Hoofdtekst
R.C., een vrouw uit Maaswijk, Spijkenisse, vertelde mij wonderlijke verhalen over paranormale gebeurtenissen die haar overkwamen;
“Toen ik rond de zes jaar was overleed mijn opa.
Hij was erg belangrijk voor me.
Toen ik een jaar werd kreeg ik een pop van hem, deze heb ik natuurlijk nog.
Ik praatte naar boven toe, omdat mij altijd verteld werd dat hij in de hemel zat.
Ik liep naar het raamkozijn met mijn pop en vertelde hem hoe erg ik hem miste, dit was gewoon in de middag.
Op dat moment viel er een boek uit mijn kast.
Ik schrok niet, het verbaaste me meer.
Ik zei tegen mijn moeder dat het een teken van opa was.
Mijn moeder reageerde er niet geschrokken op, maar ook niet erg geinteresseerd.
Sindsdien volgde ik altijd een ster die op de één of anderen manier stopte wanneer we Spijkenisse uit reden.
Ik werd ouder, maar geloofde nog steeds dat mijn opa nooit verdwenen was.
Ongeveer 2/3 jaar geleden overleedt mijn stiefopa.
Mijn oma was erg verdrietig en ik bleef bij haar slapen.
Die avond was ik tv aan het kijken. Ik durfde niet op de bank te liggen waar mijn opa op overleden was, maar ging express op de anderen bank liggen, hoewel die bij de tuindeur stond.
Het was erg donker in huis en de televisie maakte een soort knipperlicht effecten.
Ik hoorde iets tegen de deur aan slaan en uit reflex keek ik er heen.
Er was een man achter de deur te zien, ik durfde niet te gillen, omdat mijn oma al sliep, in plaats daarvan verstopte ik mijn halve gezicht onder de dekens zodat ik nog kon zien of het weg ging.
Sindsdien slaap ik altijd met de tv aan, omdat ik bang ben dat wanneer ik de tv uit doe, ik niet kan zien of een geest mij iets wilt doen, het geeft een veiliger gevoel.
Hierna overleden mijn moeders twee tante’s en mijn oma.
De dag voor die avond gebeurde er ook iets geks.
Ze zat in het Multatulihuis, omdat we dachten dat ze daar beter zat alleen, de woning was net af.
Mijn nichtje was jarig, het was haar eerste verjaardag en mijn oma moest er persee heen.
Mij moeder had nog gezegd dat ze beter een andere keer kon, want mijn oma voelde zich ziek.
Die dag is ze toch gegaan.
Voordat ze weg gingen moet je door van die automatische deuren heen, deze kun je opennen door een sleutel of het knopje.
Iedereen zat op de begaande grond gezellig te praten, maar niemand stond bij de deur behalve mijn moeder en mijn oma.
De deur ging vanzelf open.
Mijn moeder maakte nog een grapje dat mijn opa haar kwam halen.
Nadat ze terug kwam met ademnood van de verjaardag, was ze gelijk naar bed gegaan.
Ik had die avond een nachtmerrie over mijn oma, ze stikte, maar ik kon niets doen.
Ik werd wakker en liep naar beneden waar mijn ouders met de lampen aan op de bank zaten.
Ik dacht dat het al ochtend was, omdat mijn ouders al wakker waren.
Ik huilde uit bij mij moeder, die mij vertelde dat mijn oma overleden was.
Ze was gestikt, ze had zelfs het noodtouwtje uit het plafond getrokken en niemand hielp haar.
Was het dan toch mijn opa, die het beter vond dat ze ook wegging, dat ze al genoeg geleden had?
Na haar overlijden sliep ik vol angst op de bank iedere avond.
Ik werd door een aanraking wakker en toen ik keek zat mijn oma naast me op de grond.
Ze was wit, maar ze was wel echt mijn oma, ze had gewoon een gezicht en lijf, maar dan wit.
Ik gilde uit angst en kroop bij mijn moeder in bed, die avond kon ik niet meer in slaap komen.
Pas geleden had ik weer zo nachtmerrie.
Ik liep op een crematorium of een begraafplaats, in ieder geval stond iedereen buiten, ook ik.
Iedereen praatte met elkaar hoe erg het wel niet was, het was zo lieve man enz.
Ik ging naar mensen toe en vroeg welke man het was.
Maar niemand zag me, iedereen negeerde me, zelfs als ik iemand aanraakte, alsof ik niet bestond.
Ik vroeg en nog een keer en nog een keer tot ik wakker werd.
Terwijl ik naar me plafond staarde hoor ik me moeder ineens bellen.
Erg he, dat hij overleden is.
Ik droom iemand anders de dood in, vertelde ik mezelf.
Dit kan gewoon verbeelding zijn maar ik had vroeger een vriend, Tim.
Hij was wat ouder dan ik, maar niemand kon hem zien, alleen ik.
Hij had altijd zijn aparte bordje en glas aan tafel.
Naarmate ik ouder werd verdween die, mijn moeder zei dat het een denkbeeldige vriend was, dat geloof ik nog wel deels.
Later toen ik ouder werd, waren er wat problemen thuis en toen stond er ongeveer een 16 jarige jongen achter me, dit is een jaar geleden.
Eerst bekeek ik hoe hij was.
Lief, verlegen en hij vertrouwde niet alles.
Hierna zag ik dat het Tim was, maar dan ouder.Ik weet niet of dit verbeelding is of een geest, maar daar oordeel ik niet over, want voor de rest ben ik blij dat Tim er voor me was.”
(Mysterieus Voorne-Putten, 12-04-2009)
“Toen ik rond de zes jaar was overleed mijn opa.
Hij was erg belangrijk voor me.
Toen ik een jaar werd kreeg ik een pop van hem, deze heb ik natuurlijk nog.
Ik praatte naar boven toe, omdat mij altijd verteld werd dat hij in de hemel zat.
Ik liep naar het raamkozijn met mijn pop en vertelde hem hoe erg ik hem miste, dit was gewoon in de middag.
Op dat moment viel er een boek uit mijn kast.
Ik schrok niet, het verbaaste me meer.
Ik zei tegen mijn moeder dat het een teken van opa was.
Mijn moeder reageerde er niet geschrokken op, maar ook niet erg geinteresseerd.
Sindsdien volgde ik altijd een ster die op de één of anderen manier stopte wanneer we Spijkenisse uit reden.
Ik werd ouder, maar geloofde nog steeds dat mijn opa nooit verdwenen was.
Ongeveer 2/3 jaar geleden overleedt mijn stiefopa.
Mijn oma was erg verdrietig en ik bleef bij haar slapen.
Die avond was ik tv aan het kijken. Ik durfde niet op de bank te liggen waar mijn opa op overleden was, maar ging express op de anderen bank liggen, hoewel die bij de tuindeur stond.
Het was erg donker in huis en de televisie maakte een soort knipperlicht effecten.
Ik hoorde iets tegen de deur aan slaan en uit reflex keek ik er heen.
Er was een man achter de deur te zien, ik durfde niet te gillen, omdat mijn oma al sliep, in plaats daarvan verstopte ik mijn halve gezicht onder de dekens zodat ik nog kon zien of het weg ging.
Sindsdien slaap ik altijd met de tv aan, omdat ik bang ben dat wanneer ik de tv uit doe, ik niet kan zien of een geest mij iets wilt doen, het geeft een veiliger gevoel.
Hierna overleden mijn moeders twee tante’s en mijn oma.
De dag voor die avond gebeurde er ook iets geks.
Ze zat in het Multatulihuis, omdat we dachten dat ze daar beter zat alleen, de woning was net af.
Mijn nichtje was jarig, het was haar eerste verjaardag en mijn oma moest er persee heen.
Mij moeder had nog gezegd dat ze beter een andere keer kon, want mijn oma voelde zich ziek.
Die dag is ze toch gegaan.
Voordat ze weg gingen moet je door van die automatische deuren heen, deze kun je opennen door een sleutel of het knopje.
Iedereen zat op de begaande grond gezellig te praten, maar niemand stond bij de deur behalve mijn moeder en mijn oma.
De deur ging vanzelf open.
Mijn moeder maakte nog een grapje dat mijn opa haar kwam halen.
Nadat ze terug kwam met ademnood van de verjaardag, was ze gelijk naar bed gegaan.
Ik had die avond een nachtmerrie over mijn oma, ze stikte, maar ik kon niets doen.
Ik werd wakker en liep naar beneden waar mijn ouders met de lampen aan op de bank zaten.
Ik dacht dat het al ochtend was, omdat mijn ouders al wakker waren.
Ik huilde uit bij mij moeder, die mij vertelde dat mijn oma overleden was.
Ze was gestikt, ze had zelfs het noodtouwtje uit het plafond getrokken en niemand hielp haar.
Was het dan toch mijn opa, die het beter vond dat ze ook wegging, dat ze al genoeg geleden had?
Na haar overlijden sliep ik vol angst op de bank iedere avond.
Ik werd door een aanraking wakker en toen ik keek zat mijn oma naast me op de grond.
Ze was wit, maar ze was wel echt mijn oma, ze had gewoon een gezicht en lijf, maar dan wit.
Ik gilde uit angst en kroop bij mijn moeder in bed, die avond kon ik niet meer in slaap komen.
Pas geleden had ik weer zo nachtmerrie.
Ik liep op een crematorium of een begraafplaats, in ieder geval stond iedereen buiten, ook ik.
Iedereen praatte met elkaar hoe erg het wel niet was, het was zo lieve man enz.
Ik ging naar mensen toe en vroeg welke man het was.
Maar niemand zag me, iedereen negeerde me, zelfs als ik iemand aanraakte, alsof ik niet bestond.
Ik vroeg en nog een keer en nog een keer tot ik wakker werd.
Terwijl ik naar me plafond staarde hoor ik me moeder ineens bellen.
Erg he, dat hij overleden is.
Ik droom iemand anders de dood in, vertelde ik mezelf.
Dit kan gewoon verbeelding zijn maar ik had vroeger een vriend, Tim.
Hij was wat ouder dan ik, maar niemand kon hem zien, alleen ik.
Hij had altijd zijn aparte bordje en glas aan tafel.
Naarmate ik ouder werd verdween die, mijn moeder zei dat het een denkbeeldige vriend was, dat geloof ik nog wel deels.
Later toen ik ouder werd, waren er wat problemen thuis en toen stond er ongeveer een 16 jarige jongen achter me, dit is een jaar geleden.
Eerst bekeek ik hoe hij was.
Lief, verlegen en hij vertrouwde niet alles.
Hierna zag ik dat het Tim was, maar dan ouder.Ik weet niet of dit verbeelding is of een geest, maar daar oordeel ik niet over, want voor de rest ben ik blij dat Tim er voor me was.”
(Mysterieus Voorne-Putten, 12-04-2009)
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Beschrijving van het leven van een vrouw die vanaf kinds af aan droomt over mensen net voor ze doodgaan, verder vertelt ze over haar ervaringen met het bovennatuurlijke.
Bron
Ingezonden in de Volksverhalenbank
Naam Overig in Tekst
Maaswijk   
Multatulihuis   
Tim   
Naam Locatie in Tekst
Spijkenisse   
Plaats van Handelen
Spijkenisse   
Datum Invoer
2012-02-22 15:43:54
