Hoofdtekst
Een boer met één koe werd geplaagd door een heks. Deze molk geregeld zijn koe leeg. Ze was niet te betrappen, omdat ze dat op een afstand deed. Ze trok de melk n.l. uit een bremstruik!
De boer ging om raad, en kreeg het volgende advies: Hij moest trachten van de koe een weinig melk te trekken, deze in een ketel boven een fel vuur te koken tot ze geheel droog was. Er mocht geen woord bij gesproken worden, en het moest precies om middernacht gebeuren. Als de melk drooggekookt was, zou de heks uit de ketel springen. De man moest met een scherp mes gereed staan en naar haar steken, om haar bloed te trekken.
Zo gezegd, zo gedaan. De man stond zwijgend gereed met het mes, en zijn zoon zorgde voor het vuur, doch niet naar zijn wens. Het vuur verslapte, en, op een moment vergat hij zich, en zei: “Stook nog eens wat; het vuur is te slap.” De aanleg mislukte door zijn uitroep.
De boer ging om raad, en kreeg het volgende advies: Hij moest trachten van de koe een weinig melk te trekken, deze in een ketel boven een fel vuur te koken tot ze geheel droog was. Er mocht geen woord bij gesproken worden, en het moest precies om middernacht gebeuren. Als de melk drooggekookt was, zou de heks uit de ketel springen. De man moest met een scherp mes gereed staan en naar haar steken, om haar bloed te trekken.
Zo gezegd, zo gedaan. De man stond zwijgend gereed met het mes, en zijn zoon zorgde voor het vuur, doch niet naar zijn wens. Het vuur verslapte, en, op een moment vergat hij zich, en zei: “Stook nog eens wat; het vuur is te slap.” De aanleg mislukte door zijn uitroep.
Onderwerp
SINSAG 0533 - Butterhexe   
TM 3104 - Duivelsdrek als afweer   
Beschrijving
De opzet om te verhinderen dat een heks van afstand kan melken, mislukt omdat de boer bij de uitvoering niet zwijgt.
Bron
Collectie Engels, verslag 7, verhaal 20 (Archief Meertens Instituut)
