Hoofdtekst
Verteld door Hermance Van Loon
Kareltje de flierefluiter, liep door het bos. Hij had een mondharmonica bij zich en hij speelde een deuntje van plezier terwijl hij liep.
Hij had geen haast. Voor de avond wilde hij de rivier over zijn. Nou, die was niet meer zo ver.
Kijk daar stroomde hij. Vanaf een heuveltop zag Kareltje het zilveren lint, blinkend in de zon, dat beneden door de velden liep. Aangekomen bij de oever, zocht Kareltje naar de brug. Weg was de brug. Alleen wat wrakstukken hout dreven rond.
Wat nu? Zijn doel was de overkant van de rivier voor de avond te bereiken. Daar wist hij een heerlijke boomgaard, waarvan hij net zoveel mocht plukken als hij wilde. “Appels, peren, kersen; alle dagen verse, zoveel als ik maar eten kan. Ja, Appel-Thomas is een lieve man!” zong Kareltje. Maar…de brug was weg. Zwemmen kon Kareltje niet. Een boot was er niet. Als hij een Tom Tom had gehad, had die gezegd: “Keer om!” Maar ook al had Kareltje geen Tom Tom; hij keerde om. Vrolijk blazend op zijn mondharmonica, wijzigde hij zijn route. Hij verplaatste gewoon zijn doel. Waar hij heen zou gaan, wat dat doel zou zijn, wist hij nog niet maar met een vrolijk liedje kom je een heel eind. Tegen de avond vond hij een aardig boerderijtje. Hij klopte aan en de vriendelijke bewoners noodden hem aan tafel, waarop heerlijke vlaaien met appels, peren en kersen stonden. “Die boomgaard, waar je heen wilde, is vorige week afgebrand en ook de brug”, vertelden ze Kareltje. “Blijf lekker hier slapen, we maken er met elkaar een leuke avond van! En dat werd het!
Kareltje de flierefluiter, liep door het bos. Hij had een mondharmonica bij zich en hij speelde een deuntje van plezier terwijl hij liep.
Hij had geen haast. Voor de avond wilde hij de rivier over zijn. Nou, die was niet meer zo ver.
Kijk daar stroomde hij. Vanaf een heuveltop zag Kareltje het zilveren lint, blinkend in de zon, dat beneden door de velden liep. Aangekomen bij de oever, zocht Kareltje naar de brug. Weg was de brug. Alleen wat wrakstukken hout dreven rond.
Wat nu? Zijn doel was de overkant van de rivier voor de avond te bereiken. Daar wist hij een heerlijke boomgaard, waarvan hij net zoveel mocht plukken als hij wilde. “Appels, peren, kersen; alle dagen verse, zoveel als ik maar eten kan. Ja, Appel-Thomas is een lieve man!” zong Kareltje. Maar…de brug was weg. Zwemmen kon Kareltje niet. Een boot was er niet. Als hij een Tom Tom had gehad, had die gezegd: “Keer om!” Maar ook al had Kareltje geen Tom Tom; hij keerde om. Vrolijk blazend op zijn mondharmonica, wijzigde hij zijn route. Hij verplaatste gewoon zijn doel. Waar hij heen zou gaan, wat dat doel zou zijn, wist hij nog niet maar met een vrolijk liedje kom je een heel eind. Tegen de avond vond hij een aardig boerderijtje. Hij klopte aan en de vriendelijke bewoners noodden hem aan tafel, waarop heerlijke vlaaien met appels, peren en kersen stonden. “Die boomgaard, waar je heen wilde, is vorige week afgebrand en ook de brug”, vertelden ze Kareltje. “Blijf lekker hier slapen, we maken er met elkaar een leuke avond van! En dat werd het!
Beschrijving
Een kort sprookje over Kareltje die op weg is naar een boomgaard, maar helaas niet verder kan.
Bron
Inzending in Volksverhalenbank Meertens Instituut
Naam Overig in Tekst
Kareltje   
Tom   
Datum Invoer
2011-11-23 15:57:43
