Hoofdtekst
Weerwolven:
Op Blutjeshoof in Kessel-Hout woonde vroeger een scheper, die er bijna iedere nacht op uit trok, en verdacht werd van weerwolverij. De werkknecht ging hem na, om te weten, wat hij ging doen, en waar hij uithing. Tegen de helling van de Maasvallei in een dennenbosje ontkleedde hij zich helemaal, en kroop naakt in een dennenboom. De werkknecht nam zijn kleren mee naar huis. Sindsdien heeft men nooit meer iets van de scheper gezien of gehoord.
Op Blutjeshoof in Kessel-Hout woonde vroeger een scheper, die er bijna iedere nacht op uit trok, en verdacht werd van weerwolverij. De werkknecht ging hem na, om te weten, wat hij ging doen, en waar hij uithing. Tegen de helling van de Maasvallei in een dennenbosje ontkleedde hij zich helemaal, en kroop naakt in een dennenboom. De werkknecht nam zijn kleren mee naar huis. Sindsdien heeft men nooit meer iets van de scheper gezien of gehoord.
Beschrijving
Man die wordt verdacht een weerwolf te zijn gaat naakt in een boom zitten. Nadat zijn kleding is weggenomen is nooit meer iets hem vernomen.
Bron
Collectie Engels, verslag 7, verhaal 26 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Blutjeshoof   
Naam Locatie in Tekst
Kessel-Hout   
Plaats van Handelen
Kessel-Hout   
