Hoofdtekst
Wel had je in deze streek de vorig eeuw het toveren en het betoverd worden. Sommige mensen deden aan vrije kunsten, vooral vrouwen. Vrije kunsten, zo noemde ze dat. Als er bedelvolk aan de deur kwam, dan werd er goed opgelet, want die stonden in een kwaaie reuk, wat dat toveren aangaat. De kinderen mochten niet aan de deur komen. Want als een dergelijke vrouw haar hand op het hoofd van een kind lei, dan was het kind betoverd of werd ziek of iets dergelijks. Twijfelde men er aan, dat de vrouw je kind had betoverd, dan was het beste wat je kon doen, zelf gauw je hand boven het hoofd van die vrouw houden, dan ging het kwade weer op die vrouw terug.
Beschrijving
Wel had je in deze streek de vorige eeuw het toveren en het betoverd worden. Sommige mensen deden aan vrije kunsten, vooral vrouwen. Vrije kunsten, zo noemde ze dat. Als er bedelvolk aan de deur kwam, dan werd er goed opgelet, want die stonden in een kwade reuk, wat dat toveren aangaat. De kinderen mochten niet aan de deur komen. Want als een dergelijke vrouw haar hand op het hoofd van een kind legde, dan was het kind betoverd of werd ziek of iets dergelijks. Twijfelde men er aan, dat de vrouw je kind had betoverd, dan was het beste wat je kon doen, zelf gauw je hand boven het hoofd van die vrouw houden, dan ging het kwade weer op die vrouw terug.
Bron
Kooijman, Henk: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 94.