Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DYKFRIES2117

Een sage (boek), 1896

Hoofdtekst

De lavas of lubbestok, ligusticum levísticum (Friesch lobbestrûk) is eene kwalijkriekende plant, die ongeveer een meter hoog opschiet. Deze plaatsen de boeren voor de vensters van den melkkelder, om de geheime krachten der heksen af te weren en zoo te zorgen dat het boterkarnen niet door tooverij ondoenlijk worde gemaakt. Vroeger bestond onder de boeren het gezegde : «Als wij de boter op het land vinden is de karn betooverd.» — In den tijd toen men weinig of niets deed om schrale onvruchtbare landerijen te verbeteren, vond men soms in laaggelegen oorden op magere weilanden eene paddestoelachtige stof, die voor het oog veel geleek naar boter en dan ook «hekseboter» werd genoemd. Zij was namelijk door de heksen uit de betooverde karn genomen en weggeworpen of verloren. Dat dit goedje, behalve het uiterlijk aanzien, alle eigenschappen van boter miste, verwonderde niemand, want dit was het gevolg der tooverij.*


*Deze heksenboter, in ons land wel traalboter, in Engeland fairy butter, in Zweden trullsmêr of trullskid genoemd, is eene slijmzwam (Myxomyceet) waarvan een gele (Aethalium) in bosschen en op broeiende run, een witte (Spumaria alba D. C.) op gras woekert. Het snel voor den dag komen van deze en dergelijke voorwerpen heeft aanleiding gegeven om hun ontstaan aan geheimzinnige oorzaken toe te schrijven, waarop ook namen als spokenspog, en sterreschot, sterverschot of sterresimitsel wijzen. Onder den laatsten naam worden verschillende dingen verstaan, ook een donkergroen gelei-achtig wier, Nostoe commune, dat, na regen, soms in groote menigte op den grond waargenomen wordt. Ook is wel als sterresnuitsel eene slijmerige massa beschouwd, die, bij onderzoek, uit halfverteerde en door watervogels in de vlucht uitgebraakte kikvorschen bleek te bestaan. — Van dienzelfden aard is ook het geloof omtrent bloedregen, ontleend aan een mikroskopisch kleine roode wier, die in dakgoten enz. langen tijd droog kan liggen en dan na regen plotseling herleven en zich vermenigvuldigen (Haematococcus pluvialis). Men zou hier nog bij kunnen voegen zoogenoemd uit de lucht gevallen of meteoorpapier, dat bestaat uit lagen gedroogde draadwieren, die van een uitgedroogden waterbodem losraken.

Onderwerp

SINSAG 0907 - Teufelsgeld.    SINSAG 0907 - Teufelsgeld.   

Beschrijving

De lavas of lubbestok werd door boeren voor de melkkelder geplant om heksen af te weren.
Op arme grond vond men wel eens een goedje dat eruitzag als boter, maar niet dezelfde eigenschap had. Dit was het werk van heksen.
Doorgaans worden oude vrouwen beschuldigd van hekserij. Er wordt van ze gezegd dat ze 's avonds hun beurs aan de huisdeur hangen om geld te ontvangen van de duivel, maar doorgaans zijn ze toch arm.
Een oude vrouw deed eens of ze kon toveren om ontzag af te dwingen.

Bron

Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 173-174

Motief

G303.21 - The devil‘s money.    G303.21 - The devil‘s money.   

Commentaar

Onderdeel van het hoofdstuk "Tooverheksen en duivelbanners".