Hoofdtekst
Het ongelyk getal [p. 44]
Een jong lustig knaepje biechte de pater, dat hy, zints zyn leste absolutie, ses maal by de meisjes geweest was. Den biegtvader leide hem op een Rozenkrans eenmaal door te bidden. Na deze kwam een anderen, en biechte hem dat hy negenmaal daar by geweest had; deze gaf hy anderhalve Rozekrans tot straffe. Yndelyk kwam nog een derde en biechte, dat hy het elfmaal gedaan had. “Elf?” zeide de priester, “dat is een gek getal. Die is my nog niet voorgekomen. Gaat nu heen, myn vriend! En doed het nog eenmaal, en bid dan twee Rozekranzen.”
Een jong lustig knaepje biechte de pater, dat hy, zints zyn leste absolutie, ses maal by de meisjes geweest was. Den biegtvader leide hem op een Rozenkrans eenmaal door te bidden. Na deze kwam een anderen, en biechte hem dat hy negenmaal daar by geweest had; deze gaf hy anderhalve Rozekrans tot straffe. Yndelyk kwam nog een derde en biechte, dat hy het elfmaal gedaan had. “Elf?” zeide de priester, “dat is een gek getal. Die is my nog niet voorgekomen. Gaat nu heen, myn vriend! En doed het nog eenmaal, en bid dan twee Rozekranzen.”
Beschrijving
Een zondaar biecht met elf meisjes naar bed te zijn geweest. De biechtvader kan niet uitrekenen hoeveel penitentie dat is, dus hij adviseert: rond je zonden eerst op twaalf af en bid dan twee rozenkransen.
Bron
Almanach a la Figaro en Rarekiek der galante en vrolyke Hollanders van beiden sexen voor het jaar 1789 (KB Den Haag KW 348 C 36)
Naam Overig in Tekst
Rozenkrans   
