Hoofdtekst
De gouden sleutel.
In zekeren winter, toen er veel sneeuw lag, werd een arme jongen door zijne ouders uitgezonden met eene slede om brandhout te halen. Toen hij nu in het bosch de slede opgehoopt vol had geladen met doode takken, wilde hij, voor hij naar huis terugkeerde, een vuurtje maken om zich wat te warmen. Hij ruimde daarvoor de sneeuw wat weg en vond toen op den grond een gouden sleutel. Dadelijk dacht hij: waar een sleutel is moet ook een slot zijn. En verder zoekende vond hij ook onder de sneeuw een ijzeren kistje. In dit kistje kon hij in 't eerst geen slotgat vinden; maar na lang zoeken vond hij het toch. Laat ons nu wachten tot hij het kistje geopend heeft, dan zal ik vertellen welke wonderbaarlijke dingen er in opgesloten waren.
In zekeren winter, toen er veel sneeuw lag, werd een arme jongen door zijne ouders uitgezonden met eene slede om brandhout te halen. Toen hij nu in het bosch de slede opgehoopt vol had geladen met doode takken, wilde hij, voor hij naar huis terugkeerde, een vuurtje maken om zich wat te warmen. Hij ruimde daarvoor de sneeuw wat weg en vond toen op den grond een gouden sleutel. Dadelijk dacht hij: waar een sleutel is moet ook een slot zijn. En verder zoekende vond hij ook onder de sneeuw een ijzeren kistje. In dit kistje kon hij in 't eerst geen slotgat vinden; maar na lang zoeken vond hij het toch. Laat ons nu wachten tot hij het kistje geopend heeft, dan zal ik vertellen welke wonderbaarlijke dingen er in opgesloten waren.
Beschrijving
Een jongen wordt door zijn ouders het bos in gestuurd om brandhout te halen. Hij vindt een gouden sleutel en een ijzeren kistje. Als hij het kistje geopend heeft, kan het verhaal verder gaan.
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 146
Commentaar
Dit verhaal valt in Dykstra onder het kopje 'spreekwoorden'.