Hoofdtekst
Ik kan zoals ik dus op een dag mijn man ik hadden al vijf jaar lang daar bij die venne waarvan we dachten dat daar toch wel de zonnedauw bloeide, als sterft hie ook uit, uh dat moest daar bloeien en we hebben daar vijf jaar lang gezocht. Altijd als we bij die oude tante in Tongeren gingen logeren, dan gingen we naar die zonnedauw koppig doorzoeken. Ennuh toen opeens toen zei ik tegen mijn tante, weet je wat, het was een uurtje voor het eten, ik ga nog even het bos in en ik vraag aan Jodokus waarom ook niet, waar de zonnedauw hier staat. En dan sta ik heel sterk denken en de zonnedauw in mijn gedachten nemen ennuh dat vangt hij dan wel op. Hij vangt dat op zoals uh iemand anders naar een film kijkt, die kijkt en film van zonnedauw ennuh je kunt ‘t woord dan ook nog noemen niet dat hij dat nodig heeft, maar dat hebben wij nodig om onze gedachten uh te concentreren. En toen zei ik tegen mijn tante en ook tegen m’n man: “als ik nou met zonnedauw terug kom, dan moet je in Jodokus geloven”. Nou zij hadden er reuze plezier d’r in enzo want dat was een grapje van me en ik ging naar buiten ik riep Jodokus op en daar kwam hie en daar stond die en ik maar denken en denken. En plotseling komt begint die met een enorme vaart in ‘n als een cirkel in een cirkel om me heen te rennen. Na een paar keer ik begreep er niets van, werd het een ovaal en toen keek hij steeds om en wenkte, en ik ging mee, en ik dacht: ‘nee, ik moet niet denken hier ben ik al geweest hier is het niet, ik moet aan niets denken’. Dus ik ging door ik ging door en toen kwam ik vlakbij de venne en toen voelde ik plotseling dat ik eigenlijk een beetje op drijfzand stond, dat het een beetje nouja modderig zoog en raar was en ik dacht ojeej en nu moet ik toch uitscheien. En toen was het merkwaardige, ik stond stil en ik dacht: ‘nou kijk nou ik sta hier tussen alle struiken en en en geen zonnedauw te bekennen dus het is maar een hysterisch gedoe’. En opeens hoorde ik en dat was merkwaardig: “je staat er midden in”. En ik deed de gagelstruiken en de heidestruiken opzij en ik stond daar in een plek van wel een meter doorsnee van louter zonnedauw, ik heb dus een plant meegenomen en mijn tante en mijn man trachten te overtuigen en ik zelf vind het ook heel vreemd hoor [hebt u behalve deze zonnedauw nog iets waardoor u andere hebt kunne on].
Beschrijving
Jodokus wijst de vertelster aan waar ze zonnedauw kan vinden.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Naam Overig in Tekst
Jodokus   
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   
Plaats van Handelen
Tongeren   

