Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ALIBABA - Ali Baba en de Veertig Rovers

Een sprookje (cd), 1995

Kassim, de broer van Ali Baba, is de toverspreuk vergeten waarmee hij de schatkamer in de grot weer kan verlaten.<br />

Hoofdtekst

Het spannende verhaal van Ali Baba en de Veertig Rovers

[Vrouwelijke verteller:] In een stad in Perzië woonden eens twee broers: Ali Baba en Kassim. Beiden erfden evenveel van hun overleden vader, maar ze maakten het allebei ook weer even snel op. Daarna trouwde Kassim met een rijke vrouw, en werd eigenaar van een grote winkel, en een pakhuis vol waardevolle koopwaar. Ali Baba daarentegen trouwde met een arme vrouw, met wie hij in een klein hutje ging wonen. Hij verkocht sprokkelhout dat hij dagelijks met zijn drie ezels naar de verschillende bazaars in de stad bracht.
[Mannelijke verteller:] Op een dag had Ali Baba net wat dode takken van een boom afgesneden, en de lading op zijn ezels gelegd, toen 'ie in de verte een grote stofwolk zag, die steeds dichterbij kwam. Het was een grote groep ruiters, en van schrik klom Ali Baba in een boom, want de troep leek verdacht veel op een bende rovers.
[Vrouwelijke verteller:] De ruiters stegen af bij een hoge rots. Hun zadeltassen puilden uit van goud en zilver. Het was duidelijk dat ze hun buit gingen verstoppen. De rover die eruit zag als de hoofdman, baande een weg door de struiken tot hij vlak voor de rots stond.
[Roverhoofdman:] "Sesam Open U!"
[Vrouwelijke verteller:] Plotseling verscheen er een brede opening in de rots. De rovers gingen door de deur naar binnen en de rots sloot zich weer. Ali Baba besloot te wachten tot ze weer naar buiten kwamen, maar toen het hem te lang duurde, maakte hij aanstalten om uit de boom te klimmen. Net op dat moment ging de rots weer open en kwamen de rovers naar buiten. De hoofdman telde zijn mannen en zei toen:
[Roverhoofdman:] "Sesam Sluit U!"
[Vrouwelijke verteller:] De deur ging weer dicht. De rovers stegen weer op hun paarden en reden weg. Ali Baba wachtte tot ze helemaal uit het zicht waren en klom uit de boom.
[Ali Baba;] "Zo zo, dat is interessant. Waarom zou ik zelf niet eens die magische woorden uitspreken en kijken wat er gebeurt? Even kijken, hoe was het ook alweer? Oh ja, ik weet het weer: Sesam Open U! "
[Vrouwelijke verteller:] En nauwelijks had hij dat gezegd, of de rots opende zich, en Ali Baba kon de manshoge gewelfde ruimte binnen gaan. Van boven kwam er licht door een aantal smalle rotsspleten naar binnen. Ali Baba zag tot zijn grote verbazing dat de hele grot van boven tot onder vol stond met kameelladingen zijde, goud- en zilverbrokaat, geborduurde doeken en stapels kleurige tapijten. Daarnaast zag hij nog eens een enorme hoeveelheid gouden en zilveren munten, deels gestouwd in leren tassen en zakken, maar ook gewoon in stapels op de grond.
[Ali Baba:] "Tjonge tjonge, dat is geen buit van maanden, dat is een buit van tientallen jaren. Ik neem een deel van het geld mee. Ze zullen het toch niet missen. Er is zoveel. Nu moet ik gauw weer naar buiten. Hoe zou dat moeten? Nou, ik probeer weer eens wat, he? Sesam Open U!"
[Vrouwelijke verteller:] Prompt ging de deur in de rots open, en Ali Baba sleepte zoveel zakken met goud naar buiten als zijn ezels konden laden. Hij bedekte de zakken met takken en twijgen, zodat niemand kon zien wat hij eigenlijk vervoerde.
[Ali Baba:] "Sesam Sluit U!"
[Vrouwelijke verteller:] De rots sloot zich onmiddellijk en Ali Baba reed zo snel mogelijk naar de stad. Thuis aangekomen leidde hij zijn ezels naar het erf en sloot de poort. Hij haalde de takken en twijgen weg en bracht de zakken goud naar binnen naar zijn vrouw.
[Echtgenote:] "Ali, waar komen al deze gouden muntstukken vandaan? Heb je die gestolen? Nou, zeg op! Ben ik met een dief getrouwd?"
[Ali Baba:] "Nee, nee, nee, nee, wees maar gerust. Ik heb niemand beroofd. Wees blij dat we nu zo rijk zijn. Er is nog veel meer!"
[Echtgenote:] "Hoe kan dat nou? Denk je dat je mij voor de gek kunt houden? Vertel op, Ali, ik wil het weten."
[Ali Baba:] "Luister dan ook naar mij! Het is trouwens wel een vreemd verhaal."
[Vrouwelijke verteller:] Ali Baba vertelde het hele verhaal en zijn vrouw luisterde vol verbazing. Toen legde hij de goudstukken in stapeltjes op de vloer en zijn vrouw begon te tellen.
[Echtgenote:] "Het is veel te veel om te tellen. Ik kan veel beter de weegschaal van je broer lenen. Ik zal hem even halen, ik ben zo terug."
[Vrouwelijke verteller:] Kassim was niet thuis, maar zijn vrouw wilde wel een weegschaal uitlenen. Ze was echter zo nieuwsgierig naar wat Ali Baba wilde wegen, dat ze wat talkpoeder op de schaal smeerde. Er zou dan vast iets aan de schaal blijven plakken.
[Mannelijke verteller:] Thuis gekomen woog de vrouw van Ali Baba de munten. Toen dat klaar was, groef Ali Baba een gat in de grond en verstopte het goud. Daarna bracht de vrouw van Ali Baba de weegschaal weer terug naar de vrouw van Kassim zonder te weten dat er een muntje aan de schaal was blijven plakken.
[Vrouwelijke verteller:] Toen de vrouw van Kassim het goudstuk op de weegschaal ontdekte, werd ze groen en geel van jaloezie. 's Avonds kwam haar echtgenoot thuis.
[Vrouw:] "Kassim, moet jij nou eens 'oren wat ik jou te vertellen heb over je broer Ali. Jij kan dan wel denken dat jij de rijkste bent van jullie twee, maar vandaag kwam zijn vrouw de weegschaal lenen. Raad eens wat ze te wegen hadden? Puur goud! Hij 'eeft zoveel geld dat hij het moet wegen, terwijl jij, stumper, je geld moet tellen."
[Mannelijke verteller:] En Kassim werd zo vreselijk jaloers dat hij die nacht niet kon slapen en de volgende dag naar zijn broer ging.
[Kassim:] "Wel, Ali, hoe heb je me zo lang kunnen bedonderen? Je liet me altijd geloven dat je een arme sloeber bent. Maar je hebt nu zoveel goud dat je het moet wegen. Zeg op! Hoe zit dat?"
[Ali Baba:] "Wat zeg je me nou, Kassim? Ik begrijp het niet. Verklaar je nader."
[Kassim:] "Houd je maar niet van de domme, hoor, goochemerd. Ik heb hier een kostbaar gouden muntje dat aan de weegschaal is blijven kleven."
[Vrouwelijke verteller:] En toen begreep Ali Baba dat hij open kaart moest spelen. Zijn broer was namelijk zeer vasthoudend. Hij vertelde hem het hele verhaal van de schat in de grot en Kassim luisterde met stijgende verbazing.
[Kassim:] "Je moet me onmiddellijk vertellen waar die grot precies is, en me die toverspreuk leren. Als je dat niet doet, dan geef ik je aan bij de politie, en dan kom je in de gevangenis, hehe... En denk maar niet dat zíj jouw verhaal geloven."
[Vrouwelijke verteller:] Onder deze bedreiging vertelde Ali Baba alles. Kassim huurde daarop tien ezels en ging naar de grot. Bij de rots aangekomen, riep hij de toverspreuk, ging naar binnen en vergaapte zich aan de kostbaarheden die daar lagen uitgestald. Toen sleepte hij zoveel tassen goud naar de ingang van de grot als zijn ezels konden dragen. Maar toen hij de deur wilde openen, wist hij de toverspreuk niet meer.
[Kassim:] "Maanzaad Open U."
[Vrouwelijke verteller:] De deur ging niet open.
[Kassim:] "Uhh, uh, uhm... Tarwe! Tarwe Open U."
[Vrouwelijke verteller:] De deur bleef potdicht. En Kassim pijnigde zijn hersens om de juiste spreuk te vinden, maar deze was volkomen uit zijn geheugen verdwenen.
[Kassim:] "Oh, ik kom hier nooit meer levend uit. Als de rovers mij vinden, dan ben ik er geweest. Oh, was ik maar niet zo jaloers en hebzuchtig. Ik moet het nu met mijn leven bekopen."
[Vrouwelijke verteller:] Inderdaad kwamen de rovers die middag terug. Ze stegen van hun paarden en liepen op de rots af. De roverhoofdman riep de toverspreuk en de deur ging open. Kassim, die de paardenhoeven gehoord had, probeerde nog te ontvluchten, maar hij liep recht in de armen van de hoofdman, die hem onmiddellijk neersloeg. Toen trok één van de rovers zijn kromzwaard en sneed Kassim in één haal doormidden. De zakken met goud die Kassim bij de ingang van de grot had klaargezet, werden terug gesleept.
[Roverhoofdman:] "Zo mannen, wat moeten we nu doen? Het is deze ellendeling blijkbaar gelukt om binnen te komen. Hoe zullen we wel nooit weten, maar dit mag niet weer gebeuren. We moeten de buit van onze voorvaderen beter bewaken. Ik stel voor om deze indringer in vieren te hakken en de delen aan weerszijden van de ingang te hangen. Dat zal zijn handlangers wel afschrikken, denk ik zo."
[Vrouwelijke verteller:] En zo werd Kassims lijk in vieren gesneden. Aan elke kant van de deur werden twee delen gehangen. Toen verlieten de rovers de grot, sloten de deur, en gingen op weg om hun werk te doen.
[Mannelijke verteller:] Toen het avond werd en Kassim niet thuis kwam, begon zijn vrouw zich zorgen te maken. Ze ging naar Ali Baba.
[Vrouw:] "Ali, je broer is nog niet thuis gekomen. Jij weet waar hij 'een is. Ik ben bang dat 'em iets vreselijks is overkomen. Ik smeek jou om 'em te gaan zoeken. Het is door mijn jaloezie en 'ebzucht dat hij zich in het avontuur gestort heeft Ga hem alsjeblieft zoeken."
[Mannelijke verteller:] Ali Baba ging meteen met zijn ezels op weg. Toen hij bij de rots aankwam, schrok hij van de verse bloedsporen die naar de ingang van de grot leidden. En aangezien hij zijn broer nergens zag, vreesde hij het ergste.
[Ali Baba:] "Sesam Open U!"
[Vrouwelijke verteller:] Toen Ali Baba de grot binnen ging, zag hij meteen zijn broer in vier delen naast de ingang hangen. Doodsbang wikkelde hij de delen in doeken, legde ze op één van zijn ezels, en bedekte ze met twijgen en takken. Daarna ging hij weer naar binnen, pakte nog een paar zakken met goudstukken, legde die op de andere twee ezels, en bedekte ook deze zorgvuldig.
[Ali Baba:] "Sesam Sluit U."
[Vrouwelijke verteller:] Thuisgekomen vroeg hij zijn vrouw om de zakken met goudstukken te begraven, maar over het lijk zei hij niets. Toen nam hij de andere ezel met het lichaam van zijn broer en ging ermee naar het huis van de weduwe. Morchiana, de slimme slavin van Kassim, deed de poort over.
[Ali Baba:] "Snel, Morchiana, maak alles klaar om je meester te begraven. Ik ben zo weer terug om je te helpen, maar ik moet eerst het slechte nieuws aan jouw meesteres vertellen. Wees op je hoede: dit moet geheim gehouden worden, want onze levens hangen er van af. Ik vertel je straks wat je moet doen."
[Vrouwelijke verteller:] Toen Ali Baba terug kwam, vertelde hij Morchiana wat het plan was. Daarna ging hij naar huis. Morchiana ging naar de apotheek en vroeg om een medicijn dat alleen aan heel ernstig zieke mensen gegeven werd.
[Morchiana:] "Mijn meester Kassim is heel erg ziek. Hij heeft al heel lang geen woord meer gesproken of iets gegeten, en we zijn bang dat hij zal sterven."
[Mannelijke verteller:] De volgende dag ging Morchiana weer naar de apotheek voor een nog sterker drankje.
[Morchiana:] "Ïk ben bang dat mijn meester zelfs de kracht niet meer heeft om dit op te drinken. Ik denk dat het al voorbij zal zijn als ik thuis kom."
[Mannelijke verteller:] De volgende dag bedekte Morichiana haar gezicht met een sluier en ging naar Baba Mustafa, een kleermaker die ook lijkwaden maakte.
[Morchiana:] "Mustafa, ik wil dat je deze blinddoek voordoet en dat je met mij mee komt."
[Mannelijke verteller:] Toen Mustafa aarzelde, legde ze hem een goudstuk in de hand en smeekte hem mee te komen. Mustafa was een inhalig man en stemde tenslotte toe. Morchiana deed hem een blinddoek voor en leidde hem naar het huis waar het lichaam van Kassim lag. In een donkere kamer deed ze de blinddoek af en vroeg ze Mustafa de delen aan elkaar te naaien.
[Morchiana:] "En als dat af is, maak dan ook nog een lijkwade voor de dode. Dan krijg je nog een dukaat."
[Mannelijke verteller:] Toen alles klaar was, leidde Morchiana de geblinddoekte kleermaker weer naar zijn winkel, en ging zo snel mogelijk weer terug naar huis. Ali Baba en Morchiana wasten en kleedden het lijk en lieten het begraven. Zoals gebruikelijk kwamen de vrouwen uit de buurt de weduwe troosten en bleef Ali Baba veertig dagen thuis ter nagedachtenis aan zijn broer. Daarna trouwde hij met de weduwe van zijn broer en betrok zijn huis. Behalve hijzelf, zijn nieuwe tweede echtgenote en Morchiana wist niemand in de stad van het geheim.
[Vrouwelijke verteller:] Inmiddels waren de rovers in de grot teruggekomen en ze waren zeer verbaasd dat er geen spoor meer van het lijk van Kassim te bekennen was. Ze zagen ook dat er veel goud was weggehaald.
[Roverhoofdman:] "Dit moeten we meteen onderzoeken, anders lijden we nog meer verlies. De man die wij gedood hebben, kende waarschijnlijk de toverspreuk, maar er moet nog iemand zijn die hem kent, want die heeft het lijk weer weggehaald en het goud gestolen. Deze man moeten we zoeken. Laat de slimste van ons zich als een buitenlandse koopman verkleden en proberen uit te zoeken, wie er onlangs overleden is en waar die man woonde. Zo kunnen we misschien op het spoor komen van zijn handlanger. "
[Rover:] "Ik wil graag uw toestemming om deze zaak op mij te nemen, hoofdman. Ik zal naar de stad gaan en proberen alle informatie te verzamelen die we nodig hebben. Als dat niet lukt, dan mag u me doden."
[Vrouwelijke verteller:] De rover vermomde zich als buitenlander en sloop 's nachts stiekem de stad binnen. Nog voordat het licht werd, ging hij naar het marktplein en zag dat de winkel van kleermaker Baba Mustafa als eerste open was.
[Rover:] "Goedemorgen. Hoe kunt u nu zien wat u doet? 't Is nog donker'"
[Mustafa:] "Wel, wel, ik zie dat u een vreemdeling bent, en mijn reputatie niet kent. Iedereen in de stad weet dat ik ondanks mijn hoge leeftijd de ogen van een jonge arend heb. Gisteren nog heb ik een lichaam aan elkaar genaaid in een pikdonkere kamer."
[Vrouwelijke verteller:] De rover begreep meteen dat hij op iets belangrijks gestuit was en wilde meer weten.
[Rover:] "Volgens mij maakt u een gebbetje. U naait toch lijkwaden, geen lijken?"
[Mustafa:] "Kan me niet schelen of u het gelooft of niet. En verder geen vragen meer."
[Rover:] "Ik ben niet geïnteresseerd in wat u te verbergen heeft. Maar ik kan u verzekeren dat ik, net als ieder ander eerlijk mens, kan zwijgen als het graf als het om geheimen gaat. Ik wil alleen van u weten in welk huis u heeft gewerkt. Kunt u me de weg wijzen of me er naar toe brengen?"
[Vrouwelijke verteller:] En de rover stopte Mustafa een gouden dukaat in de hand.
[Mustafa:] "Een slavinnetje bracht mij naar de plek die ik vrij goed ken, en daar deed ze me een blinddoek voor en zij leidde me naar een woning. Ze bracht me naar een donkere kamer waar een gevierendeeld lichaam lag. Dat moest ik aan elkaar naaien. Daarna bracht ze me geblinddoekt terug naar mijn winkel. U begrijpt dat ik niet weet waar dat huis gaat zijn."
[Rover:] "Als ik u naar de plek breng waar u geblinddoekt bent, dan kan ik u misschien leiden en weet u waar u die nacht heengebracht werd. Als u me deze gunst bewijst, dan krijgt u nog een dukaat van me."
[Vrouwelijke verteller:] En de inhalige Mustafa liet zich blinddoeken en bij de hand nemen. De kleermaker had niet alleen scherpe ogen, maar ook een goed geheugen en hij telde de stappen.
[Mustafa:] "Vierentachtig, vijfentachtig... stop! Tot hier ben ik met haar gekomen."
[Vrouwelijke verteller:] Ze stonden voor het huis van Kassim, dat nu het huis van Ali Baba was. De rover betaalde de kleermaker, die zei dat hij niet wist wie er in het huis woonde, en maakte met krijt een wit kruis op het huis.
[Mannelijke verteller:] Niet lang nadat de rover vertrokken was, kwam Morchiana terug van het boodschappen doen. Het viel haar meteen op dat er een wit kruis op de deur stond.
[Morchiana:] "Wat zou dat te betekenen hebben? Is het een merkteken van een vijand van Ali Baba? Zou iemand mijn nieuwe meester kwaad willen doen? Wacht eens! Als ik op de deuren van alle buren ook een wit kruis zet, dan kunnen ze het huis van Ali Baba niet meer terugvinden."
[Mannelijke verteller:] Zo gezegd, zo gedaan, Morchiana vertelde echter niets aan haar meester. Ondertussen had de rover zijn kameraden verteld dat hij het huis van de dief van hun schat had gevonden. De roverhoofdman reed daarop met zijn mannen naar de stad. De buurt in, waar Ali Baba woonde.
[Rover:] "Kijk, daar is het huis waar die schurk woont."
[Roverhoofdman:] "Hoe weet je nou dat dit het huis is? Kijk! Alle andere huizen in deze buurt dragen hetzelfde merkteken."
[Rover:] "Maar... ik, ik weet zeker dat ik maar één huis gemerkt heb. En, en nu weet ik niet meer welke deur het is."
[Roverhoofdman:] "Je wordt gestraft voor deze mislukking! Sluit hem op! Ik loof een speciale beloning uit voor degene die met nieuwe inlichtingen terug komt, waarmee we de dief van onze eigendommen kunnen pakken."
[Vrouwelijke verteller:] Er meldde zich een rover aan, die direct naar Baba Mustafa ging en hem vroeg het huis weer geblinddoekt aan te wijzen. Daarop zette hij met rood krijt een kruis op de deur van het huis van Ali Baba. Maar de schrandere Morchiana kreeg opnieuw in de gaten dat het huis van haar meester gemerkt was, en zette rode kruizen op de deuren van alle buren. De roverhoofdman was woest toen hij ontdekte dat ook deze tweede poging mislukt was. De tweede rover werd bij de eerste opgesloten.
[Roverhoofdman:] "Twee rovers zijn er niet in geslaagd het huis te vinden en zijn al stevig gestraft omdat ze ons hebben misleid. Waarschijnlijk durft gen van mijn mannen het meer te proberen. Er zit niets anders op dan zelf naar de stad te gaan en het huis van die schurk te zoeken."
[Vrouwelijke verteller:] Ook de roverhoofdman ging naar Baba Mustafa, die zo langzamerhand een aardige stapel goudstukken verzamelde. Met de hulp van de kleermaker vond de hoofdman het huis van Ali Baba. Maar hij zette geen merkteken op de deur. Hij prentte het huis en de omgeving goed in zijn geheugen en reed toen snel terug naar zijn mannen in het bos.
[Roverhoofdman:] "Mannen, ik weet waar het huis is. Ik wil dat jullie nu meteen negentien ezels gaan kopen, en een grote leren kruik met mosterdolie. En nog 37 van die grote kruiken, maar dan leeg. Zonder mij, en die twee opgesloten rovers, zijn jullie met z'n zevenendertigen, en ik ben van plan om jullie met wapens en al in de kruiken te verbergen. Dan hang ik twee van jullie aan iedere ezel. Op de negentiende ezel hangt één man in een kruik, en één kruik met olie. Ik vermom me als oliekoopman en leid de ezels de stad binnen, naar het huis van de schurk.. Omdat het avond is, vraag ik hem of ik tot de volgende ochtend kan blijven. 's Nachts zullen we bekijken of er een gelegenheid is om hem te doden. En als we hem gedood hebben, laden we de goudschat, die hij van ons gestolen heeft, op de ezels en rijden de stad uit! Begrepen? Ga nu de ezels kopen, en die kruiken!"
[Vrouwelijke verteller:] Drie dagen later verstopten de rovers zich in alle vroegte in de kruiken, en de hoofdman laadde de kruiken op de ezels. Daarna ging hij op weg naar de stad. Laat in de avond kwam hij aan bij het huis van Ali Baba. Deze maakte net een ommetje voor het slapen gaan.
[Roverhoofdman:] "Eh, goedenavond, heer. Ik kom uit een dorp ver weg.en heb olie bij me, maar helaas ben ik te laat aangekomen, en ik heb nu geen onderdak voor de nacht. Heb medelijden, heer, en laat mij op uw erf overnachten. Ik moet mijn ezels wat laten rusten en ze eten geven."
[Vrouwelijke verteller:] Ali Baba had de stem van de roverhoofdman wel gehoord toen hij in de boom zat bij de grot, maar door de vermomming herkende hij hem niet.
[Ali Baba:] "Maar natuurlijk, beste man, u bent van harte welkom. Hier is een lege schuur waar jij je ezels kunt stallen, en ik zal één van mijn slaven water laten halen. Morchiana!"
[Morchiana:] "Ja, meester, wat is er van uw dienst?"
[Ali Baba:]"Er is een gast gekomen. Maak zo snel mogelijk een maaltijd voor hem klaar en maak een bed voor hem op. Laat het hem aan niets ontbreken. O ja, en morgen wil ik naar het badhuis. Laat mijn slavenjongen Abdullah schone witte kleren klaarleggen. En maak wat bouillon voor als ik morgenochtend terug kom."
[Morchiana:] "Ik zal overal voor zorgen, meester."
[Vrouwelijke verteller:] Ali Baba ging naar bed. De roverhoofdman at zijn maaltijd en zorgde voor zijn ezels in de schuur. Tegen de mannen in de kruiken fluisterde hij:
[Roverhoofdman:] "Als je vannacht mijn stem hoort, maak de kruiken dan snel open met een mes en kom er uit."
[Vrouwelijke verteller:] Toen ging de hoofdman terug naar het huis. Morchiana wees hem zijn bed. En hij ging slapen tot het tijd was om zijn mannen te wekken en het karwei af te maken.
[Mannelijke verteller:] Ondertussen deed Morchiana wat haar meester haar had opgedragen. Ze gaf de witte kleren aan Abdullah en zette de bouillon op. Ze moest even wachten tot de soep kookte, maar alle olielampen waren uitgegaan en er was geen olie meer in huis.
[Morchiana:] "Hè, wat vervelend, Er is helemaal geen olie meer. Maar wacht eens. Waarom doe ik zo moeilijk? Er staan een heleboel kruiken met olie op het erf. Waarom zou ik daar niet wat van nemen?"
[Mannelijke verteller:] En de slimme slavin pakte een oliekan en liep naar de schuur waar de ezels met de oliekruiken stonden.
[Vrouwelijke verteller:] Toen Morchiana naar één van de kruiken liep die de hoofdman tegen de muur van de schuur had gezet, hoorde de rover die erin zat voetstappen en dacht dat het zijn hoofdman was.
{Rover:] "Moeten we er al uit?"
[Vrouwelijke verteller:] Morchiana schrok. Maar ze was niet alleen slim, maar ook dapper en vlug van geest, en ze verdraaide haar stem:
[Morchiana:] "Het is nog geen tijd."
[Mannelijke verteller:] Morchiana wist nu dat er iets vreemds aan de hand was. Er zat geen olie in de kruiken, De oliekoopman was vast iets gemeens van plan tegen haar meester, en ze liep naar de volgende kruik.
[Andere rover:] "Moeten we er al uit?"
[Morchiana;] "Heb geduld. Het is nog geen tijd."
[Mannelijke verteller:] En zo ging het verder met alle 37 kruiken. Alleen in de laatste zat olie en Morchiana vulde haar kan. Daarna ging ze terug naar het huis.
[Morchiana;] "Goeie hemel. Mijn meester heeft deze man gastvrijheid betoond omdat hij dacht dat het een oliekoopman was, maar eigenlijk heeft hij een bende rovers binnengehaald, die alleen maar op een teken wachten om hem te doden en het hele huis te plunderen."
[Mannelijke verteller:] Morchiana vulde de lampen met olie en pakte toen een enorme ketel. Deze vulde ze ook met olie en zette 'm op het vuur. Ze deed nog wat hout op het vuur om er zeker van te zijn dat de olie kokend heet zou worden. Toen nam ze de ketel van het vuur en ging ermee naar de schuur. Hier goot ze de gloeiend hete vloeistof in de kruiken, één voor één. En aangezien de rovers er niet uit konden, verbrandden ze levend.
[Geluid van schreeuwende, stervende rovers]
[Morchiana:] "Zo, die vormen geen gevaar meer voor mijn meester. En niemand heeft er iets van gemerkt. Nu ga ik de bouillon afmaken."
[Mannelijke verteller:] De roverhoofdman was intussen wakker geworden, deed zijn raam open en zag dat alles donker en stil was. Toen klapte hij in zijn handen
[Geluid van klappen]
het teken dat hij met de rovers had afgesproken om uit de kruiken te komen. Er gebeurde echter niets. De hoofdman klapte nog eens
[Geluid van klappen]
[Roverhoofdman:] "Dat is vreemd. Ze zijn zeker in slaap gevallen. Ik ga eens even in de schuur kijken."
[Vrouwelijke verteller:] Toen hij de eerste kruik open deed, rook hij de stank van verbrand vlees. En toen hij aan de binnenkant van de kruik voelde, was deze kokend heet. Hij ontdekte bij alle kruiken hetzelfde. Hij begreep wat er met zijn mannen gebeurd was en vreesde nu ook voor zijn eigen leven. Hij klom haastig over de muur naar de tuin van het huis ernaast en maakte dat 'ie weg kwam. Hevig teleurgesteld.
[Mannelijke verteller:] Morchiana had het allemaal gezien, was zeer tevreden en ging met een gerust hart slapen.
[Vrouwelijke verteller:] De volgende ochtend kwam Ali Baba nietsvermoedend uit het badhuis terug. Tot zijn verbazing zag hij dat de ezels en de oliekruiken nog in de schuur stonden.
[Ali Baba:] "Morchiana, hoe is het mogelijk dat de koopman zijn waren niet naar de markt heeft gebracht?"
[Morchiana:] "Die man was geen koopman. En kijk maar eens in de kruiken en vertel me wat u ziet."
[Ali Baba:] "Bij Allah! Wie zijn die dode mannen?"
[Morchiana:] "Ik zal u alles vertellen. Als u rustig uw bouillon opeet."
[Mannelijke verteller:] Toen Ali Baba zijn soep op had, had Morchiana hem het hele verhaal verteld. Ali Baba was haar zeer dankbaar voor haar dappere daden. Ze besloten de lichamen in de tuin te begraven en ze verborgen de kruiken en de wapens van de rovers. Ten slotte nam Ali Baba de ezels één voor één naar de bazaar tot de allemaal verkocht waren. En zo wist niemand wat er gebeurd was, behalve Ali Baba en Morchiana.
[Vrouwelijke verteller:] Ondertussen was de roverhoofdman naar het bos teruggekeerd en hij was des duivels! Nadat hij alles nog eens had overdacht, besloot hij Ali Baba zelf te doden, want anders zou hij zijn hele schat kwijtraken. Ali Baba kende immers de toverspreuk en kon naar de grot terugkomen wanneer hij maar wilde. Als hij Ali Baba uit de weg geruimd had, zou hij een nieuwe bende rovers verzamelen en zijn struikroverij weer oppakken, net zoals zijn voorvaderen dat al eeuwen gedaan hadden.
[Mannelijke verteller:] De volgende ochtend vertrok de hoofdman naar de stad en nam zijn intrek in een herberg. Hij had de mooiste stoffen uit de grot meegenomen en vestigde zich als stoffenkoopman in een winkel in de bazaar. Hij besefte dat Ali Baba heel slim was, want niemand in de stad kon hem vertellen dat Ali Baba gevangen was genomen voor de moord van 36 man. De roverhoofdman bedacht dat hij maar beter goed op zijn hoede kon blijven.
[Vrouwelijke verteller:] Het toeval wilde nu dat de hoofdman een winkel had gehuurd recht tegenover de neef van Ali Baba. Ze werden al gauw vrienden, en de hoofdman kwam er al gauw achter dat Ali Baba de oom van zijn nieuwe vriend was. Nu overlaadde hij de neef met geschenken zodat deze zich verplicht voelde hem eens uit te nodigen. De neef vond zijn huis echter te klein en daarom vroeg hij Ali Baba of hij de koopman niet eens wilde ontvangen. Deze stemde natuurlijk toe.
[Mannelijke verteller:] En zo kwam de roverhoofdman op een avond weer in het huis van Ali Baba terecht. Maar toen 'ie eenmaal met Ali Baba aan tafel zat, werd de hoofdman toch weer bang, en hij sloeg de maaltijd die Ali Baba hem aanbod af
[Ali Baba:] "Maar waarom blijft u toch niet eten?"
[Roverhoofdman:] "De dokter heeft mij het gebruik van zout verboden. En ik kan toch moeilijk van uw kok verlangen dat hij zoutloos voor mij kookt?"
[Ali Baba:] "Dat is onzin! Morchiana, zorg dat deze gast een heerlijke, zoutloze maaltijd krijgt."
[Morchiana:] "Zoals u wilt, meester. Al vind ik het wel een beetje vreemd."
[Mannelijke verteller:] En Morchiana lette bij het opdienen goed op wie dat rare verzoek had gedaan. Ze zag meteen dat het de roverhoofdman was, ook al was hij verkleed als stoffenkoopman. Ook zag ze, dat 'ie een dolk onder z'n kleren droeg. En ze wist meteen wat 'ie van plan was.
[Morchiana:] "Dus daarom wil die schurk geen zout eten. Hij wil helemaal niet blijven eten; hij zoekt een gelegenheid om mijn meester te doden. Goed, dan zal ik nu voor eens en altijd korte metten met hem maken, voordat hij Ali Baba iets aan kan doen."
[Mannelijke verteller:] En Morchiana verkleedde zich snel als danseres. Ze deed een kostbare sluier voor haar gezicht, zette een mooie tulband op haar hoofd, bond een met goud en zilver versierde gordel om haar middel, waarin ze een met juwelen bezette dolk stak. Samen met Abdullah ging ze naar de eetkamer. Abdullah pakte een tamboerijn en begon erop te slaan. De slavin boog voor haar meester, zijn neef, en zijn gast, en begon te dansen.
[Roverhoofdman:] "Ali Baba, u bent een geweldig gastheer. U verwent mij werkelijk."
[Vrouwelijke verteller:] Plotseling haalde Morchiana de dolk uit haar gordel en danste sierlijk van de ene naar de andere kant van de eetkamer. Het was een prachtig schouwspel. Dan weer klemde ze de dolk onder haar arm, dan zette ze hem plotseling op haar borst. Toen deze spannende dans was afgelopen, pakte ze de tamboerijn van Abdullah en ging ermee rond, de dolk nog in de hand. Toen ze voor de roverhoofdman stond, die naar zijn geldbuidel zocht, raapte ze al haar moed bij elkaar en stak de dolk bliksemsnel in zijn hart... De schurk viel achterover en was morsdood.
[Ali Baba:] "Maar Morchiana, wat heb je nu gedaan?! Je hebt een vooraanstaande koopman in mijn huis gedood. Dit wordt mijn ondergang."
[Morchiana:] "Nee, meester, ik heb u juist van uw ondergang gered. Trek zijn kleren maar eens uit en vertel me wat u tegenkomt."
[Mannelijke verteller:] Ali Baba doorzocht de kleren van de dode man en vond de verborgen dolk.
[Morchiana:] "Die ellendeling was uw grootste vijand, want hij is niemand anders dan de roverhoofdman èn de oliekoopman."
[Ali Baba:] "Je hebt gelijk, Morchiana. Je bent onbetaalbaar. Je hebt me twee keer uit zijn moordenaarshanden gered en daar ben ik je eeuwig dankbaar voor. Ik schenk je de vrijheid. En als verdere beloning voor je trouw schenk ik je aan mijn neef als bruid. Mijn neef zal zich zeer gelukkig prijzen met zo'n wijze en goede vrouw."
[Vrouwelijke verteller:] Met z'n drieën begroeven ze het lijk van de roverhoofdman in de tuin, bij zijn rovers. En jarenlang heeft niemand er iets van geweten. Morchiana trouwde met de neef van Ali Baba en was gelukkig.
[Muziek]
Ali Baba werd een rijk en eerbiedwaardig man, die zijn geheime toverspreuk aan zijn kleinzonen doorvertelde, zodat zijn nakomelingen nog jaren konden profiteren van de schat in de grot.
[Muziek]
[Ali Baba:] "Sesam Sluit U!"

Onderwerp

AT 0676 - Open Sesame    AT 0676 - Open Sesame   

AT 0954 - The Forty Thieves    AT 0954 - The Forty Thieves   

Beschrijving

De arme Ali Baba komt erachter waar rovers hun schat bewaren, weet de rots te openen met de toverformule "Sesam Open U", en hij besteelt hen. Zijn broer wil de rovers nu ook bestelen maar wordt gesnapt en gedood. Vervolgens proberen de rovers ook Ali Baba te doden, maar dankzij de listen van zijn slavin weet hij het avontuur te overleven.

Bron

'Ali Baba en de Veertig Rovers' van de CD 'Roodkapje en 3 andere sprookjes'. Studio Balance Recording Amersfoort, 1995.

Motief

D1552.2 - Mountain opens to magic formula (Open Sesame).    D1552.2 - Mountain opens to magic formula (Open Sesame).   

N455.3 - Secret formula for opening treasure mountain overheard from robbers (Open Sesame).    N455.3 - Secret formula for opening treasure mountain overheard from robbers (Open Sesame).   

F721.4 - Underground treasure chambers.    F721.4 - Underground treasure chambers.   

N512 - Treasure in underground chamber (cavern).    N512 - Treasure in underground chamber (cavern).   

N478 - Secret wealth betrayed by money left in borrowed money-scales.    N478 - Secret wealth betrayed by money left in borrowed money-scales.   

N471 - Foolish attempt of second man to overhear secrets (from animals, demons etc.).    N471 - Foolish attempt of second man to overhear secrets (from animals, demons etc.).   

K312 - Thieves hidden in oil casks.    K312 - Thieves hidden in oil casks.   

Commentaar

Stemmen: Carolina Mout, Paul Klooté en Famke Damsté. Scripts, produktie en regie: Famke Damsté. Opname en montage: Balance Recording, Ben Uytjens.
Begeleidende muziek: 'Bacchanale', ballet uit de derde acte van 'Samson & Delilah' van Camille Saint Saëns, uitgevoerd door het Slowaaks Philharmonisch Orkest o.l.v. dirigent Dennis Burkh.
Afbeelding uit de Arabian Nights van 1909, illustrator Maxfield Parrish (1870-1966): Kassim, de broer van Ali Baba is de toverspreuk vergeten waarmee hij de schatkamer in de grot weer kan verlaten.
De scenarioschrijver volgt de plot van het verhaal weliswaar goed, maar gebruikt in het verhaal vreemde jiddische woorden als "goochemerd" en "gebbetje". De acteurs nemen meerdere rollen op zich, en moeten de personages van elkaar laten verschillen door hoge en lage stemmen, spraakgebreken en allochtoon aandoende accenten. Het accent van Ali Baba klinkt Marokkaans, maar het accent van Baba Mustafa doet opmerkelijk genoeg Surinaams aan. Slavin Morchiana spreekt met een zachte g.

Naam Overig in Tekst

Sesam    Sesam   

Ali Baba    Ali Baba   

Kassim    Kassim   

Morchiana    Morchiana   

Baba Mustafa    Baba Mustafa   

Abdullah    Abdullah   

Naam Locatie in Tekst

Perzië    Perzië   

Plaats van Handelen

Perzië    Perzië