Hoofdtekst
Nou, het verhaal dat ik u wil vertellen dat is me een paar jaar geleden overkomen. Ehm, hier in de buurt van Druten, daar ligt een huis nogal verborge, ’t ligt eh binnedijks, maar ehm eh nogal weggestoken zo achter eh eh passages en bomen, ’t is erg moeilijk te zien en het heeft altijd een zekere ja vermaardheid gehad, dat huis. Op een gegeven ogenblik – eh ‘t wisselde nogal van bewoners – maar toen woonde daar mensen die bij ons een paar kinderen bij ons op school hadden en in het kader van het huis bezoek kwam ik ook in dat huis terecht en eh, afijn eh, de plichtplegingen: hoe maken die kinderen het en gaat het goed en bent u tevreden, zijn wij tevreden. Afijn toen dat zakelijke gesprek achter de rug was eh, kom je zo van koetjes en kalfjes te spreken. En toen eh, vertelde ik zoiets van: wat woont u hier mooi en wat ligt het hier allemaal idyllisch en zo. En toen vertelde ze dus ook dat het een huis was met een eh heel eh groots verleden maar ook met alle nadelige gevolgen van dien, want eh, ’t huis eh herbergde als het ware een eh, ja, wat psychologen wel noemen een onverwerkte emotie. Boven op zolder daar zou namelijk ’t eh gekerm en het gehuil te horen zijn van een mens in doodsnood en dat zou dan afkomstig zijn van een priester die daar zeventiende eeuw of daaromtrent zou zijn vermoord, en die z’n innerlijke rust nog niet zou hebben gevonden. De bewoners vertelde dus dat ze vrij regelmatig die eh jammerklachten en dergelijke hadden vernome. Nou ik vond dat wel interessant om dat te hore. Ik voelde me zelf niet zo eh gevoelig voor die dingen maar ik vond het wel interessant en toen zei ik eh: “wat, wat heb je met die zolder gedaan?. Had die zolder praktisch vrij gehouden ja, als een soort eh, hommage aan die eh, aan die priester want eh, het was niet benut om de rotzooi op neer te zette maar men had daar eh, ja een soort bedevaartskapelletje van gemaakt. Ik heb het ook gezien want ik ben toen met haar naar boven gegaan en ik heb daar die bijl had ze daar staan, en, en, en, een grote rozenkrans aan de muur en allerlei soorten verlichting. Het ademde een heel een beetje bizarre een beetje spookachtige atmosfeer maar eh, voor iemand die daar erg gevoelig voor was deed het beeld gecombineerd met alle geluiden die een oud huis natuurlijk op een zolder te horen geven, nou kon je met eh met eh, beetje enthousiasme kon je daar dus wel dat gekreun en dat gekerm van die priester uit distilleren. En toen vertelde ze mij dat ze ontzettend blij was dat ik met haar mee wilde gaan naar die zolder. Want ze hoopte dat door de aanwezigheid van een priester deze man eindelijk de broodnodige rust zou terug krijgen en ze meende dat dat misschien eh ja de enige mogelijkheid was om die rust te krijgen. En och onder collega’s heb je wat voor elkaar over dus het koste me weinig moeite om hem dit aan te bieden. Eh, ik bevond me dus op die zolder en ik eh, ik, ik heb daar al die invloeden op me laten inwerken en ik hoorde dat gepiep en geknars en gesuis, afijn al die geluiden die daarmee samenhangen. En terwijl we zo’n beetje rondliepen werd het op een gegeven ogenblik stil. Ik ho, ik hoorde dat geluid niet. Ehm, ten minste voor mijn gevoel, ik, ik heb er niet zo direct op gelet maar ze, maar haar viel het op en toen zeg ze: “luister, nou is het helemaal stil”. En ze was er erg voldaan over. Voor haar was het een uitgemaakte zaak. Zij had het gewoon ervaren, ik was er geweest en ik had die rust aan die man teruggegeven.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Vrouw meent dat het gehuil en het gekerm dat op haar zolder is te horen afkomstig is van een priester die daar is vermoord en geen rust kan vinden. Verteller is geestelijke, als hij op zolder is zegt de vrouw dat alle geluiden zijn verdwenen.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Motief
E334 - Non-malevolent ghost haunts scene of former misfortune, crime, or tragedy.   
Naam Locatie in Tekst
Druten   
Plaats van Handelen
Druten   

