Hoofdtekst
Een bakker had het erg druk, en bleef ’s nachts doorwerken. Om middernacht kwam er een zwarte kat door het kattegat onder de deur kijken, begerig, om in de warme bakkerij te komen. De bakker noodde: “Kattemieske, kom maar binnen. ’t Is koud buiten.” De kat kwam binnen, en warmde zich. Spoedig kwam er een tweede kat loeren. De eerste ging er naar toe, en noodde: “Kom maar binnen, de baas vindt het goed.” Zo kwam de een na de ander, en tenslotte, toen het er zeven waren, vond de bakker het te gek. “Wat moet dat?” Hij pakte een emmer heet water, en gooide dit de katten over het lijf. Ze bliezen sissend de aftocht. Toen de bakker tegen de morgen zijn werk af had, en nog even naar de slaapkamer ging om te rusten, zag hij, dat zijn vrouw brandwonden aan het hoofd had! Het bleek dus een heksenkransje.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Bakker laat om middernacht een zwarte kat binnen die nog zes andere uitnodigt, waarna hij heet water over de katten gooit. De volgende ochtend merkt hij dat zijn echtgenote brandwonden heeft.
Bron
Collectie Engels, verslag 3, verhaal 12 (Archief Meertens Instituut)
