Hoofdtekst
En dan van spouklaentje, die is er nog dat spouklaentje, du bie ons. Daar ‘t eh een man woont in hutte en een had hij ’n kwaaie hond. En dan ging hij met die kwaaie hond ‘s nachts bie pad met een [onverstaanbaar] en daarum had je altijd spouklaentje. En du bint nog bang, dat is door bie eh [onverstaanbaar]. Dan worden de mensen ook bang. Door die, en uh, die bomen stonden er nog, die drei bomen daor. Dat spouklaentje daar werd ook veul smokkeld. Dat gingen ze nog veul langs met smokkelen, te redene door, gaan ze angs met smokkelen. Nog bin die mensen daar bange veur dat laentje, of daar nog wat is. Ja, verders weis ik ook neie.
Beschrijving
Aan een spooklaan woont een man met een kwade hond, die samen 's nachts op pad gaan. Mensen zijn bang voor die spooklaan, omdat aan de spooklaan galgenbomen staan. Bovendien werd er aan de spooklaan vaak gesmokkelt.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Naam Locatie in Tekst
Spooklaan   

