Hoofdtekst
Ik zat vroeger vlak bij 't slot Harlaer, wat daar van over was. Die laan die daar van de dijk af heen loopt, noemde ze de Moordenaarslaan. Ze hadde daar volges overlevering tenminste een vinger gevonde. D'r zitte daar ok leeuwe[1] begrave. Daar hebbe ze nog naar gegrave, maar niks gevonde.
[1]beelden
[1]beelden
Beschrijving
De laan die bij slot Harlaer van de dijk af loopt, noemden ze de Moordenaarslaan. Ze hadden daar een vinger gevonden. Er zijn ook beelden van leeuwen begraven. Daar hebben ze nog wel naar gezocht, maar niks gevonden.
Bron
Henk Kooijman: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988.
Naam Overig in Tekst
Harlaer   
Moordenaarslaan   
Plaats van Handelen
Ameide   
