Hoofdtekst
Verzonken kasteel:
In Haelen op het landgoed de Grote Bedelaar bevindt zich een grondeloos diepe poel. Hierin is in vroeger tijd een mooi kasteel met inwoners en al verzonken. Er woonde een rijke, doch vrekkige familie, die niets voor arme mensen overhad. Op een Kerstnacht kwam een arme haveloze bedelaar aan de deur, en vroeg om een onderkomen. Men joeg hem als een hond van de deur in de winternacht. Plotseling opende zich de bodem en verslond het kasteel.
Ook zou hier een brandklok verzonken liggen, die men in de Kerstnacht kan horen luiden.
In Haelen op het landgoed de Grote Bedelaar bevindt zich een grondeloos diepe poel. Hierin is in vroeger tijd een mooi kasteel met inwoners en al verzonken. Er woonde een rijke, doch vrekkige familie, die niets voor arme mensen overhad. Op een Kerstnacht kwam een arme haveloze bedelaar aan de deur, en vroeg om een onderkomen. Men joeg hem als een hond van de deur in de winternacht. Plotseling opende zich de bodem en verslond het kasteel.
Ook zou hier een brandklok verzonken liggen, die men in de Kerstnacht kan horen luiden.
Onderwerp
SINSAG 1141 - Das versunkene Schloss. Schlechter Ritter von der Erde verschluckt.   
SINSAG 1145 - Die untergegangene Stadt; versinkt wegen des Übermutes der Bewohner.   
Beschrijving
Verzinken van kasteel na de weigering om een bedelaar in de kerstnacht onderdak te geven. Luiden van verzonken brandklok in de kerstnacht.
Bron
Collectie Engels, verslag 3, verhaal 25 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Grote Bedelaar   
Naam Locatie in Tekst
Haelen   
Plaats van Handelen
Haelen   
