Hoofdtekst
Toen Woensel nog geen stadsdeel van Eindhoven was maar een zelfstandige gemeente, moet er vroeger een hele vreemde geschiedenis zijn voorgevallen. Ik ga u die geschiedenis vertellen. Daar in Woensel woonde vroeger een flinke jonge kerel die verkering had met een alleraardigst meisje. Ze hielden mirakels veel van elkaar en het was dan ook geen wonder dat ze meer dan eens zaten te vrijen onder de open schouw op de zogenaamde turfbak, zoals dat vroeger de gewoonte was. Op een avond toen ze weer zo zaten te kroelen, beleefde de jongeman een zonderling avontuur, door de warmte van het haardvuur kregen beide behoorlijk slaap. Ze raakten aan het soezen en even later vielen ze zelfs in een diepe slaap. Enkele uren zullen verstreken zijn toen die jongen plotseling wakker schrok van een mirakels kattengejank. Verstoord keek die op en zag nog juist dat er iets vreemds van zijn meidje door de schouw naar buiten zweefde. Hij probeerde haar wakker te maken maar ze sliep zo vast dat het niet gelukt. Een goed halfuurtje later, zweefde weer hetzelfde vreemde ding naar binnen recht op het meisje af. Op hetzelfde moment werd ze wakker en sloeg haar ogen op. Wat was er gebeurd? Ongetwijfeld was het ding haar geest geweest die door de schouw naar elders gegaan was. Daar wist het meisje zelf niets van. Ze zei: “ik heb geslapen maar wat heb ik vreselijk gedroomd”. “Wat heb ge dan gedroomd”, vroeg de jongeman nieuwsgierig. En het meisje vertelde: “ik droomde dat ik naar het kerkhof ging en aldaar veranderde in een bonte kat en op mij heen waren wel honderd katten, meeste zwarte, die een rondedans maakten op het kerkhof”. Nu wist de jongeman genoeg en vertelde haar wat hij tijdens haar slaap gezien had. Toen begreep ook het meisje alles en ze smeekte hem bij zijn liefde haar te bevrijden van de betovering. De jongeman die geen vrees kende beloofde haar te zullen helpen, na lange tijd te hebben nagedacht zei hij: “morgennacht om twaalf uur zal ik op het kerkhof zijn, dan zullen we wel zien wat er gebeurt en misschien kan ik je dan helpen”. Zo gezegd, zo gedaan. De volgende nacht bevond de jongeman zich zo tegen twaalf uur in de nacht op het kerkhof. Nauwelijks had de torenklok twaalf galmende slagen te horen over het slapende dorp, of alle kanten kwam er menigte van katten opdagen. Het was een geweldig spektakel en ze gingen tekeer dat horen en zien verging. En het eigenaardige was dat het allemaal zwarte katten waren, maar plotseling zag die jongeman tussen al die zwarte katten een grote bonte kant. Zonder zich te bedenken vloog die jongen tussen de katten pakte de bonte kat op en rende ermee het kerkhof over. Maar de overige katten liepen met hem mee, ze dansten om hem heen poot aan poot en probeerden hem op alle mogelijke manieren bang te maken. Maar de jongen toonde helemaal geen bangigheid en na een poosje smeet hij de bonte kat van zich af en schreeuwde: “Verdwijn lelijke scharminkels!” zelfde moment kreeg hij de schrik van zijn leven want naast hem klonk plotseling hem een stem “Goedenavond van Zandvoort”. Bliksemsnel draaide hij zich en keek in de dankbaar lachende ogen van zijn geliefde, zij omhelsden elkaar bij het licht van de juist achter een wolk glurende maan en alle leed was nu gelukkig geleden en de betovering werd voorgoed verbroken.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Jongen wordt wakker van kattengejank, en ziet iets uit het meisje zweven. Hij kan haar niet wakker maken, later komt het zwevende terug, waarop het meisje wordt. Ze heeft gedroomd dat ze naar het kerkhof ging waar ze in een bonte kat veranderde. De jongen gaat de volgende avond om middernacht naar het kerkhof, ziet tussen zwarte katten de bonte kat, pakt die op en gooit weg, onder het roepen dat de katten moeten verdwijnen. Hij schrikt als hij wordt aangesproken door het meisje, want de betovering is verbroken.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Naam Overig in Tekst
Van Zandvoort   
Naam Locatie in Tekst
Woensel   
Eindhoven   
Plaats van Handelen
Woensel   

