Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DYKFRIES2113

Een sage (boek), 1896

Hoofdtekst

Van ouds heeft men, met verschil in de toepassing, zekere bovennatuurlijke kracht toegeschreven aan de woorden die het eerste vers van het Evangelie van Johannes uitmaken:

In den beginne was het Woort
ende het Woort was by Godt
ende het Woort was Godt.

Om te weten of eene vrouw, die men van tooverij verdenkt, werkelijk eene heks is, en of iemand, die aan eene verdachte kwaal lijdt, betooverd is of niet, doet men het volgende: In een meest gebruikelijk kerkboek der protestanten (omdat dit voor het doel het geschiktste formaat is) legt men een kruissleutel op Ev. Joh. I vs, 1, zóó dat de ring of het oog des sleutels buiten het boek ligt. Men slaat het boek toe en bindt er een band of snoer om, zoo vast, dat men het aan den sleutel kan opheffen. Twee personen, tegenover elkander zittende, drukken den uitgestrekten voorsten vinger hunner rechterhand tegen elkander, na eerst den sleutel, met het boek er aan, over een der vingers gehangen en vervolgens op het punt van aanraking geschoven te hebben. Zoo wordt het boek hangende gehouden. Nu vraagt een hunner: «Is N.N. eene tooverheks?» En de ander antwoordt: «Wel zeker niet!» Is de bedoelde vrouw geene heks, dan blijft het boek bewegingloos hangen. Is zij het wel, dan laten de houders, zonder het te willen, den sleutel van de vingers glippen en het boek valt. — Zoo kan men ook vragen: «Is N.N. betooverd of niet?» En het orakel antwoordt op dezelfde wijze. Evenzoo: «Is hij te genezen of niet?» Dit is de sleutelproef (kaeiproeve) die ook op eene eenigszins andere wijze wordt genomen door één persoon. Deze neemt dan een touw, steekt het door het oog van den sleutel, knoopt het dubbel aaneen en doet den sleutel in het midden, steekt de handen aan beide zijden door het dubbele touw en draait het eenige slagen om. Nu steekt hij het einde van den sleutel tusschen de bladen van het kerkboek eveneens bij Ev. Joh. I, vers 1. Dít een en ander zoo vasthoudende zegt hij: In den beginne was het woord en het woord was bij …… hier noemt hij in de plaats van God den naam der vrouw of des mans dien men van tooverij verdenkt. Heeft hij den waren naam genoemd, dan draait de sleutel van zelf om en de schuldige is ontdekt.

Beschrijving

Het eerste vers uit het Johannesevangelie, heeft vaak toverkracht toegekend gekregen. Om na te gaan of iemand die je ervan verdenkt een heks te zijn, ook daadwerkelijk schuldig is, kan je een test uitvoeren. Je moet dan een sleutel bij het Bijbelvers leggen, zo dat de ring van de sleutel nog uit de bijbel steekt, Het boek moet goed dichtgebonden worden zodat je het vast kan houden aan de sleutel. Twee mensen hangen het boek met de ring aan een vinger en vragen of een zeker iemand een heks is. Is deze een heks, dan glipt de sleutel van de vingers, is deze geen heks, dan blijft het boek stil hangen. Ook kan je op deze manier vragen of iemand betoverd is. Deze 'sleutelproef' kan ook door een persoon uitgevoerd worden: in dit geval moet je de sleutel aan een touw doen en bij het eerste vers van Johannes steken. Is de naam die hij noemt van een heks, dan zal de sleutel zich zelf omdraaien.

Bron

Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 170-171

Motief

G250 - Recognition of witches.    G250 - Recognition of witches.   

D1273.3 - Bible texts as magic spells.    D1273.3 - Bible texts as magic spells.   

H251.3.2 - Thief detected by psalter and key.    H251.3.2 - Thief detected by psalter and key.   

Commentaar

Onderdeel van het hoofdstuk "Tooverheksen en duivelbanners".

Naam Overig in Tekst

Johannesevangelie    Johannesevangelie   

Bijbel    Bijbel   

Johannes    Johannes