet zelden eene pastorie tevens boerderij en de predikant veehouder en zelf gebruiker der pastorielanden. Zulk een predikant preekte op zekeren zondag over het geduld van Job. Uit de kerk tehuis komende was zijn eerste werk, te zien naar het partijtje zoetemelksche kaas, dat hij in den melkkelder had staan en den volgenden dag zou afgeleverd worden. En nu ontdekte hij, dat door onachtzaamheid der dienstmeid eene deur had opengestaan tengevolge waarvan alle kazen gebarsten waren. Thans begon hij uit te vallen, zoo onstuimig, dat zijne vrouw goedvond hem onder het oog te brengen, dat hij wel eens mocht denken aan het geduld van Job. - «Wat praat jij van het geduld van Job,» snauwde hij haar toe, «maakte Job dan ook zoetemelksche kaas?» - Hiervan kwam het spreekwoord: «Makke Jop ek swietmâlks-tsiis?»
In vroeger tijd, toen de landerijen niet half zooveel opbrachten als thans, was niet zelden eene pastorie tevens boerderij en de predikant veehouder en zelf gebruiker der pastorielanden. Zulk een predikant preekte op zekeren zondag over het geduld van Job. Uit de kerk tehuis komende was zijn eerste werk, te zien naar het partijtje zoetemelksche kaas, dat hij in den melkkelder had staan en den volgenden dag zou afgeleverd worden. En nu ontdekte hij, dat door onachtzaamheid der dienstmeid eene deur had opengestaan tengevolge waarvan alle kazen gebarsten waren. Thans begon hij uit te vallen, zoo onstuimig, dat zijne vrouw goedvond hem onder het oog te brengen, dat hij wel eens mocht denken aan het geduld van Job. - «Wat praat jij van het geduld van Job,» snauwde hij haar toe, «maakte Job dan ook zoetemelksche kaas?» - Hiervan kwam het spreekwoord: «Makke Jop ek swietmâlks-tsiis?»
Beschrijving
Een predikant besteedt in de preek aandacht aan het geduld van Job. Als hij thuiskomt, kijkt hij in de melkkelder hoe ver de zoetemelkse kaas die daar ligt te rijpen is. Het blijkt dat de dienstmeid de deur open heeft laten staan en de kazen zijn gebarsten. Hij wordt erg boos. Zijn vrouw herinnert hem aan het geduld van Job maar de predikant roept boos uit: "maakte Job dan ook zoetemelksche kaas?"
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 145
Commentaar
Dit verhaal valt in Dykstra onder het kopje 'spreekwoorden'.
Naam Overig in Tekst
Job   
