Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_009_23

Een sage (mondeling), vrijdag 19 september 1975

Hoofdtekst

Hier, in Westdorpe waar bijna ‘n boerenschuur afgebrand en een oud vrouwken die daar dienden en d’r in huis was en altijd in de schuur sliep, war mee verbrand. Nu jaren later op een donkeren avond, wier op de deur geklopt. Bij ’t slechte licht van ’t olielamkpen dat aan de zoldering hing ziet ze een witte gedaante binnentreden. ‘‘K zij de geest van de verbrande vrouw,’ zegt ze met doffe stem, ‘en ge hebt voor mij geen missen laten lezen en nie’ gebeden [aldus] praat ze maar voort een tijdlang en als ze eindelijk de deur uitgaat, zegt ze ‘mijn zielen gaan naar boven. Bid voor mij.’ Maar d’r was nie’ meneer onderwijl die geest [toch sting] en ze uit den boer z’n aardappelenput zakken patatten gestolen. Zijn d’r later een liedje op gemaakt en ‘k kan het nog [jammer] zingen ook en waarachtig daar volgt dat hele lied, gezongen door vrouw [Seles] die nog ondersteund wordt door een paar andere vrouwkes en dat liedje dat zult ge nou horen:

Men hoort, met deze slechten tijd, nu weer van wondere zaken
De menschen vinden alles uit om aan den kost te raken
Is dat geen [viezen toer] gebeurd bij den boer
’T zal er weer gaan roken, gelijk ja, in den ouwen tijd
Van geesten en van spoken, als ge nie’ rappen zijt
D’n boer zijn schuur is afgebrand, nog maar een jaar geleden
Een ouwe vrouw bij deze ramp is in de brand gebleven
Met alle zielen tijd van ’t vagevuur bevrijd
Is daar een geest verschenen tot groot verdriet van dien boer
Wanneer ze is verdwenen, speelt ze een viezen toer
’N vrouw [egaals] in ’t wit gekleed, kwam dezen boer te plagen
Elk een zat daar geducht in ’t zweet, nie’ een die d’r ga verjagen
Ze riep vol druk en rouw: ‘Ik zij die ouwe vrouw
die voor een jaar geleden, is dood gebleven in den brand
Ge hebt nog niet gebeden voor mijne ziel, ’t is schand
Ik zij van God, den opperheer, van ’t vagevuur bevreden
Men moet nog voor mijn arme ziel drie paternosters lezen
Gaat allemaal naar huis en maakt u dan een kruis
O, da’ was wel gesloten en maak tenminste geen gedruis
Mijn ziel die gaat naar boven naar ’t hemels paradijs
Weldra was deur en venster vast en elk begon te lezen
’T spook had zeer goed opgepast om niet gezien te wezen
Maar eer ’t nu verdween, heeft ze nog laten weten
Op de gezondheid van den boer voor d’n hele winter eten
Is dat geen vieze tour? D’n boer stond anderendaags te zien
En riep: ik zei bedrogen!
Een zak patatten acht of tien, zijn uit mijn put gevlogen!
Als ge zijt in ‘t gebed,
Zie dat ge er goed op let
Met geen gesloten deuren,
Zie dat ge uit uw ogen ziet
Dan zal ’t er niks gebeuren
Maar spoken zijn d’r niet

Onderwerp

SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.    SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   

Beschrijving

Geest van in een schuur verbrande vrouw komt terug bij de boer, en verwijt dat er voor haar geen missen zijn gelezen en niet is gebeden om haar naar de hemel te laten gaan. Terwijl alsnog om haar zieleheil wordt gebeden worden een aantal zakken met aardappelen uit de schuur gestolen.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Naam Overig in Tekst

God    God   

Naam Locatie in Tekst

Westdorpe    Westdorpe   

Plaats van Handelen

Westdorpe    Westdorpe   

Kloekenummer in tekst