Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_007_04

Een personal narrative (mondeling), 1976

Hoofdtekst

Nou ik denk aan iets wat eh misschien meer te maken heeft met eh met parapsychologie eh het verschijnsel van de klopgeesten, kent u dat? Nou, dat is iets wat ik in mijn jeugd eh direct gewoon bij mij thuis veel meer te maken heb gehad. Met het aankondigen van een doodsbericht. Nou ik zal u het verhaal zo kort mogelijk vertellen. Wij leerde als kinderen van ons vader en moeder in een verhaaltrant dat het een keer gebeurt was dat er in een hoek van de kamer een geluid te horen was als van een wekker. Maar van een zeer onregelmatige wekker he, harder, zachter, sneller, langzamer. En men had eruit geleerd, of begrepe destijds en ervaren ook dat dan binne veertien dagen, drie weken, er iemand uit de familie of kennissenkring zou sterven. Dat verhaal hadden we als kinderen gehoord en het had ons ook altijd eh, nogal verbijsterd he, maar ja wij hadden het begrepen als een verhaal uit een lang vervlogen tijd. Het is geweest in maart 1942 - ik ben de oudste bij ons thuis zodoende kan ik me dat goed herinnere – toen voltrok zich het verschijnsel waar ik bij was. Ik hoorde dat getik en ik zei tegen me vader en moeder: “ik hoor dat klokje waar jullie over verteld hebben”. En me vader en moeder die reageerde op een wijze waarop blijkt dat’s ‘t dus dat ze het ook gehoord hadden maar niet leuk vonden dat ik het gehoord had. Afijn dat werd een beetje onder tafel gemoffeld he, van ach, kom, ja dat vroeger, misschien is iets kapot of zo, een leiding of wat dat ook. Maar ehm, nog niet zo lang derna - ik weet niet precies meer de tijd exact – stierf een goede vriend van mijn vader. Eh, de man staat me heel vaag voor de geest maar die heette Franken, meneer Franken. Ik weet het daar omdat eh ons toen weer het lot trof om eh, elke avond voor z’n zielsrust te bidden, komen namelijk bij, bij ons als iemand overleden was, elke avond aan onze vader bij en dat nam zeer veel tijd in beslag en zodoende had ik er een hekel aan dat meneer Franken dood ging. Want dat eh, bracht weer voor ons persoonlijk narigheid bij. Maar das de eerste keer dat ik die ervaring heb gehad. De tweede keer was in hetzelfde jaar toen een oom van mij stierf. Maar het wees, eh de meest wonderlijke verschijnsele heb ik tweemaal gehad. Ten eerste in het jaar 1947, toen ik gelijk met m’n vader in een tussenkamer eh ziek op bed lag. En daar hoorde wij het geluid vanuit die andere kamer waar wij het normaal hoorde maar we lagen nu in de tussenkamer ziek. Ik zei toen tegen mijn vader: “ik hoor dat dodenklokje”. Mijn vader die hoorde dat ook en die zei: “nou jongen dat zal wel voor een van ons tweeën zijn”. Hij liet zich er verder niet over uit wie het dan betrof maar het bleek dus hem te zijn want binnen de week is dus die man gestorven. En de laatste keer dat ik een zeer concreet mee eh te maken had dat was in 1954. Ik was toen in het klooster in Amersfoort in Stoutenburg en daar hoorde ik op mijn cel, op mijn celletje, op een avond datzelfde geluid. Ik vertelde ‘t een collega de volgende morgen die zich der kostelijk mee amuseerde me dat verhaal tuurlijk. Mij wel wijzer gedacht had, van ik geneerde me eigenlijk ook een beetje voor het verhaal maar goed […] Binnen weer eh een korte tijd eh krijg ik een, word ik bij een overste geroepen die me verteld dat onze voogd – ik was dan wel aan die voogdij onttrokken maar – was gestorven. En ik was dus, oh ja, tijdens de plechtigheden uit de kerk gehaald en dat gebeurde alleen bij heel bijzondere gelegenheden dus men informeerde meteen na de kerkdienst “is er iets bijzonders” en toen vertelde ik dus ik zei: “nou ja, een oom van mij is gestorven”. En toen zei die frater, die confrater die trok helemaal wit weg – ik zie het nog gebeuren – en die zei: “maar dat wist jij toch, dat er zoiets zou gebeuren”. Toen zeg ik: “Welnee, oeheh”, hè. “Zie je nie, je hebt ’t me zelf verteld dat er iemand zou gaan sterven”. En toen herinnerde ik me dat ja en toen zei ik: “Ja, eh, dat klopt”. Maar ik was het eigenlijk, ik had het naast me neergelegd als: het is een afstand tussen eh, hoe heet het, Stoutenburg Amsterdam, dat is een kwestie van van vijftig kilometer, ’t wordt te gek wanneer die twee dingen nou zo geassocieerd worden. Ik moet er meteen bij zeggen dat mijn familie in Amsterdam op dezelfde tijd – dat hebben we later kunnen checken, meteen eigenlijk al – hetzelfde hebben vernomen. Dus op twee plaatsen tegelijk van ongeveer vijftig kilometer afstand hetzelfde, met kennelijk hetzelfde betekenis, hetzelfde signaal.

Onderwerp

SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.    SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.   

Beschrijving

De verteller heeft een klopgeest meegemaakt die aankondigt wanneer er iemand dood zal gaan. Elke keer als een klokje afgaat, sterft er binnen 14 dagen iemand.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Motief

F473.5 - Poltergeist makes noises.    F473.5 - Poltergeist makes noises.   

Naam Overig in Tekst

Franken    Franken   

Naam Locatie in Tekst

Amersfoort    Amersfoort   

Amsterdam    Amsterdam   

Stoutenburg    Stoutenburg   

Plaats van Handelen

Stoutenburg    Stoutenburg