Hoofdtekst
Nog in het begin der negentiende eeuw reisden in Friesland leprozenbedelaars om aalmoezen in te zamelen. In de friesche volkstaal zeide men dat deze menschen lazerich waren, gekweld door dezelfde plaag als de arme Lazarus in de bekende gelijkenis van Jezus: zij waren melaatsch. Zij hadden een houtje met een klep, lazarusklep genaamd; hiermede sloegen zij, om zich te doen hooren, onophoudelijk, en ook op de onderdeur van ieder huis. In het houtje was een ronde holte, waarin men tot gift een muntstukje kon leggen. Had de arme sukkel dit ontvangen, dan ging hij zwijgend verder. Men zeide hier, dat deze menschen, om van hunne kwaal verlost te worden, zeven jaren achtereen gegeven brood, moesten eten, zonder om een aalmoes te vragen of er dank voor te zeggen. - Van een drukke babbelaarster zegt men nog: De mûle giet hjar as in lazerusklap, zij rept haar mond als een lazarusklep.
Onderwerp
TM 4302 - Volksgeneeskunde   
Beschrijving
Geneesmiddelen bij lepralijders.
In het begin van de negentiende eeuw reisden er in Friesland leprozenbedelaars rond om aalmoezen in te zamelen. Ze waren melaats, et als de Lazarus in de bekende gelijkenis van Jezus. Zij hadden een houtje met een klep, een lazarusklep genaamd. Hiermee sloegen zij, om zich te laten horen, onophoudelijk, en ook op de onderdeur van ieder huis. In het houtje was een ronde holte, waarin men een muntstukje als gift kon leggen. Had de arme sukkel dit ontvangen, dan ging hij zwijgend verder. Men zei, dat deze mensen, om van hun kwaal verlost te worden, zeven jaren achter elkaar gegeven brood moesten eten, zonder om een aalmoes te vragen of er dank voor te zeggen. Van een drukke babbelaarster zegt men nog dat zij een mond als een lazarusklep heeft.
In het begin van de negentiende eeuw reisden er in Friesland leprozenbedelaars rond om aalmoezen in te zamelen. Ze waren melaats, et als de Lazarus in de bekende gelijkenis van Jezus. Zij hadden een houtje met een klep, een lazarusklep genaamd. Hiermee sloegen zij, om zich te laten horen, onophoudelijk, en ook op de onderdeur van ieder huis. In het houtje was een ronde holte, waarin men een muntstukje als gift kon leggen. Had de arme sukkel dit ontvangen, dan ging hij zwijgend verder. Men zei, dat deze mensen, om van hun kwaal verlost te worden, zeven jaren achter elkaar gegeven brood moesten eten, zonder om een aalmoes te vragen of er dank voor te zeggen. Van een drukke babbelaarster zegt men nog dat zij een mond als een lazarusklep heeft.
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, p. 264.
Naam Overig in Tekst
Jezus   
Lazarus   
Naam Locatie in Tekst
Friesland   
