Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DYKFRIES2246

Een sage (boek), 1896

Hoofdtekst

Eene zwangere vrouw moet, als zij in de laatste dagen loopt, het haar niet laten knippen, anders zou haar kind het aardsche tranendal moeten intreden met een geheel haarloos hoofd. Ook moet zij niet onder eene drooglijn doorloopen; dit zou de vrucht doen smoren; evenzoo wanneer zij over een graf stapt. Het eten van koffieboonen, van droge boekweit of rijst kan hetzelfde tengevolge hebben. En nooit moet zij eene hand uitsteken om iets, hoe gering ook, te nemen wat het hare niet is. Haar kind zou daardoor diefachtig worden: bij een boomgaard waarvan eenige appelen over de omheining hingen, stond eene jonge zwangere vrouw te praten met een paar buurvrouwen, waarbij eene bejaarde, die veel ondervinding had. Deze, ziende dat de jonge vrouw een appel wilde plukken, greep haar bij den arm en zeî: <<Hou! als jij belust zijt op fruit, zal ik voor je plukken, je doet het zelf niet.>>

Onderwerp

TM 4901 - Schrikken tijdens zwangerschap    TM 4901 - Schrikken tijdens zwangerschap   

Beschrijving

Een zwangere vrouw moet in de laatste fase van haar zwangerschap niet haar haren knippen, omdat het kind anders kaal zal worden geboren. Ook moet zij niet onder een drooglijn doorlopen of over een graf, dan zal het kind sterven. Zo ook als zij koffiebonen, droge boekweit of rijst eet. Zij moet nooit haar hand uitsteken om iets te pakken wat niet van haar is, anders zal het kind een dief worden. Een oude vrouw die zag dat een zwangere vrouw een appel wilde plukken die niet van haar was, hield haar tegen en plukte zelf de appel voor de vrouw.

Bron

Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, p. 236.