Hoofdtekst
Handwerkslieden hooren soms bij nacht in hunne werkplaats, als daar niemand is, een leven alsof er minstens twee of drie personen druk in de weer zijn. Het komt meest voor wanneer er in zulk een werkplaats buitengewone drukte op handen is, waarvan men op 't oogenblik nog niets weet of vermoedt. Timmerlieden, wagenmakers en meubelmakers zijn op de dorpen ook altijd doodkistenmakers als 't zijn moet. Het was vroeger geene zeldzaamheid, en het zal nog wel eens voorkomen, dat genoemde handwerkslieden het altijd eenige weken vooraf te weten komen, wanneer in het dorp een sterfgeval te wachten staat. Zij hooren dan 's nachts in hunnen winkel geklop en geschaaf en merken aan alles wel dat daar een doodkist wordt gemaakt, niet in werkelijkheid, maar zij zijn er zeker van dat dit eenige weken later zal geschieden. En dit mist ook niet. Eens echter hoorde men bij zulk eene gelegenheid een stomp tegen het kozijn der voordeur. Dit was onverklaarbaar, omdat deze deur tamelijk ver van de werkplaats verwijderd was. Maar niet lang daarna stierf een bij den baas inwonend persoon. En toen nu op den dag der begrafenis de kist het huis werd uitgedragen, stompten de buren bij ongeluk daarmee tegen het kozijn der deur.
Onderwerp
SINSAG 0488 - Weit-hören   
SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.   
Beschrijving
Sommige handwerkslieden horen spookgeluiden wanneer er binnenkort iemand zal sterven. Ze horen dan het geklop en geschaaf van mensen die bezig zijn met het maken van een doodskist. Op een van deze gelegenheden hoorde zij een stomp tegen het kozijn van de voordeur. Dit was onverklaarbaar, omdat de deur tamelijk ver van de werkplaats verwijderd was. Maar niet lang daarna stierf iemand en kwam het gebeuren uit, precies zoals het was gehoord.
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, p. 225-226.
